Koos van Zomeren: ‘Ik ben benieuwd naar de leegte.’

Van Koos van Zomeren verschijnt binnenkort een nieuwe lijvige bundel, Naar de natuur. Het zou weleens zijn laatste boek kunnen zijn. ‘De koek is op, maar ik heb ook geen honger meer.’

Begint die natuur u nou nooit te vervelen?
“Nee, maar het schrijven erover wel. Ik heb een suïcidale manier van schrijven. Elke beschrijving is een afrekening van wat ik heb gezien, gevoeld en meegemaakt. De ultieme zin en beschrijving, daar gaat het om. Ik wil iets dusdanig formuleren dat ik er vanaf ben. Dus ik kan zeggen dat ik van veel dingen nu af ben.”

Wanneer begon dat?
“Toen ik mijn stukjes schreef over de koeien. Er hangt hier in huis een schilderij van Wijsmuller waarop je koeien op hun rug ziet, kijkend naar de boer die in het weiland loopt. Wat zien die koeien in die boer, in de mens? Een koe levert ons tienduizend liter melk, maar een kalfje heeft er maar vijfhonderd nodig. Wij jagen die koe dus zo’n twintig keer over de kop en creëren dus een gigantisch kalf. Ik schreef toen: wij nemen haar melk, wij zijn haar onbegrijpelijke kinderen. Met dat zinnetje was alles gezegd over de koeien.”

Als alles al is gezegd, waarom dan toch nog een boek, nota bene van vierhonderd pagina’s?
“Ja, ik had het er bij kunnen laten, maar er was toch nog behoefte aan een slotakkoord. Nou ja, het is eerder een herhaling met andere accenten: wat is er gewonnen en verloren gegaan aan dieren en planten, wat heb ik zelf gehad aan de natuur? Dat soort noties.”

Mijn bezwaar is dat er te veel herhaling in zit. Het lijkt te ontbreken aan een goede eindredactie.
“Is dat zo?”

Het mooiste boek dat u hebt gemaakt, Een vederlichte wanhoop, telt 63 pagina’s.
“Grappig, mijn vader vindt dat ook het beste wat ik ooit heb gemaakt. En ikzelf misschien ook wel. Maar ja, dat boek dateert alweer van midden jaren tachtig.”

Bij Naar de natuur had ik op enig moment het gevoel: nu weet ik het wel.
“Ja, maar als je Naar de natuur vergelijkt met Een vederlichte wanhoop, dan is dat een ongelijke strijd. Een vederlichte wanhoop is een reeks vogelcolumns die amper een jaar heeft geduurd in de krant, maar die het resultaat was van tien jaar verzamelen van observaties. Na dat jaar was het dan ook op.”

Lees het gehele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

frans van deijl