Syrië staat er alleen voor

Hoe ellendiger en uitzichtlozer de situatie in Syrië, hoe beter de internationale gemeenschap haar best doet om de schijn op te houden dat ze hard bezig is met het vinden van een oplossing. Gisteren kwam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties na drie maanden van praktisch stilzwijgen met een ‘voorzittersverklaring’. Symbolisch, dat wel, maar allerminst effectief. Wat moet er dan gedaan worden? Zet de opties op een rij, en de onmacht druipt er vanaf.

1. De Arabische Liga moet ingrijpen

Een voorstel van D66. Volgens de partij kan de Arabische Liga, waar Syrië permanent lid van is, niet zomaar toekijken en niets doen. ”In één van haar lidstaten worden dagelijks burgers en zelfs kinderen gedood,” stellen Alexander Pechtold en Europarlementariër Marietje Schaake. Allemaal goed bedoeld, maar dat de Arabische Liga daadwerkelijk gaat ingrijpen, is niet realistisch. De Arabische Liga, bestaande uit 22 islamitische landen, is opgezet om de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen. Een ‘broeder’ op de vingers tikken, past niet in hun straatje. Syrië kan zelfs op de nodige verbale verdediging rekenen. Op de opmerking vanuit Washington dat president Bashar al-Assad zijn legitimiteit om te regeren is kwijtgeraakt, verzekerde Arabische Liga-chef Nabil Elaraby dat Syrië in een nieuwe fase is beland en ‘op weg is naar aanzienlijke hervormingen’.

2. Nieuwe sancties

Met sancties valt geen oorlog te winnen, is pijnlijk duidelijk geworden. Het zal het Syrische regime hoogstens geïrriteerd hebben dat er ruim twee maanden geleden een wapenembargo werd ingesteld, dat de tegoeden van dertien mensen uit de top van het regime werden bevroren en dat deze mensen ook niet meer naar de EU mogen afreizen. Wel effectief zouden sancties tegen de Syrische olie-industrie (goed voor 5% van het bruto binnenlands product) zijn; een maatregel waar de Syrische oppositie al meerdere keren op heeft aangedrongen. Onder meer Total en Shell hebben belangen in Syrië. EU-landen voelen er niets voor om hun olieactiviteiten in het land op te schorten, naar eigen zeggen omdat het de belangen van de burgers zou treffen (lees: hun eigen belangen).

3. Een resolutie

Twee maanden geleden circuleerde er binnen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties al een ontwerpresolutie, die uiteindelijk werd tegengehouden door Rusland en China. Na het brute geweld afgelopen weekend in Hama (meer dan honderd doden) werd er een nieuwe poging gewaagd. Een resolutie zat er niet in, bleek na oeverloos vergader. Wel een zogenaamde ‘voorzittersverklaring’, die inhoudt dat 15 landen instemden met de veroordeling van ‘grootschalige schendingen van mensenrechten en het gebruik van geweld tegen burgers’. Woorden die al vaker zijn gevallen, zonder effect. Een resolutie is omstreden omdat ciritici vrezen voor een gewapende interventie. Geografisch (in de buurt van het tot de tanden bewapende Israël), materieel en financieel een worst-case scenario.

4. Militair ingrijpen

Zoals al blijkt uit het voorgaande: gewapend ingrijpen is uitgesloten. In de woorden van de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague: ‘‘Dat behoort in de verste verte niet tot de mogelijkheden, zelfs niet als we daar voorstander van zouden zijn, wat we niet zijn.” NAVO-chef Anders Fogh Rasmussen sluit zich hier bij aan en benadrukt dat (anders dan in het geval van Libië) de VN-Veiligheidsraad geen mandaat heeft gegeven om in Syrië in te grijpen.

5. Actieve rol voor Turkije

De oproep van de Turkse premier Erdogan aan zijn buurman Bashar al-Assad om te stoppen met geweld werd door de Syrische president smalend in ontvangst genomen. Sindsdien is de spanning tussen de beide landen alleen maar opgelopen. Turkije voert de militaire druk op bij de grens van Syrië en dreigt met een plan om in Noord-Syrië een bufferzone te creëren. Hoewel aanvankelijk veel hoop uitging naar de rol van Turkije, die veel (economische) belangen heeft in de regio, is inmiddels duidelijk dat al-Assad zich door niemand laat tegenhouden. 

Oké, vijf weinig vruchtbare opties. Wat dan? Het is hard om te zeggen, en de internationale gemeenschap zal dat dan ook niet met zoveel woorden doen, maar uiteindelijk zijn de vele burgerslachtoffers ‘nodig’ om meer demonstranten op de been te brengen. Om, kortgezegd, de woede aan te wakkeren. Nu kan het Syrische leger de demonstrerende menigte nog behappen, maar de vraag is voor hoe lang nog. Dat de demonstraties aanhouden en dat steeds meer Syriërs zich bij de protesten lijken aan te sluiten, kan op zijn minst als een kleine overwinning worden gezien, in een land waar angst de bevolking decennialang heeft lamgeslagen. Een almaar groeiende woedende massa die niet van plan is zich uit het veld te laten slaan, is een sterker wapen dan alle sancties, resoluties en goedbedoelde woorden bij elkaar. Rest de vraag of het grootste deel van de Syriërs bereid is om hun leider af te zetten. Het heft is in hun handen. Ze staan er, helaas, alleen voor.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

irene de zwaan