Bordkartonnen goeddoeners

Met Larry Crowne heeft Tom Hanks (hoofdrolspeler én regisseur) een film met een optimistische boodschap willen maken. Het titelpersonage is een goedgemutste vijftiger die bij tegenslag niet bij de pakken neerzit, maar de zaken immer positief blijft zien. Je zou Larry Crowne kunnen omschrijven als een pleidooi tegen het cynisme. Verdient zo’n film een cynische recensie? Ik ben bang van wel. Al het positieve wordt namelijk volledig onderuitgehaald door de onwaarachtigheid van het verhaal. Eigenlijk gaat het in de openingsbeelden al faliekant mis. Het door Hanks vertolkte titelpersonage heeft een baantje in een enorme supermarkt. Daar wijdt hij zich met welhaast orgastische voldoening aan het vullen van vakken, het opruimen van afval en het ophalen van karretjes. Bij het schoonmaken van een ondergekotst speeltoestel zien we Larry letterlijk glunderen. Een gemotiveerder en ijveriger werknemer bestáát niet. Toch wordt Larry na jaren trouwe dienst ontslagen. Waarom? Het ontbreekt hem aan een degelijke opleiding.

Voor het opdweilen van braaksel – zo is de onuitgesproken veronderstelling – is in de Verenigde Staten een academische graad vereist. Hanks ziet hier een kans de zegeningen van het onderwijs te bejubelen. Zo komt de andere hoofdrolspeelster in beeld. Julia Roberts speelt een uitgebluste docente die geen voldoening meer put uit haar werk. Dat verandert als Larry in haar klas komt aanschuiven en weer een glimlach op haar gezicht weet te brengen.

Hanks beperkt zich niet tot peptalk, maar verschaft ook praktische tips om de recessie te lijf te gaan. Wie brandstof wil besparen, doet er goed aan z’n auto te verruilen voor een scooter. Het levert Larry meteen ook een nieuwe vriendenkring op. Hij treedt toe tot een clubje blaartrekkend brave sullen die doelloos door de stad tuffen ‘tot we honger krijgen’. Op initiatief van Larry trekken ze de stoute schoenen aan en bezoeken ze… een winkel in tweedehands spulletjes. De leider van deze ‘scooterbende’ voelt zich enigszins bedreigd door de nieuwkomer. Aan Wilmer Valderrama de ondankbare taak een film lang boze en jaloerse blikken op Hanks te werpen. Arme Valderrama.

Na een veelbelovende start met een prominente rol (als lijzig pratende Latino) in de tv-komedie That 70s Show was zijn carrière op een dood spoor beland. Hij sprong ongetwijfeld een gat in de lucht toen hij een rol kreeg aangeboden naast Hanks en Roberts. Bij het lezen van het scenario zal de moed hem echter in de schoenen zijn gezonken. Zijn rol is volslagen inhoudsloos en hij krijgt niets aangereikt om zijn karakter ook maar een beetje tot leven te wekken. Personages die niets toevoegen, sneuvelen normaal gesproken in de montage (het overkwam Carice van Houten drie jaar geleden nog bij de thriller Body of Lies). Hier is dat niet gebeurd om de simpele reden dat de makers dan wel aan het knippen konden blíjven.


Zelden heb ik in een film zo’n onwaarschijnlijke hoeveelheid fletse, onwaarachtige, levenloze, ongeloofwaardige en (onbedoeld) kolderieke personages rond zien lopen. Tom Hanks is een begenadigd acteur. Van zijn vaardigheden als regisseur kan helaas niet hetzelfde worden gezegd.

Larry Crowne. Regie: Tom Hanks. Vanaf 4 augustus in de bioscoop.

Erik Spaans