Danny de drammer

Voorpaginanieuws was het: Johan Cruijff wordt commissaris bij Ajax. Wat bracht de levende legende daartoe? Bondscoach wilde hij eerder niet worden. Het meest waarschijnlijke antwoord: dít mag wél van Danny. Portret van de blondine voor wie Cruijff al sinds 1968 siddert. ‘Danny is een enorm egocentrische dame.’

Johan Cruijff heeft een grote mond. Altijd en overal. Dat wil zeggen: als er scheidsrechters in de buurt zijn. En voetballers. Bestuurders, journalisten, fotografen, terreinknechten, kantinedames, taxichauffeurs, vroedvrouwen, pizzabakkers, golfleraren, betonvlechters, paardenfokkers, beurtschippers, glasblazers – iedereen kan te pas en, vooral, te onpas worden geconfronteerd met de mening van de geboren betweter. JC heeft gelijk, en iedereen zal dat slikken.

Iedereen?

Nou nee, er is één persoon ‘wie’ de nieuwbakken commissaris van Ajax (sinds 25 juli is hij het officieel) niet kan overtuigen van zijn gelijk. Iemand ‘wie’ hém vertelt hoe de vork in de steel zit. Een vrouw.

Zíjn vrouw.

Danny.

Broer Henny Cruijff: “Nee, denk maar niet dat Johan haar zijn mening probeert op te dringen. Hij kijkt wel uit, dan heeft-ie gelijk een week ruzie. Een wéék? Een máánd!”

Anders dan hedendaagse, cameraverslaafde meisjes als Yolanthe Sneijder heeft Danny Cruijff nooit in het licht van de schijnwerpers willen baden. Editie nummer 8 van Helden, het luxe tijdschrift van Frits en Barbara Barend, is geheel gewijd aan Johan Cruijff. Het blad is zo dik dat het als verkeersdrempel zou kunnen dienen, maar er staat welgeteld één foto van Danny in. En zelfs op die plaat bevindt ze zich op de achtergrond.

“Symbolisch,” stellen de makers. Dat mevrouw Cruijff zelfs in deze speciale uitgave niet van de pagina’s spettert, verbaast vader Frits allerminst. En dat is ook meteen het enige wat hij erover kwijt wil. “Danny blijft zeer consequent buiten de publiciteit, en dan lijkt het me niet juist als ik daar verandering in breng.”


Ook Bram de Graaf, schrijver van het ontroerende, in 2008 verschenen boek Voetbalvrouwen – De glorietijd van het Nederlandse voetbal 1970-1978, kreeg de blonde oester niet geopend. “Ik vroeg het haar via Maya Verkaart, de ex-vrouw van Wim Suurbier,” herinnert hij zich. “Maar Danny reageerde alleen maar met: ‘Ben jij gek!’ Dus toen heeft Maya zelf maar het een en ander verteld, al zei ze daar wel steeds bij dat Danny haar dat niet in dank zou afnemen.”

Na haar jawoord, eind 1968, heeft het grote publiek eigenlijk nauwelijks meer iets gehoord uit de mond van Danny Cruijff. Zodat het onwaarschijnlijk is dat ze nu wél ineens tekst en uitleg zou geven over het feit dat manlief Johan een kaderfunctie bij Ajax vervult. Algemeen wordt echter aangenomen dat De Verlosser eindelijk weer eens iets bij de Amsterdammers gaat doen ‘omdat het mag van Danny’. Het omgekeerde is immers ook ooit het geval geweest. Tijdens een uniek televisie-interview met Mies Bouwman, in 1975, kreeg Johan de vraag voorgelegd of hij in 1976 misschien wel weer bij Ajax zou gaan voetballen. Voorzitter Jaap van Praag, die succestrainer Rinus Michels al had teruggehaald naar De Meer, bleek daar toen in het diepste geheim aan te werken. Johans antwoord: “Dat beslis ik dus echt niet alleen.” En wijzend op Danny: “De grootste beslissing is eigenlijk aan haar.” De gehoopte comeback bleef derhalve beperkt tot één wedstrijd, op 30 juli 1975 tegen Club Brugge, een benefietwedstrijd voor hartpatiënt Nico Rijnders. Pas veel later, vanaf december 1981, zou hij zich weer in het rood-wit hijsen om namens Ajax onnavolgbare dingen te doen met een bal.

Die (verlate) terugkeer van Danny Cruijffs echtgenoot was noodgedwongen, omdat hij het grootste deel van zijn vermogen was kwijtgeraakt door toedoen van een dubieuze compagnon, de aalgladde zakenman Michel Georges Basilevitch. Het was de eerste keer in lange tijd dat Johan Cruijff zaken had gedaan zonder überschoonvader Cor Coster daarbij te betrekken. Het was voorlopig ook de láátste keer, want Cor nam de teugels meteen weer over en stelde: “Het enige wat Johan zonder mij mag doen, is pissen.”


Dina Margaretha Coster werd op 19 april 1949 geboren in de Fokke Simonszstraat in het centrum van Amsterdam, als tweede dochter van Dien, huisvrouw, en Cor, handelaar in eigenhandig gesmokkelde horloges (en vele transacties later eigenaar van het miljoenenbedrijf Coster Diamonds). Ze ontmoette Jopie Cruijff, die rond die tijd een beetje scharrelde met Viola van Emmenes (de latere Viola Holt), voor het eerst op de bruiloft van zijn ploeggenoot Piet Keizer. Daar ging ze volgens de overlevering naartoe met haren die rood waren geverfd in de kapsalon waar haar hartsvriendin Maya werkte, die op dat moment al verkering had met Wimpie Suurbier. Toen de oma van Piet Keizer vroeg wie dat meisje was, moet Cruijffie zonder blikken of blozen hebben geantwoord: “Dat is Danny, mijn vrouw.” Waarmee hij bewees ook op jeugdige leeftijd al drie zetten vooruit te denken.

Danny Coster was een creatief en modebewust meisje, dat nog even had gestudeerd aan de Industrieschool voor Vrouwelijke Jeugd aan de hoofdstedelijke Weteringschans. Het was Danny die Johan, de zoon van een hardwerkende groenteman uit Betondorp, omturnde tot een ijkpersoon voor de jeugd. Zelf had hij net zo veel met mode als een chimpansee met literatuur. In De Ajacieden, het heldenepos van De Tijd-verslaggever Maarten de Vos uit 1971, had Cor Coster al laten doorschemeren dat Johan van Danny de kleren kon krijgen. “Hij droeg een broek waarvoor jij en ik je zouden schamen. Als je naar zijn haar keek, begon je te lachen. Danny heeft dat allemaal veranderd. En ik geloof dat het vooral dat lange haar was dat hem bij de jeugd populair heeft gemaakt.”


Johan en Danny trouwden op 2 december 1968. Eigenlijk kon dat helemaal niet, want de bruid was de dag ervoor geveld door een acute blindedarmontsteking. Besloten werd om met de huwelijksvoltrekking, die duizenden mensen op de been zou brengen, om te gaan zoals met een belangrijke wedstrijd van Ajax in die tijd. Dus ging de spuit erin. Maar hoe gedrogeerd ook, ze merkte nog wel hoe Johan op weg naar het stadhuis op haar sleep trapte. “Ik kon hem wel doodmaken die dag,” zei ze later tegen kinderboekenschrijver Jaap ter Haar, die was uitverkoren om een biografie over de Cruijffs te schrijven, een werkstuk met de intrigerende titel Boem. Dat ‘Boem’ was een vondst van Johan. “Omdat alles altijd plotseling komt en je het nooit met een leuke aanlooptijd van tevoren kunt plannen.”

Helaas voor Ter Haar en het Nederlandse volk bleek ook hier boem is ho, want al na een paar maanden werd het werk uit de handel genomen. Vooral op instigatie van Danny, zo heet het, die het boek ‘te openhartig’ vond. “Als je aan het vertellen bent is het leuk, maar als je het op papier ziet staan is het heel eng.” Dus ging Ome Cor even babbelen met Jaap ter Haar. Sindsdien is Boem nooit meer heruitgegeven, ook niet rond Johans vijftigste en zestigste verjaardag, zodat hele generaties verstoken bleven van, bijvoorbeeld, het commentaar dat modieuze Danny op de kledingkeuze van die dunne voetballer had. “Je ziet eruit als mijn achter-opa toen die twintig was, met je achterlijke ouderwetse slobberpak!” En kon ook niemand meer lezen hoe Johans moeder Nel hem bejegende, nadat haar zoon zich had geconformeerd aan Danny’s eisen en moderne, superstrakke broeken was gaan dragen. “Bah, je lijkt wel een ballerina. Je hele prakkie komt erin uit!”


Na die tweede december 1968 vestigde Johan zich met Danny in het landelijke Vinkeveen, alwaar gewerkt ging worden aan de realisatie van Danny’s droom: een gezin met vijf kinderen. Na een valse start – een miskraam in 1969 – en de geboorte van Chantal (1970), Susila (1972) en Jordi (1974) zou de teller overigens op drie blijven steken. Wellicht tot tevredenheid van het gilde der vroedvrouwen, want die werden door de heer des huizes meer dan eens op hun nummer gezet. “Als ik dacht dat de zuster de luier niet goed omdeed, dan stuurde ik haar weg en deed ik het zelf.”

De vier zwangerschappen maakten overigens duidelijk dat op het libido van Johan Cruijff niets viel aan te merken. Dat was vreemd genoeg een zaak die sommigen bezighield; omdat spelers van Ajax en Oranje in die tijd nog gewoon in het telefoonboek stonden en nummerherkenning nog lang niet bestond, werd Danny meer dan eens lastiggevallen door anonieme smeerpijpen die met het kwijl in hun mond van haar wilden weten hoe Johan in bed was. Andere viezeriken ‘beperkten’ zich tot het simpelweg bedreigen van de blondine.

Ooit heeft Danny eigenhandig voorkomen dat de virtuele avonturenbundel Cruijffje in Amerika in 1994 een vervolg zou krijgen, zo wil de mare. Samen met Cruijff-adept Johan Derksen was de al even welbesnorde schrijver Jan Donkers in 1992 naar Barcelona afgereisd voor een groot interview ten behoeve van het weekblad Voetbal International. In het boek Mijn Johan Cruijff memoreert Donkers hoe er in huize Cruijff werd gereageerd op de vraag of het niet wenselijk zou zijn dat Johan bondscoach zou worden tijdens het WK van 1994, in de Verenigde Staten. “Ineens sneed daar de stem van Danny vanaf de andere kant van de tafel dwars door de conversatie heen. En waarom moet je dan zo nodig naar Amerika, Cruijff?” Volgens oud-Ajaxvoorzitter Michael van Praag weet Johan precies hoe laat het is als Danny hem bij zijn achternaam noemt. En inderdaad, Cruijff ging niet.


Ook niet nadat in 1993 enige financiële plooien waren gladgestreken. Johans oudere broer Henny herinnert zich een bespreking in Las Vegas, waarbij behalve hijzelf ook KNVB-voorzitter Jos Staatsen, directeur betaald voetbal Cees Wolzak en een topman van Philips aanwezig waren. Henny Cruijff: “Johan mocht van Bar-celona naar Amerika, maar de club zou hem dan níet doorbetalen. Nou, dat was een heikel punt. Toen is ter plekke besloten dat Philips dat salaris dan zou aanvullen. Dat voorstel is vervolgens naar de ‘verbindingsman’ van mijn broer, die eersteklas patser Johan Derksen, gefaxt en toen hebben we met z’n allen aan de rand van het zwembad op antwoord zitten wachten. Dat antwoord hebben we nooit gekregen. Waarom, daar kan ik ook nu nog alleen maar naar gissen.”

Tussen neus en lippen door laat broer Cruijff wel weten in welke richting we zouden kunnen denken. “De invloed van Danny op Johan is gigantisch. Ik zal niet zeggen dat ze álles voor hem bepaalt, maar wel véél. Altijd drammen, altijd haar zin doordrijven! Ik durf zelfs te stellen dat zijn hele voetbalcarrière ondergeschikt is gemaakt aan haar wil. Ze heeft gewoon maling gehad aan alles en iedereen. Inclusief het Nederlands elftal. Eind jaren zestig had Johan een belangrijke kwalificatie-interland moeten spelen voor het WK in Mexico (Nederland-Bulgarije, 1-1 – MB). Maar in plaats daarvan zat hij in Italië, omdat mevrouw zo nodig spullen moest kopen voor hun nieuwe schoenenwinkel in de Kinkerstraat. Hoe háál je het in je hersens? En Johan als een loophondje achter haar aan. Onvoorstelbaar.”

Danny Cruijff is nooit door Jan Publiek op handen gedragen. Sterker, nog regelmatig wordt door veertigplussers gemopperd dat ‘die bitch ons twee WK-finales heeft gekost’, waarbij dan wordt gedoeld op de toernooien in West-Duitsland (1974) en Argentinië (1978).


In 1974 zou de aanvoerder van Oranje zich in urenlange telefoongesprekken tegenover Danny hebben moeten verantwoorden voor een feestje met poedelnaakte knusprige Mädchen in het zwembad van het spelershotel te Hiltrup. Tot op de dag van vandaag wordt beweerd dat Johan zó lang met het thuisfront aan de lijn heeft gehangen om een echtscheiding af te wenden dat hij tijdens de finale te moe en te verward was om zijn gebruikelijke hoge niveau te halen. En omdat Danny geen herhaling van die vermeende orgie wenste, zou Johan haar plechtig hebben beloofd nooit meer zo lang van huis te gaan, met inbegrip van een volgend wereldkampioenschap.

“Volslagen onzin,” zegt Jaap de Groot, chef-sport van De Telegraaf, ghostwriter van Cruijff en huisvriend van het koppel. “En juist omdát het niet waar is, raakt het haar zo. Danny heeft me al zo vaak verteld dat ze pas na de finale van het zwembadincident heeft gehoord. En ze kán ook helemaal niet hele nachten met Johan hebben gebeld, want ze zat in die tijd in de buurt van Andorra, waar ze volkomen verstoken was van telefonisch contact met Johan.”

In het standaardwerk Johan Cruijff vertelt Danny dat ze Johan de middag vóór de finale hoogstens tien minuten heeft gesproken. Moeizaam, in een telefoonwinkel, ‘waar de verbindingen nog tot stand gebracht werden door middel van gekleurde stekkers in een groot bord met contacten’. Voor de rest zouden Danny en Johan elkaar tijdens dat WK alleen maar brieven hebben geschreven.

De uitleg van De Groot cum suis klinkt mooi, maar strookt totaal niet met wat journalist Auke Kok beweert in 1974 – Wij waren de besten. Een citaat uit ‘het beste Nederlandse sportboek van 2004’: “De gevolgen waren voor iedereen zichtbaar in de hal van het Waldhotel in Hiltrup. Daar stond Cruijff te praten met zijn vrouw Danny, in een telefooncel schuin tegenover de receptiebalie, een met witte, geluiddempende latjes betimmerd hok, aan de muur een lichtkleurige telefoon met draaischijf. In het voorbijgaan kreeg Piet Schrijvers de indruk dat Cruijff ‘meer zweette dan op een training’. VI-hoofdredacteur Joop Niezen zag hem ‘ongelooflijk lang’ staan bellen met zijn vrouw, ‘drijfnat van het zweet’ want hij kreeg ‘verschrikkelijk op zijn donder’, waarbij de voetballer zo te zien ‘weinig in te brengen had’. Ook in de herinnering van fotograaf Jan Stappenbeld duurde de telefonade eindeloos lang. Uiteindelijk zag fysiotherapeut Hans Wolff hem ‘bezweet, met nat haar’ weer uit de cel stappen.” De auteur meldt voorts dat het ‘niet beperkt bleef tot één keer’ en beschrijft beeldend hoe de aanvoerder van ’s werelds beste voetbalteam keer op keer moest opdraven omdat de telefoon had gerinkeld.


Kok, nu: “Niemand van de Cruijff-vrienden in de journalistiek heeft me ooit aangesproken op de inhoud van mijn boek, ook al staan mijn bevindingen haaks op wat zij met name over de zwembadaffaire beweren. Maar ik kan met de hand op m’n hart verklaren dat ik die kwestie tot op de bodem heb uitgezocht en dat ik vele direct betrokkenen er persoonlijk over heb gesproken. Zoals het in 1974 staat, zo is het gegaan. Dat durf ik met honderd procent zekerheid te zeggen.”

“1974? Gewoon wáár!” zegt ook Henny Cruijff. “Ik werd ’s ochtends al gebeld door iemand die ertussen had gezeten. ‘Henny, het was een drama!’ Nou, na vijf minuten spelen in de finale zei ik al: ‘Die kleine zit niet goed in z’n vel.’ Ik zag het aan z’n koppie – en ik wist dus wat de oorzaak was. Wat ik ’s ochtends had gehoord, kon ik ’s middags zien. En het kwam uit: hij heeft de grootste dramawedstrijd van z’n leven gespeeld. Waarom bepaalde journalisten dan toch blijven beweren dat er helemaal geen telefooncontact is geweest tussen Johan en Danny? Omdat het starfuckers zijn! Als Johan zegt dat-ie gisteren een beer heeft geschoten op Groenland, schrijven ze dat allemaal klakkeloos op, ook al heeft de hele wereld hem bij wijze van spreken op het Rembrandtplein zien lopen.”

De koude douche na de verkwikkende duik leverde hoe dan ook imagoschade op voor Danny Cruijff, maar het was bepaald niet de eerste keer dat ze bakken met kritiek en verwijten over zich uitgestort kreeg. In 1973, toen Johan De Meer verruilde voor Camp Nou, had Ajaxpreses Jaap van Praag zich al een slecht verliezer getoond. “Ik noem geen namen, maar het is wel een zíj die erachter zit.” Het ook toen al niet fijnzinnige voetbalpubliek beloonde de transfer met het per post verzenden van gebruikte velletjes wc-papier en zelfs een giftige spin. Niet zo verwonderlijk dus dat Danny in de afgelopen decennia nooit de behoefte heeft gehad om een warme band op te bouwen met het Nederlandse volk. Datzelfde volk, dat haar rond (en lang na) het WK van 1978 dubbel zo hard zou aanpakken. Johan ging niet mee naar Argentinië ‘omdat hij dat aan Danny had beloofd’, want ‘van Danny mocht hij nooit meer zo lang van huis’, omdat ‘Danny niet wilde dat Johan zich nóg eens zou vergrijpen aan naakte meisjes in een zwembad’. Drie jaar geleden bleek echter dat de zaken genuanceerder lagen.


Op 19 september 1977 was de Rotterdamse (!) havenarbeider C., zwaaiend met een geladen dubbelloops geweer, het Spaanse appartement van de familie Cruijff binnengedrongen. Vrijwel onmiddellijk was hij begonnen met het boeien van de tv-kijkende heer des huizes (Johan, twee zetten vooruitdenkend: “Kan het niet wat losser? Ik ben net geopereerd!”), waarna hij er als enige sterveling in slaagde Cruijff de mond te snoeren, zij het dat hij daar een rol kleefband voor nodig had.

Op datzelfde moment was Danny opgesprongen en naar het trappenhuis gerend, alwaar ze de buren alarmeerde. De klungelige C. trachtte te vluchten, liet zijn geweer vallen en stuitte op een gesloten garagedeur, waarna hij kon worden overmeesterd. Volgens de legende werd hij daarbij door Nummer 14 onder schot gehouden, met zijn eigen vuur-wapen. De uiterst amateuristische en totaal mislukte roofoverval leidde ertoe dat de familie Cruijff maandenlang bewaking kreeg van de Policía Nacional. En Johan sprak met zichzelf af dat hij zijn gezin (“Het enige wat ik echt bezit”) nooit meer voor lange tijd alleen zou laten.

Jaap de Groot: “En daar heeft hij al die tijd over gezwegen, omdat hij beslist niet wilde dat andere gekken op een idee konden worden gebracht. Pas drie jaar ge-leden is besloten om het ware verhaal naar buiten te brengen. Ook omdat de kinderen toen al lang en breed het huis uit waren.” Henny Cruijff, smalend: “De hypocrisie! Johan heeft die gijzeling gewoon als argument gebruikt, want het stond al vanaf ’74 vast dat hij niet mee zou gaan naar Argentinië. En iedereen weet waarom.” Met stemverheffing: “Het is een schandáál dat zo’n mevrouw de weg die Johan had kúnnen bewandelen voor een deel geblokkeerd heeft. Danny is een ramp voor de Nederlandse sport gebleken. Maar ja, met sport had ze sowieso geen enkele affiniteit. Een absolute voetbalnono. Net als haar vader trouwens, die wist ook niet wat buitenspel was. Tussen de coulissen heeft ze alles voor Johan bepaald; ze heeft hem op allerlei manieren gemanipuleerd, zonder daarbij ooit op enigerlei wijze rekening te houden met zijn voetbalcarrière. Ik zeg je: als mijn broer een vóetbalvrouw had gehad, dan was Nederland met een vinger in de neus twee keer wereldkampioen geworden.”


Zuchtend: “Hoe meer je erover nadenkt, hoe verdrietiger je ervan wordt. Johan had een zoveel mooiere loopbaan kunnen hebben. Dat huwelijk is en blijft een historische vergissing. Voor mijn broer en voor Nederland.”

De relatie tussen Henny en Danny (zij en Johan waren niet bereikbaar voor commentaar) is er een als die tussen een ijsbeer en een pinguïn: ijskoud en door vele oceanen gescheiden. “Danny (door Henny consequent uitgesproken met de ‘A’ van ‘Amsterdam’ – MB) is een enorm egocentrische dame. Een vriend van me, die psycholoog is, vertelde ooit dat hij in zijn jeugdjaren naar een skioord ging. De jonge Danny zat ook in de bus, met een vriendinnetje. Dat werd door haar als een slaafje behandeld. Moest Danny’s ski’s dragen, haar bagage. En als ze daartegen protesteerde, kreeg ze te horen: ‘Je weet toch wel wie je reis heeft betaald?’ Dat was dus Cor Coster. ‘Henny,’ zei die psycholoog, ‘het was tóen al een secreet!’ Meer vriendjes van vroeger beweren dat trouwens.”

De toch al niet innige familieband werd definitief doorgesneden nadat ‘niet één, maar wel acht’ oudere bezoekers van Henny’s sportartikelenwinkel op de Amsterdamse Elandsgracht hem ‘gruwelijke verhalen’ over Danny’s vader kwamen vertellen. Cor Coster bleek in ’40-’45 het SS-uniform te hebben gedragen. Henny: “Het zwárte uniform, dus het allerhoogste op het gebied van smerigheid. Hij is assistent-kampbewaarder geweest in Letland. Jatte gouden kiezen uit dode mensen, om die weer te verkopen. Verkocht boterhammen door voor vijftig gulden per stuk. Zó iemand was dat. Dat kan iedereen inzien bij het Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie op de Herengracht, maar ik maakte het via een bericht op mijn website openbaar, dus ík had het in de ogen van de Costers gedaan. Steeds weer heb ik mijn broer gevraagd: ‘Johan, hoe kún jij hiermee leven? Terwijl je vader nota bene verzetsman is geweest!’ Maar Johan was zo zwak om zijn eigen familie te verloochenen.”


Henny, bozer en bozer: “Danny en haar vader zijn verwoestend geweest voor onze familie. Zij is trouwens ook nooit goed geweest met mijn moeder. Zei doodleuk: ‘Ik ben de enige mevrouw Cruijff,’ waarmee ze mijn moeder dus in feite onder het vloerkleed veegde. We moesten ook altijd aanhoren: ‘Ja maar wíj wonen in Spanje.’ Dat arrogante! De verwijdering die dankzij de familie Coster tussen mijn broer en mij is ontstaan, heeft mijn moeder een zeer pijnlijke en miserabele oude dag bezorgd. Vraag maar aan de buren hoe vaak Johan op bezoek is geweest in haar laatste jaar – dat is op één hand te tellen.

“Hartverscheurend, als je een vrouwtje van 89 zo ziet huilen en hoort wensen dat ze ’s ochtends niet meer wakker wordt. Dat Johan haar aan haar lot heeft overgelaten, neem ik hem heel ernstig kwalijk. Ook toen we wisten dat ze ging sterven, is-ie niet geweest. Typisch Johan: altijd verzaken op de momenten dat-ie nodig is. En dat mensje elke dag maar vragen: ‘Is Johan er al? Waarom komt-ie nou niet?’ En ook na haar dood heeft ie níets van zich laten horen; we konden hem met z’n allen wel uitkótsen.

“Bij de crematie is-ie ergens achterin tussen de mensen gaan staan, met het hele gezin. Nou, het leek wel of ze bij een musical waren, zo stonden ze te lachen. En nog grappen vertellen ook. Maar niet na afloop in de rij staan om mensen de gelegenheid te geven ze te condoleren. Volkomen respectloos. Hij heeft zich echt schofterig gedragen. En waarvoor allemaal? Voor de dochter van een SS’er. Ik kan haar wel schíeten. En Johan, die slapjanus, zou eens een paar flinke draaien om z’n oren moeten krijgen.”

Michiel Blijboom