De kracht van mumbo jumbo

Aspirine werkt. Geen twijfel mogelijk. Het bijzondere van aspirine is dat het werkzame bestanddeel, salicylzuur, al lang bekend was voordat de farmaceutische industrie het synthetiseerde in het bekende witte pilletje. Reeds de oude Grieken (of misschien wel de Babyloniërs) kauwden bij hevige hoofd- of kiespijn op een stuk wilgenschors om de pijn te dempen. Wilgenschors bevat salicylzuur. Het is nauwelijks voorstelbaar hoe men daar duizenden jaren geleden achter is gekomen. Aan zo’n ontdekking moet heel veel trial and error vooraf zijn gegaan. Stel, een man van 3000 v. Chr. met stevige hoofdpijn heeft de keus uit de schors van een berk, een eik, een beuk, een dennenboom, plus tal van andere bosschages, om maar te zwijgen van alles wat er nog meer groeit en bloeit in de omgeving. Hoe lang duurt het voordat hij merkt dat het de wilg is die echt helpt?

Niet alleen moet hij uit honderden gewassen iets selecteren wat tegen een bepaald ongerief werkzaam is (met vermijding van het giftige spul), er ligt ook een gigantisch placebogevaar op de loer. De meeste kruiden, planten-extracten, paddestoelen, wortelsapjes en dergelijke zullen niet heel veel geneeskracht vertonen, maar als ze worden toegediend door een deskundige medicijnman/kruidenvrouw, hebben patiënten er vaak wel degelijk baat bij.

Het placebo-effect is een mysterieus verschijnsel dat de medische wetenschap op een of andere manier belemmert om een echte wetenschap te worden. Overal waar sprake is van medisch handelen, doen zich ongrijpbare placebo-effecten voor, waardoor de werkzaamheid van een bepaald medicijn nooit exact is vast te stellen. Alleen al het feit dat een arts zich buigt over de klachten van een patiënt en een remedie voorschrijft, heeft een heilzame werking. Om het placebo-effect te beheersen en de zuivere werking van een geneesmiddel te kunnen bepalen, is het dubbelblind gerandomiseerd onderzoek ontwikkeld. Hiermee zijn bijvoorbeeld homeopathische geneesmiddelen ontmaskerd als ‘niet werkzaam’, hetgeen tal van gelovers in homeopathie er verder niet van weerhoudt deze onzinmedicatie te gebruiken én er baat bij te ondervinden. Placebo’s schijnen trouwens ook bij honden te werken, dus het effect kan niet alleen worden teruggevoerd op psychologie.

Ingewikkelder dan bij lichamelijke ziektes ligt het bij psychische aandoeningen. Depressie is uiterst vatbaar voor placebo-effecten. Het effectiviteitsonderzoek naar werkzame anti-depressiva wordt op hinderlijke wijze doorkruist door placeboresponsen van patiënten. Uit tal van onderzoeken blijkt dat nieuwe generaties anti-depressiva (prozacvarianten) ongeveer een derde van de onderzochte patiënten baat geeft, terwijl 25 procent van de patiënten die een placebo krijgen ook opknapt. Het verschil tussen een derde en een kwart bedraagt slechts tien procent, wat overigens genoeg is om als werkzaam medicijn door de ballotage te komen. Wel geeft het te denken over de werkzaamheid als zodanig.


Recent onderzoek geeft een nog somberder beeld. De psycholoog Irving Kirsch beschrijft in zijn boek The Emperor’s New Drugs de werking van ‘zware’ placebo’s, dat wil zeggen: mét bijwerkingen. Als antidepressiva in een dubbelblind onderzoek niet met inerte placebo’s (kalkpilletjes) worden vergeleken, maar met zware placebo’s (bijvoorbeeld tranquillizers of opiaten) die een droge mond, misselijkheid of tintelingen geven, dan blijken die zware placebo’s even effectief als antidepressiva. Depressieve patiënten reageren op de bijwerkingen, concluderen dat ze het ‘echte’ medicijn hebben gekregen, en voelen zich beter!

Het zou nog weleens heel lang kunnen duren voordat de medische wetenschap qua remedie voor depressie het equivalent van de wilgenschors voor hoofdpijn heeft gevonden. Vooralsnog vallen prozac en zijn derivaten onder de afdeling mumbo jumbo. Gelukkig helpt die in 25 procent van de gevallen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook