Dode kanaries

De IJslandse componist-musicus Jóhann Jóhannsson is een van de oprichters van Kitchen Motors. “Kitchen Motors,” zo lezen we in het manifest, “is a think tank, a record label, and an art collective specializing in instigating collaborations and putting on concerts, exhibitions, performances, chamber operas, produ-cing films, books and radio shows based on the ideals of experimentation, collaboration, the search for new art forms and the breaking down of barriers between forms, genres and disciplines.” Ambitieus, elitair en een tikkeltje arrogant, zou je zeggen, maar om het fenomeen Jóhannsson te begrijpen, heb je deze informatie wél nodig. Hij stelt zijn muzikale talenten namelijk volledig in dienst van de kunsten. Naast zijn eigen elektronische bandjes Evil Madness en Apparat Organ Quartet houdt hij zich vooral bezig met het schrijven van muziek voor film, toneel, documentaire en tv.

The Miners’ Hymns componeerde hij in opdracht van BRASS – Durham International Festival voor filmmaker Bill Morrisons gelijknamige docu over de mijnindustrie in Noord-Engeland, eind negentiende, begin twintigste eeuw. Het klankbeeld wordt grotendeels bepaald door het majestueuze orgel van de kathedraal van Durham, percussie, dreigende elektronica en een zestienkoppige koperblazerssectie. Het koper van de Noord-Engelse fanfares was voor de mijnwerkers een van de weinige vormen van vermaak, maar in de muziek van Jóhannsson is het niet meer dan de verklanking van het noodlot. Claustrofobie, onderaards gerommel, instortingen, mijngas en dode kanaries: nooit gedacht dat zo veel ellende zulke wonderschone muziek kon opleveren.

Ruud Meijer