Een goed gesprek met Henk Krol & Onno Hoes

Negen maanden is hij nu burgemeester van Maastricht. Daarvoor was Onno Hoes (50) een van de meest zichtbare provinciebestuurders van Nederland. Voor het grote publiek is hij daarnaast bekend als de man van tv-presentator en theaterproducent Albert Verlinde. Behalve van het stadsleven houdt Hoes erg van de natuur.

“Mijn groene hart is de afgelopen jaren steeds sneller gaan kloppen. Die belangstelling voor de natuur was daarvoor wel aanwezig, maar sluimerend. In mijn jeugd gingen we hier met onze ouders veel wandelen en paardrijden.”

In deze omgeving?

“Ja, zo ken ik dit gebied, de Loonse en Drunense duinen. En vroeger kwam ik ook al bij deze uitspanning. Albert en ik wonen hier een deel van onze tijd nog steeds vlakbij. De Rustende Jager is geen luxe restaurant, maar wel een eerlijke zaak, midden in de natuur. Een heerlijke plek als je wilt paardrijden, fietsen of wandelen.”

Hoe bevalt de baan van burgervader?

“De eerste negen maanden zitten erop. Die tijd had ik nodig om me in te werken, de stad te leren kennen. Het is een geweldig leuke job, maar toch is het goed om in deze vakantietijd even terug te zijn in Brabant. Ik kom hier vandaan en ik krijg er het gevoel van thuiskomen.”

Eigenaar Jo Pijnenburg serveert op het terras een kop zelfgemaakte groentesoep, rijk gevuld en met volop ballen.

Hoe goed ken je Limburg al?

“De afgelopen maanden heb ik een rondje gemaakt langs alle gemeenten van Zuid-Limburg. Ik begon in het Heuvelland, na de vakantie wil ik kennismaken met de collega’s in het noorden van de provincie.”

Denken die dan niet: wat komt de burgemeester van de grootste stad bij ons doen?

“Daar was ik ook bang voor, maar het tegendeel blijkt waar. Ze zeggen juist: ‘Steek je hand uit, want we willen samen met Maastricht de regio versterken.’ De relaties tussen Maastricht en de andere gemeenten in Limburg waren – laat ik het voorzichtig zeggen – wat bekoeld in de afgelopen jaren, zowel ambtelijk als bestuurlijk.Mij hebben ze juist geselecteerd om met mensen te praten. Dat ligt me goed. Dat heb ik in mijn Brabantse jaren kunnen bewijzen.”


Waarom ga je al die gemeenten af?

“Vanwege de nieuwe politiewet word ik een zogeheten regioburgemeester. Nu heb je bij de politie nog diverse korpsbeheerders. Met de invoering van de Nationale Politie wordt dat helemaal anders.Dan verdwijnen die. Daarna is minister van Justitie Ivo Opstelten de enige korpsbeheerder. Die krijgt dan regioburgemeesters onder zich. Tien in totaal: de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Haarlem, Nijmegen, Tilburg, Eindhoven en Maastricht. Mijn gebied valt samen met de provinciegrenzen van Limburg. Daarom wil ik dat rondje door heel Limburg maken om speciaal op het gebied van gemeenteoverschrijdende veiligheid meer kennis op te doen, ook met gemeenten net over de grens in Brabant, België en Duitsland.”

Lijkt me een vreemde gewaarwording.

“Valt wel mee. Ik had al eens eerder zo’n rondje gemaakt toen ik vierenhalf jaar geleden als gedeputeerde het natuurbeleid ging doen. In de periode daarvoor was ik verantwoordelijk voor economie. Dan is ecologie, natuur en milieu ineens een hele omschakeling.”

Hoezo?

“De belangen van boeren zijn soms anders dan die van natuurbeheerders. De een wil een lage waterstand, de ander juist een hoge om meer diversiteit te krijgen in planten- en diersoorten. Ik leerde dat je door het water een andere kant op te laten stromen soms twee partijen tevreden kunt stellen. Daarvoor had ik niet eens gedacht dat zoiets mogelijk was.”

Er komen worstenbroodjes op tafel.

“Daar gaat al mijn inzet van een week sporttraining.”

Niet zeuren, jij hebt deze locatie uitgezocht. Maar ter zake: zo groeide je belangstelling voor alles wat groen is?


“Ja, hoewel ik nooit iemand zal worden die van elk plantje weet van welke soort het is en of het wel of niet beschermd moet worden. Dat laat ik aan de kenners over.”

Zoals de mensen van de Nationale Boomfeestdag?

“Die weten dat wel. Ik was erg verheugd toen de directeur van de Nationale Boomfeestdag, Peter Derksen, me vroeg of ik hun voorzitter wilde worden. Respect voor de mens en de natuur zijn altijd erg belangrijk voor me geweest. Als je de natuur verwaarloost, haal je de hartslag uit de samenleving.”

Toch blijf je vooral een bestuurder. Wat valt je op, als je door die bril naar de wereld van natuurbeschermers kijkt?

“Dat de organisaties die belangen van de natuur behartigen in dit land wel erg versnipperd zijn. Je hebt te maken met het Rijk, de provincie en met erg veel organisaties zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Landschappen, de Waterschappen en vele particuliere organisaties, samen goed voor meer dan 450.000 hectare en verschillende vormen van natuurbelangen, die elkaar soms zelfs tegenwerken. Jammer, want ze zouden elkaar juist moeten versterken. En dan heb je nog het IVN dat aan natuureducatie doet en waar de Boomfeestdag al mee samenwerkt. In Israël doen ze dat nog veel praktischer. Daar heb je één organisatie. Dat zouden we hier ook moeten overwegen, zeker nu er bezuinigd moet worden.Stuk voor stuk beheren ze miljoenen aan euro’s, maar ze hebben allemaal hun overhead, hun kantoren en hun oude organisaties die stammen uit een verzuilde tijd.”

Nelly Pijnenburg brengt de specialiteit van de streek, een Udenhoutse broeder: een rozijnenbrood gevuld met een speciale mix waarin we vooral kaneel herkennen.


“Eigenlijk eet ik helemaal geen brood. Maar dit is allemaal zo mooi, ik moet nu een uitzondering maken. Al een hele tijd ben ik op de gezondheidstoer. Ik heb een advies laten opstellen waaruit bleek dat ik beter geen zuivel en tarweproducten kan eten. Dat bevalt uitstekend.

Je bent de eerste natuurbehartiger die ik spreek die niet negatief is over de bezuinigingen van het kabinet.

“Als je in dit land miljarden moet bezuinigen, dan moeten er ferme keuzes worden gemaakt. Dat kan alleen rigoureus. Je kunt niet overal dwars gaan liggen, anders blijft er van die noodzakelijke bezuinigingen niets over. Ik ben het met het huidige kabinet hartgrondig eens dat het stevig moet gebeuren. Dat doet ieder van ons pijn, maar het is een investering in de toekomst.”

En dat snappen jongeren?

“Er komt nu een nieuwe generatie die al die oude banden niet meer heeft en die zich realiseert dat je al die enorme bedragen die ermee gemoeid zijn best net even iets beter kan inzetten. Meer samenwerken en dus ook besparen. Vooral de bureaukosten in al die verzuilde werelden moeten naar beneden. Als je die beperkt, kun je toch heel veel geld in de uitvoering stoppen. Dat doet veel pijn omdat het lijkt alsof je iets wilt afpakken, maar het tegendeel is waar. Je schudt de zaak op, en daarmee wordt de natuur gediend.”

En wat is dan het doel?

“De natuur is een geschenk aan een volgende generatie. Dat is iets wat we nalaten aan onze kinderen.”

Grappig om dat te horen van iemand die zelf geen kinderen heeft.

“Tja, Albert en ik hoeven niets na te laten voor eigen kinderen. Maar we voelen ons wel erg verantwoordelijk voor onze omgeving. Daarbij wil ik graag zelf het heft in handen hebben en niet door anderen worden bestuurd.Dat verantwoordelijkheidsgevoel past bij elk thema dat ik oppak. “


Je verdedigt de bezuinigingen in de natuursector, lukt je dat ook bij de kortingen op cultuur?

“Laten we eerlijk zijn: in de cultuursector zijn er heel veel initiatieven die alleen maar draaien op de overheid. Je moet je afvragen of dat de grenzen van het redelijke niet overschrijdt. Je kunt toch niet de hele samenleving laten bezuinigen, zelfs korten op mensen met alleen een uitkering? Hen ervoor laten opdraaien en de cultuursector ongemoeid laten?”

Cultuurbezuiniging is dus verantwoord?

“Als het maar evenwichtig gebeurt en over het hele land verdeeld. Dat leek eerst niet zo, maar ik zie nu een beweging de goede kant op. Ik hoop dat regionale orkesten toch in een bepaalde vorm kunnen blijven bestaan. Opera Zuid lijkt gered, zeker als de zuidelijke provincies wat extra steun geven. Den Haag keek in eerste instantie te veel naar het belang van de Randstad.De culturele infrastructuur van Limburg is een heel andere dan die in het westen. Elke wijk en elk dorp heeft wel een harmonie. Dat is meer dan alleen cultuur, het is ook een sociale infrastructuur. Mensen zoeken er hun heil, hun sociale contacten en hun lol.Het lijkt erop dat landelijke politici begrijpen dat de cultuur verschilt voor mensen buiten de Randstad. Je moet er anders naar kijken dan naar uitingen binnen de Amsterdamse grachtengordel. Als wij geen docenten meer hebben voor lokale muziekverenigingen en voor de harmonie, dan valt het hele sociale leven van buurtschappen en dorpen uiteen.”

Daar is ie dan: de jagersbol met ham en kaas. Niet koosjer, wel erg smakelijk.


Vindt Albert het nog steeds leuk dat je burgemeester bent?

“In het begin was het even wennen. Maar we hebben de keus samen gemaakt. Het nadeel is dat we daardoor minder vaak bij elkaar zijn. Nu meestal alleen van vrijdagavond tot maandagmorgen. Dan zijn we of in het Brabantse Cromvoirt of in Maastricht. We proberen wel een heel weekend op één plek te zijn, liefst niet ook nog eens op en neer tussen Brabant en Limburg. In die weekenden hebben we wel diverse sociale verplichtingen, soms zelfs premières, of we gaan bij mensen op bezoek.

“Ik heb de laatste maanden moeten ontdekken dat je belangrijke dingen in een relatie tegen elkaar zegt tijdens het afwassen, het aan- en uitkleden en vlak voor het slapen gaan. Dan komen de echte verhalen los: ‘O ja, wat ik je nog wilde vertellen….’ Als je dat probeert te organiseren op vooraf geplande momenten waarbij je tijd maakt om samen te zitten met een glas wijn, dan zeg je wel veel, maar lang niet alles. Je beperkt je dan tot de meer zakelijke onderwerpen. Kleine kwesties, die o zo belangrijk kunnen zijn, raken dan ondergesneeuwd of blijven achterwege. Daarom bellen we nu vaker, ook tussendoor, zelfs op verloren momenten, desnoods voor een gesprekje van een minuut. Dat heb ik me nu aangeleerd en het begint al te wennen.Gelukkig is het nu vakantie en hebben we wat meer tijd voor elkaar. Maar ja, ik zit nu bij jou, en Albert had nog vlug een klus tussendoor, maar volgende week hebben we helemaal vrij gehouden voor elkaar. Hoewel, we gaan dan de Euregio verkennen en dat is toch weer een tocht met het werk in het achterhoofd.”

De Rustende Jager ligt aan de rand vanNationaal Park de Loonse en Drunense duinen. De familiezaak bestaat als sinds 1920 en werd opgezet door opa en oma Klijn. Op zomerse dagen zitten de bezoekers er op een groot terras, bij iets minder weer in de serre. Veel van hen hebben de hond meegebracht, anderen zelfs hun paard. Wie hiervandaan een fietstocht wil maken, kan ter plekke een fiets huren. Je hebt de keus uit 750 exemplaren, van model oma tot een moderne mountainbike. Voor de Rustende Jager geen HP’tjes. De kaart is immers beperkt. Het is een uitspanning en geen pretentieus restaurant. Wat de uitbaters Jo Pijnenburg en Nelly Pijnenburg-Klijn serveren is wel eerlijk en van goede kwaliteit. En het belangrijkste: het wordt geserveerd volgens de regels van de Brabantse gastvrijheid.