Is sport ergens goed voor?

Voetbal en danskunst hebben veel gemeen. Tenminste, dat vindt mijn moeder, die vroeger danseres en choreografe was. Als ze foto’s ziet van voetballers die in de lucht bevroren lijken, wijst ze me op de lijnen van het lichaam en de draaiingen van de spieren. De overeenkomsten tussen het nationale elftal en het Nationale Ballet liggen niet erg voor de hand, behalve voor wie de kunst in sport weet te zien. In 1988 presenteerde Frits Barend over die overeenkomst een documentaire, Schijnbewegingen, waarin beelden van Marco van Basten en danser Clint Farha in elkaar overvloeien. Op het eerste gezicht kan sport zinloos lijken. Waarom zou je gaan rennen in een zaaltje, of een bal over een net slaan? Of roeien, vroeger de taak van galeislaven? Maar sport voelt gewoon goed, is gezond en is onderdeel van het sociale leven. Veel mensen zouden het leven maar saai vinden zonder sport – en kunst. De vraag van de week is: wat is de zin van sport in het menselijk bestaan? En wat maakt voetbal, de populairste sport ter wereld, zo aansprekend?

“Sport heeft geen enkele zin. Wat de mens wel moet doen, is bewegen. Als je een auto twee jaar in de garage laat staan, wil hij niet meer starten, maar elke dag 150 kilometer per uur rijden is ook funest. Wie een normaal leven leidt, krijgt voldoende beweging. Dat wil zeggen: op de fiets naar je werk, lopend boodschappen doen, zelf het vuil buiten zetten en een tuintje hebben om in te wroeten.

“De gedachte dat je door sport kunt afvallen, is onzinnig. Ons lichaam zit zo in elkaar dat je met heel weinig eten veel kunt doen. Maar het omgekeerde is ook waar: je moet heel veel bewegen om ook maar één ons af te vallen. Als je in Amsterdam bij Van Dobben een kroket eet, moet je van Amsterdam naar Utrecht rennen voor je die er weer af hebt. Tegen de tijd dat je in Utrecht bent, heb je zo’n honger dat je onmiddellijk naar Broodje Ploff rent om een kroket te eten. Dat schiet niet op. Een tweede misverstand is dat je van sport mooier en sterker wordt. Als je heel hard sport, kun je eenderde sterker worden. Een slappe lul wordt dus een eenderde minder slappe lul.

“Voetbal is een nogal schonkig schouwspel. Maar als mensen het leuk vinden om te doen of naar te kijken, moeten ze dat vooral doen. Dat is de enige goede reden om aan sport te doen.”

“In elke samenleving vind je sport en hechten mensen daar uiteenlopende betekenissen aan. Sport kan worden benaderd vanuit gezondheidsperspectief, maar vooral topsport wordt vaak ingezet om het ‘nationale gevoel’ te versterken. Die maatschappelijke doelen staan op gespannen voet met andere waarden van sport. Van nature gaan kinderen spelen en bewegen, en sport is daarvan een volwassen voortzetting, met regels, competities en professionalisering. Volgens de historicus Johan Huizinga lag in het feit dat de mens speelt, dat we naast een homo sapiens ook een homo ludens zijn, de basis van alle cultuur: van sport, maar ook van kunst en wetenschap.


“Wetenschap en filosofie beginnen bij liefde voor de waarheid. Sport begint met de nieuwsgierigheid hoe ver een mens kan gaan. Hoe hoog kan ik klimmen, hoe hard kan ik rennen? Er ligt een vorm van waarheidsvinding in sport, namelijk wie je bent en waar je grenzen liggen.

“Bij de Griekse olympische sporten bestond van oudsher synergie tussen het lichamelijke en het geestelijke. Bij scholing hoorde ook lichamelijke oefening, en andersom. Daar is ook de kiem gelegd van het idee van sportieve eer behalen, en het lichaam cultiveren door middel van sport.

“De populariteit van voetbal is niet terug te voeren op het spel zelf, maar op de ontstaansgeschiedenis ervan. In de negentiende eeuw werden in Engeland de regels van voetbal gestandaardiseerd. Universele regels zijn cruciaal voor de verspreiding van een sport. Voetbal was een elitesport, die dankzij het prestige dat Engeland op het wereldtoneel genoot makkelijk kon worden verspreid.”

“Je beweegt, dus je bestaat. Bewegen is een essentieel onderdeel van ons bestaan: het betekent je verplaatsen binnen tijd en ruimte. Kinderen die te weinig bewegen, ontwikkelen zich trager.

“Naarmate je ouder wordt, komt er steeds meer nadruk te liggen op cognitieve taken, maar eigenlijk is bewegen net zo cognitief als andere dingen. Door voetbal kunnen kinderen zich ontwikkelen, bijvoorbeeld op het vlak van ruimtelijk inzicht. Je moet binnen de lijnen blijven, maar daarbinnen beweeg je je vrij. Bij hockey ben je al minder vrij; er zit een stick tussen jou en de tegenstander. Ik heb niets tegen die sport, maar voetbal staat dichter bij de essentie van bewegen zoals we dat in de natuur zouden doen: één met ons lichaam, dicht bij de ander.


“Als je verder gaat naar topsport, wordt de plaats van bewegen steeds belangrijker. Eigenlijk is het een middel om te scoren, maar op dat moment wordt het je levensdoel. Het verklaart waarom topsporters er zo’n moeite mee hebben om na hun carrière terug te schakelen naar bewegen voor het plezier in plaats van als levensdoel.

“Binnen een team wordt bewegen ook sociaal handelen. Deze zomer zat ik in de organisatie van de FIFA Womens World Cup. Dat is de ultieme vorm van sport als zin van het bestaan: als team excelleren op het hoogste niveau.

“De meest vaardige spelers zien er meestal het mooist uit qua lijnen. Maar bij een kunst als ballet gaat het om de esthetiek van de beweging zelf. Bij voetbal gaat het uiteindelijk om het uitvoeren van een taak: scoren. En daar zit ook nét de spanning in!”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Isabelle Buhre