Slopestyle

Veel nieuwsberichten op internet lees je zonder dat werkelijk doordringt wat er nu eigenlijk staat. Pas bij gedegen herlezing dringt de werkelijkheid zich op, vaak met dubbel zo veel kracht. Dit is er zo één: “Slopestyle wordt olympische sport.”

En nu nog een keer, zodat het goed doordringt: “Slopestyle wordt olympische sport.”

Ik wist dat de tijden waarin er uitsluitend olympisch geworsteld en gemarathond werd al ruim een eeuw achter ons liggen, maar slopestyle? Bij de volgende Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji (als je Georgië binnenkomt meteen links, en dan rij je er eigenlijk zo tegenaan) is het al zover.

Slopestyle is een soort snowboarden – ook al Olympisch, ‘we’ hebben er zelfs goud mee gehaald – maar dan zonder enig wedstrijdelement. Op YouTube zijn beelden te zien van vlotte Amerikanen met namen als Toby, Riley of Johnny die in een beijzelde half-pipe trucjes doen. Hoe halsbrekender de truc, hoe beter. En zoals dat gaat met wezenloze sporten, is ook hier een jury in het leven geroepen om punten toe te kennen. Je ziet ze zitten, die juryleden, op een bergtop ergens in Colorado: zes mannen en vrouwen met mutsen van de organisatie, blazend op hun bevroren ballpoints om te vergelijken wie er net wat dichter bij een dwarslaesie is gekomen dan de rest.

(Ik vind jurysporten overigens sowieso obsceen. Kunstrijden, turnen, schoonspringen, synchroonzwemmen, figuurpoepen; altijd zit er ergens op een tribune een zwikje omgekochte betweters dat de uitslag bepaalt. Nooit komen ze in beeld, nooit worden ze geïnterviewd door een horde schuimbekkende journalisten en nooit hoeven ze toe te lichten waarom ze de dubbele schroef met halve draai net iets beter vonden dan de driedubbele salto zonder plons. Wat is dat voor systeem? Laat die mensen – als het mensen zijn – zich bekend maken! Afschaffen die hele hap, wat mij betreft. Alleen de paardendressuur moet blijven bestaan; daar pakken we volgend jaar in Londen met Anky gewoon weer een gouden plak mee.)


Slopestyle is méér dan een sport, zo lees ik op internet. Daar word ik altijd een beetje schichtig van, van mensen die denken dat hun sport niet gewoon alleen maar sport is. Sport is religie, zeggen die mensen. Sport is een manier van leven. Sport is big business. Sport is entertainment. Sport is als het leven zelf.

Ook sterk: sport is alles. Dat zal ook wel de reden zijn dat sport voor elk willekeurig maatschappelijk karretje kan worden gespannen; collectes worden al lang niet meer gehouden voor een waterput in Ethiopië of een schooltje in de binnenlanden van Borneo, maar voor nieuwe netten voor de trapveldjes van Niger of voor een 18-holes golfbaan voor de slechtzienden van Papoea-Nieuw Guinea.

Je hoort nooit eens iemand zeggen: sport is gewoon maar lichaamsbeweging. Hobby. Tijdverdrijf. Sport is maar sport. Of het nu waar zou zijn of niet: ik zou luisteren.

Vermoedelijk was het nieuws al maanden bekend, maar hebben ze bij het IOC gewacht op een hete julidag om het nieuws wereldkundig te maken. Voor de vorm repte voorzitter Jacques Rogge nog over een ‘haalbaarheidsonderzoek’ en de ‘uitstekende resultaten’ daarvan. Over de brug met die resultaten, Rogge!

Als iedereen met zijn hoofd bij de Tour zit, of in een bak ijsblokjes, zal het met de boze telefoontjes ook wel meevallen, moeten ze in Lausanne gedacht hebben. Het klopte. In de kantlijn van het hete nieuws ging de ijzige waanzin van dit berichtje aan alle redacties voorbij. Nergens een interview met Cheryl Maas te vinden, de Nederlandse die in deze discipline tot de wereldtop schijnt te horen. Ter voorbereiding op Sotsji even op haar Wikipedia-pagina rondgekeken. Tweede regel: “Ze doet niet mee aan wedstrijden, maar verdient haar geld met het maken van promofilms.” De kern van slopestyle in één simpele zin gevat.