Vriendjespolitiek?

Wanneer de affaire tussen Robert en Mariko Peters in het voorjaar van 2005 in Kabul ontluikt, hebben de twee ook zakelijk met elkaar te maken. Robert probeert voor een project van zijn culturele organisatie, The Foundation for Culture and Civil Society, subsidie te krijgen van het Prins Claus Fonds.

Zoals gebruikelijk in dit soort gevallen neemt het Prins Claus Fonds contact op met de Nederlandse ambassade in Afghanistan om te peilen of het een geschikt project betreft. Namens de ambassade buigt Peters zich over deze kwestie. Op 17 april mailt ze aan haar minnaar: “Ik ben nu net weer terug, en mijn e-mails aan het doorlopen – en ik zie dat ik je professioneel wat moet vragen: het Prins Claus Fonds vraagt mij eens wat meer te weten te komen over jullie circusproject. Ra ra ra. Vragen liggen op het terrein van relevantie van het project, de context ervan, etc. Bij deze kwijt ik mij graag van die taak. Misschien dat ik gauw een kop koffie bij je mag halen voor een vakkundige presentatie.”

Uiteindelijk maakt het Prins Claus Fonds 38.000 euro vrij voor Roberts project. Dat is meer dan hij had verwacht, mailt Robert aan Peters.

De ‘dubbele pet’ van Peters bij het verstrekken van de subsidie lijkt sterk in tegenspraak met de gedragscode voor diplomaten. Daarin staat: “Omdat wij een publiek belang vertegenwoordigen, is het onze plicht zelfs ook maar de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Vriendjespolitiek bij interne en externe contacten is dus uit den boze.”

Vragen over haar rol bij het toekennen van de subsidie aan voornoemd project wenst Mariko Peters niet te beantwoorden. Het Prins Claus Fonds laat weten dat details rondom de aanvraag niet openbaar mogen worden gemaakt.