Zinnen als verkeersborden

Het is geen middagje Artis waar Toine Heijmans ons op trakteert. Wel een heftige zeiltocht, compleet met grotemensenproblemen. Jammer alleen dat Heijmans zijn taal zo vol waarschuwingen propt.

Op zee, het romandebuut van Volkskrant-journalist Toine Heijmans, leunt vrij zwaar op een plotwending. Dat is gedurfd, zeker voor een debuut. Heijmans doet bijna alles goed: intelligent getimede flashbacks en cliffhangers, een zorgvuldig opgebouwde spanningsboog, een verteller die langzaam steeds gestoorder wordt, en een rampscenario waar iedereen zich in kan verplaatsen. Alleen jammer dat je de plotwending al na een paar hoofdstukken ziet aankomen, en je dan nog door zo’n honderdvijftig pagina’s moet worstelen.

Een boek als Op zee is lastig te bespreken zonder iets van de ontknoping prijs te geven. Nieuwsgierige lezers die nog niet aan de roman zijn begonnen, kunnen nu misschien beter stoppen met lezen – het zou zonde zijn als de recensent hun leesplezier voortijdig verpest. Die eer komt Heijmans zelf toe.

Hoofdpersoon Donald neemt een sabbatical van drie maanden. Die sabbatical gebruikt hij om een solozeiltocht te maken, iets waar hij al jaren van droomt. Goed idee, vindt zijn vrouw Hagar. Voor het laatste deel van zijn reis wil Donald zijn zevenjarige dochtertje Maria laten overvliegen naar Denemarken, om vandaaruit samen terug te zeilen naar Nederland. Niet zo’n goed idee, vindt Hagar. Op een of andere manier weet Donald haar toch te overtuigen, en vader en dochter varen in twee dagen probleemloos naar huis.

Althans, dat was de bedoeling. Het gaat mis als Donald een grote, dreigende wolkenpartij over het hoofd ziet, vlak voor de Waddeneilanden. Dat is waar we het verhaal binnenvallen. In korte hoofdstukken, vol terug- en vooruitblikken, leren we vervolgens de angsten en dromen van de hoofdpersoon kennen, de reden voor zijn reis, zijn verhouding tot zijn vrouw en dochter, en zijn tamelijk overspannen kijk op de wereld.


Op zee is geschreven in het ik-perspectief. Heijmans laat de lezer in Donalds hoofd kruipen. Aanvankelijk denk je nog dat Donalds paniekerige reactie op de donkere wolken normaal is, gegeven de omstandigheden. Slaapgebrek, een maandenlange tocht op een krap zeiljacht achter de rug, een jonge dochter aan boord, de constante dreiging van de elementen – het is niet bepaald een middagje Artis.

Maar al snel laat Heijmans doorschemeren dat er weleens meer met Donald aan de hand kan zijn. Of nou ja, doorschemeren. Heijmans propt zijn alinea’s vol met waarschuwingen. Zinnen als opdringerige verkeersborden. Pas op, onbetrouwbare verteller!

“De werkelijkheid kan ook een droom zijn, wat mij betreft,” constateert Donald al in het tweede hoofdstuk. “Twee nachten zonder slaap hebben me een helderheid bezorgd die ik niet kan vertrouwen” – twee pagina’s verderop. “Je ziet dingen die er niet zijn, je hoort kinderstemmen,” zegt hij tegen zichzelf, weer een pagina verder.

Je kunt het probleem van Op zee in één zin samenvatten: Heijmans onderschat de lezer. In meerdere opzichten. De plotwending is te simpel, de hints zijn te duidelijk – en je zou iets soortgelijks over de stijl kunnen zeggen. Alles aan Op zee is kort. De zinnen, de alinea’s, de hoofdstukken. Daar is op zich niks mis mee, integendeel – maar Heijmans’ zinnen zijn niet zozeer eenvoudig, als wel kinderlijk. Het is één ding dat Donald tegen zijn zevenjarige dochter in sterk versimpeld Nederlands praat, maar dat hij tegen de lezer precies dezelfde toon aanslaat, wordt al vrij snel storend, en soms zelfs beledigend. Alsof Heijmans mikt op een publiek dat de taal nog maar net beheerst.


Ander voorbeeld. Donalds bootje heet Ismaël. Het zal ook niet, denk je dan, maar voor de paar lezers die écht niet wilden begrijpen dat het hier gaat om een verwijzing naar Moby Dick, spelt Heijmans dat nog eens keurig uit. En vat hij de roman ook maar even in een paar zinnen samen. Het is inderdaad ook wel een obscuur boekje, dat Moby Dick.

Heijmans lijkt niet het type schrijver dat zichzelf mijlenver boven de lezer plaatst – het is waarschijnlijk eerder onhandigheid dan arrogantie. Maar dat maakt de leeservaring niet minder irritant.

Het is vooral zonde omdat je telkens blijft zien wat Op zee wél had kunnen zijn: een toegankelijk, bloedstollend verhaal over een man die de grip op zijn wereld verliest, over zijn treurige pogingen om de schijn op te houden tegenover zichzelf en zijn geliefden. Iets als Tirza. Op zee doet er af en toe aan denken, puur vanwege de onbetrouwbare, overspannen verteller.

Maar er is meer. De originele setting en de even simpele als effectieve plot. Het is bij Heijmans niet zozeer een kwestie van de verkeerde ingrediënten. Het is meer een kwestie van een slordige dosering. Dat is trouwens ook zijn redacteur aan te rekenen.

Misschien had het geholpen als Heijmans Tirza beter had bestudeerd. Daar verraste de ontknoping wél, en zag je pas bij herlezing hoe nauwkeurig Arnon Grunberg daarop aanstuurde – niet al na een paar pagina’s. Grunberg bespeelde zijn personages én de lezer als een poppenspeler. Heijmans probeert het ook. Maar je ziet overal de touwtjes.

Toine Heijmans: Op zee. L.J. Veen, €18,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Dries Muus