De man met de zeef

Peter Andriesse schreef ooit, samen met onder anderen Heere Heeresma, het Manifest voor de jaren zeventig. Veel is er van die zeventigers niet terecht-gekomen. Andriesses werk leest niemand meer. Zonde.

Het einde van een leven in de literatuur wordt niet verbeeld door een man met de zeis of door een man met de hamer, maar door een man met de zeef. Alleen de allermooiste en allerfijnste brokstukken blijven bewaard. Dag en nacht schudt de man aan zijn kolossale vergeetmachine, tot al het gruis uit ons collectieve geheugen is verdwenen.

Vergis ik me of is het ouderdom wanneer ik denk dat het vergeten tegenwoordig veel sneller gaat?

Vorige maand stierf de dichteres Ellen Warmond (1930). Heeft u ergens een uitgebreide beschouwing over haar leven en haar werken gelezen? Ik niet. Wat ik las, waren kleine berichtjes. Zo kwam ik te weten dat ze eigenlijk Pietronella Cornelia van Yperen heette, en dat ze behalve verzen ook nog een roman heeft geschreven met de titel Paspoort voor niemandsland. Als assistent bij het Letterkundig Museum werkte ze mee aan verscheidene Schrijversprentenboeken, zoals die van Vestdijk, Menno ter Braak en Anna Blaman.

In mijn jeugd was Ellen Warmond een tamelijk bekend dichteres, die in haar poëzie verwant heette te zijn aan de Cobra-beweging. Een van haar latere gedichten gaat zo:

Jong als kinderstemmen

Jong als kinderstemmen

reeds met de tongval van de ouderdom

te kunnen zeggen:

zie achter mij hoeveel ik al tot stof geleefd heb

en hoeveel as zich ophoopt in mijn ogen

en hoeveel stof en as mijn hand daarvan

bevatten kan en samenbalt tot niets.

en toch en desondanks

wachten – onmatig – want matigheid is zwakte – en nieuwe kleren kopen voor de hoop

hoewel de laatste zekerheden naakt gaan


en trachten waar men niet bestond

toch te ontstaan

om het onmogelijk natuurverschijnsel:

zon in de maan

rondlopende weg terug

of het oog in de rug.

omdat geloof ontspringt

uit de zekerheid dat er geen hoop meer is

omdat het hart zich voedt

met wat de hand ontvalt.

Mooi? Er is haar wel, zo lees ik, ‘verstandelijkheid’ verweten, maar veel van haar gedichten zijn terug te vinden op esoterische en religieuze sites. Het schijnt dat Herman de Coninck van mening was dat zij haar verstand gebruikte ‘om er niets van te begrijpen’ en dat zij zich daarom Warmond heeft genoemd.

Warmond, wartaal – het proeft gedateerd. De moderne lezer krijg je met zulke associaties in elk geval niet meer wakker. De geringe aandacht die haar dood heeft gegenereerd, doet het ergste vrezen over het voortbestaan van haar oeuvre. Lees het nevenstaande gedicht eens opnieuw en vraag je af of je er over een maand nog iets van kan herinneren.

Wie vorige maand ook stierf, was Heere Heeresma (1931). Een curieuze figuur die ik een paar keer heb ontmoet. Zoals Gerard Reve sprak – en schreef – hij aanvankelijk in een statig gebeeldhouwde taal, laatst nog treffend weergegeven door Theodor Holman: “U heeft wellicht waargenomen dat ik al mijn woorden een geheven vinger heb medegegeven opdat u oplettend worde en gewaarschuwd zult zijn, terwijl mijn handen in werkelijkheid op zoek zijn naar de hier ontbrekende schaal met lekkernijen die de heer Loeb ons beloofd heeft.”

Enzovoort. Ironie tot in het oneindige.

Theo van Gogh, die de novelle Een dagje naar het strand heeft verfilmd, liep weg met Heeresma. Eenmaal heb ik hen mogen vergezellen naar een optreden bij de Groningse studentenvereniging Flanor. Om redenen die ik nu niet meer begrijp, was op de heenweg afgesproken dat we net zouden doen alsof we elkaar niet kenden, een houding waar Heeresma – gewapend met een zwarte zonnebril – de beste in was. Maar op een gegeven moment liep het zo uit de hand dat organisatoren de pest in kregen en hebben overwogen ons niet meer te betalen.


Zoals bij veel mensen die er altijd een tekort aan hebben, stond Heeresma hoog verheven boven geld. Vooral uitgevers hebben daar onder geleden, want Heeresma incasseerde graag grote voorschotten, waar niet altijd een manuscript tegenover stond. Toch moet hem achteraf veel vergeven worden. Hij schreef namelijk een paar bijzonder grappige romans, zoals De verloedering van de Swieps, Geef die mok eens door, Jet! en Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp. Dat laatste boek werd genadeloos neergesabeld door Gerrit Komrij. Met Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming nam Heeresma revanche door de vertellingen te laten afspelen in een naargeestige buurt, die het Komrij-kwartier heet.

Daags na de dood van Heere Heeresma at ik toevallig in het Amsterdamse café Bern, waar Geert Wilders in de tijd dat hij nog niet afgaf op de grachtengordel ook weleens een vorkje prikte. Stamgast bij Bern is sinds decennia Peter Andriesse, die samen met Heeresma, Hans Plomp en George Kool in 1970 het Manifest voor de jaren zeventig heeft geschreven. Dat manifest, niet alleen gericht tegen experimentele wartaalschrijvers als Jacques Firmin Vogelaar en Sybren Polet, maar vooral tegen het literaire establishment, was een oproep tot leesbaarheid.

Het ging de opstellers ook om het doorbreken van de macht, wat zij deden met een tekst die ook niet helemaal meer overeind staat: “Terwijl de heersende klasse zich in de zestiger jaren door middel van aan elektroniese wetmatigheden gebonden betekenissen nog meer aan de kontrole van de massa onttrok dan al het geval was deed de burgerlijke literatuur in Nederland hetzelfde aan de hand van volmaakt onherkenbaar taalgebruik of anders aan de hand van alleen vanuit zeer ver doorgevoerde abstrakties mogelijkerwijs nog te pruimen gedreutel over elastiekjes, dirigentenkledij en tafels.”


Kontrole, want de c was als bourgeoisletter natuurlijk taboe.

Veel is er niet van die zeventigers terechtgekomen. Heeresma trok zijn eigen baan. George Kool heeft van 1982 tot zijn dood in 2008 voornamelijk gezwegen. Hans Plomp is deskundig geworden in geestverruimende middelen. Peter Andriesse, inmiddels 71 jaar, pleegt op een bankje te zitten voor café Bern – tenminste, als de zon schijnt. Hij heeft wel een manuscript in voorraad, maar geen uitgever die het wil uitgeven.

Thuis zocht ik naar Zuster Belinda en het geheime leven van dokter Dushkind, de satirische doktersroman van Peter Andriesse. De namen uit de titel verwijzen naar sigarettenmerken uit de tijd dat roken nog voor gezond werd gehouden.

Voorbij, allemaal voorbij.

Zuster Belinda bleek ik inmiddels kwijt te zijn en ook Antiqbook bood geen soelaas. Dus heb ik de auteur zelf aangeschreven. En die had nog een exemplaar. Een geestig boek, nog altijd, veertig jaar later. En leesbaar ook, nog steeds.

Blijf af, gij man met de zeef!

Peter Andriesse: Zuster Belinda en het geheime leven dokter Dushkind. Bert Bakker, 1985. Niet meer te verkrijgen, zelfs niet antiquarisch.

Max Pam