‘De wereld zit niet op bullshit te wachten’

Wat een luchtig tussendoortje zou worden, groeide uit tot een megaproject met medewerking van Tom Waits, Terry Gilliam en het Metropole Orkest. The Monster of Nix, de muzikale animatiefilm die de Nederlandse regisseur Rosto voor zijn zoontje Max maakte, hoort tot het beste in het genre.

Het is stil in Studio Rosto A.D. De ruimte in de nok van een voormalig schoolgebouw in de Amsterdamse Jordaan gonsde nog niet al te lang geleden als een verstoorde bijenkorf, maar nu zijn de stoelen leeg en staren de computerschermen je aan als ogen waaruit het leven voorgoed lijkt te zijn geweken. Regisseur/kunstenaar Rosto geeft toe dat hij hier wel even aan moet wennen – zijn leven was de afgelopen jaren een heuse achtbaanrit en nu staat hij letterlijk en figuurlijk weer met beide benen op de grond. The Monster of Nix, de film die onlangs in première ging op het prestigieuze Festival du Film d’Animation d’Annecy, heeft daar ondanks de hoge kwaliteit en de medewerking van Tom Waits en Terry Gilliam niet de prijzen of eervolle vermeldingen geoogst die je had kunnen verwachten. Toch is Rosto niet teleurgesteld. “Ik neem prijzen niet zo serieus. Het benadrukken van het niet winnen van een prijs vind ik voornamelijk een erg negatieve benadering, terwijl er juist veel buzz in Annecy was rondom Nix.” Flegmatiek: “Ze vinden je vroegere werk nu eenmaal altijd beter.” Hij doelt daarmee op Jona/Tomberry, een nachtmerrieachtige film die in 2005 op het festival van Cannes wél werd onderscheiden met de Canal+ Prijs voor Beste Korte Film.

Achter in de studio, gezeten aan een lege tafel, bekent hij dat The Monster of Nix eigenlijk een luchtig tussendoortje had moeten worden, een cadeautje voor Max, zijn toen zesjarige zoontje, die nieuwsgierig was hoe het verder ging met de Langemanne, personages uit het eerdere werk van zijn vader. Die luchtigheid kon hij wel gebruiken. Onder het motto ‘de wereld zit niet op bullshit te wachten’ had hij in Jona/Tomberry zo veel van zichzelf gestopt, dat hij het binnenste in zichzelf ‘zo’n beetje naar buiten had getrokken’, een proces dat hem naar eigen zeggen bijna de kop had gekost. De tijd dat de animatiefilm zorgeloos door zonovergoten, Disney-achtige landschappen huppelde, is allang voorbij. De Studio Rosto A.D werd in 1995 opgericht door ‘een kunstenaar’, zegt hij, en kunstenaars hebben de plicht ‘om alles wat ze horen, weten en voelen zichtbaar en hoorbaar te maken, te delen’.


De behoefte om zich te uiten openbaarde zich bij Rosto al vroeg. Als jongetje was hij al met een filmcamera in de weer, en toen de puberteit daar was, raakte hij – zoals bij bijna alle jongetjes op die leeftijd – gefascineerd door de elektrische gitaar. Na een studie aan de kunstacademie, waar de docenten de toen al eigenzinnige Rosto begripvol zijn eigen weg lieten zoeken, had Rosto de bouwstenen verzameld – film, muziek, kunst en een missie – die hem tot de kunstenaar maakten die hij nu is. Een bezoek aan zijn website, die een kunstwerk op zich is, leert dat Rosto het begrip kunst zo breed mogelijk heeft geïnterpreteerd.

Als beoefenaar van toegepaste kunst maakte hij leaders en logo’s voor onder andere Pinkpop, Villa Achterwerk, R.A.M. en In Europa. Met zijn video voor Anouks The Dark won hij de TMF Award voor Beste Nederlandse Clip. Zijn filmoeuvre, inmiddels zes rolprenten dik, begon in 1999 met het drieminutenfilmpje Beheaded. In hetzelfde jaar startte hij Mind My Gap, een nog steeds lopend online stripverhaal met in de hoofdrollen Diddybob, Buddybob en de Langemanne, boomachtige fantasiewezens die in de bossen huizen. En het waren die Langemanne die Rosto inspireerden tot het tussendoortje dat een megaproject werd: de dertig minuten durende film over het monster van Nix.

Rosto is weliswaar zes jaar bezig geweest met The Monster of Nix, maar twee jaar daarvan ging op aan het leuren met een idee om de financiering rond te krijgen. “Dat was soms een ontmoedigende periode. Op een bepaald moment zat er zo weinig schot in dat we vreesden dat we maar van het hele project moesten afzien.” Uiteindelijk besloot Rosto om zelf maar een productiehuis te beginnen, om zelf de pet van uitvoerend producent maar op te zetten. The Monster is uiteindelijk een coproductie geworden van Studio Rosto A.D, de AVRO, het Belgische CinéTé, Autour de Minuit en Canal+ uit Frankrijk, en kreeg ook nog eens een substantiële financiële injectie van het Filmfonds.


Wie denkt dat Rosto toen de buit eenmaal binnen was meteen achter de tekentafel dook om zijn verhaal gestalte te geven, heeft het mis. De fraaie karakters en decors in zijn films mogen dan rieken naar olieverf, inkt en papier, ze ontstonden zo goed als allemaal bij gratie van een muisklik en levende acteurs. Bovendien houdt hij zich, net zomin als de regisseurs van gewone speelfilms, niet lijfelijk bezig met het creëren van de set. De regisseur van een animatiefilm is de man met de ideeën, het verhaal en de algehele leiding. Voor de rest heeft hij zijn mensen – en in het geval van The Monster of Nix waren dat er in totaal meer dan honderd. “Het is al jaren zo dat de grenzen tussen tekenfilm, computeranimatie, live-action en postproductie aan het vervagen zijn,” benadrukt Rosto. Hij beschouwt zichzelf dan ook niet als een animator. “Ik gebruik animatietechnieken omdat ik daarmee hardop kan dromen.”

Rosto’s dromen komen in eerste instantie terecht op het storyboard, een schetsmatig verloop van het verhaal. Willy, een jongetje dat qua uiterlijk en leeftijd verdacht veel op Max lijkt, is zijn oma kwijt. Als hij buiten komt, blijkt het halve dorp te zijn weggevaagd door een monster uit het bos. In een klankdecor van sinistere, door Rosto zelf geschreven muziek, gaat Willy op onderzoek uit. De eerste die hij ontmoet is Virgil, de reuzenzwaluw. “I’m a swallow and of ridiculous scale,” gromt de stem van Tom Waits, “A frikkin’ swallow in this stupid tale.” Dan krijgt hij de hulp van de Ranger, een rol waarvoor Rosto Terry Gilliam wist te strikken, de animator van Monty Python.


Samen gaan ze op zoek naar de Langemanne, boomachtige wezens die alleen kinderen kunnen zien, maar ook die blijken niets van doen te hebben met het monster van Nix. Virgil legt hem uiteindelijk uit dat het monster niet bestaat: “You thought you chased a monster, but The Very End is chasing you.” De enige manier om te voorkomen dat ook het verhaal van Willy tot een einde komt, is om zo snel mogelijk met nieuwe verhalen op de proppen te komen, verhalen die diep in het woud veilig in reuzeneieren opgeborgen zitten.

Een allegorie? Over de betekenis van zijn werk wil Rosto het liever niet hebben. “Ik hou er niet van om de mensen mijn eigen interpretatie op te leggen. Ik hou ze liever een spiegel voor waarin ze kunnen herkennen wat ze willen. Het gaat om de interactie tussen mij en de kijker. Natuurlijk, ik stop veel van mezelf in mijn films. Maar ik ben ervan overtuigd dat hoe persoonlijker ik iets maak, hoe universeler het eindresultaat wordt.”

Met dit verhaal en de financiering in kannen en kruiken kon Rosto aan de slag. De productie van The Monster of Nix begon bij live-action opnamen. “Acteurs in kostuum spelen hun rol tegen de achtergrond van een green screen. Daardoor krijg je natuurlijk bewegende figuren. De groene achtergronden worden later vervangen door op de computer getekende decors. De actrice die Willy speelde, droeg een groot masker. Op dat masker werd later een geanimeerd gezicht geprojecteerd. Willy lijkt heel erg op Max. De animators hebben heel goed naar Max’ gelaatsuitdrukkingen gekeken.”


Voordat de animators met hun werk begonnen, werden eerst de stemmen opgenomen. Is dat niet het paard achter de wagen spannen? Rosto legt uit van niet. “Wanneer je kunt beschikken over de twee unieke stemmen van Terry Gilliam en Tom Waits, dan moet je die stemmen ten volle kunnen benutten. Wanneer je de performances van die mannen al hebt vastgelegd, dan kunnen de animators zich laten inspireren door de dynamiek van hun stemmen.”

Dat Rosto Waits en Gilliam wist te strikken, lijkt een wonder, maar de filmmaker praat erover als of het de normaalste zaak van de wereld is. Met Waits had hij al eerder contact gehad, en omdat de zanger van het begin af aan een inspiratiebron voor het duistere karakter van Virgil was geweest, besloot hij hem voor die rol te benaderen. Waits bekeek het storyboard en zei ja. Einde verhaal. Gilliam kende hij al jaren, dus één telefoontje was voldoende. Makkelijk had Gilliam het niet. “Terry had al jaren geen stemmen meer gedaan, dus het was voor hem behoorlijk zweten. Hij was bang dat hij het niet meer kon, maar zijn gestuntel was precies wat ik nodig had. De Ranger is namelijk een nerveus wrak. Uiteindelijk kon hij de humor van zijn onzekere gehannes wel inzien.”

Rest de vraag wat Max, de jongen voor wie The Monster of Nix in eerste instantie werd gemaakt, er nu allemaal van vond. De jongen is inmiddels twaalf en was bij het hele productieproces betrokken. Bij de live-action opnamen speelde hij zelfs de rol van Rostostilstkin, een figuur die verdacht veel op zijn vader lijkt. “En hij was testpubliek,” zegt Rosto met vaderlijke trots. “Als Max iets niet goed vond, werd het aangepast. In zijn kinderlijke onschuld legde hij de vinger vaak precies op de zere plek. En daardoor is het echt helemáál zijn film geworden.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ruud Meijer