Fijne chaos

De incunabel wordt geleverd met een making-of. Eerst is er het verhaal, daarna vertelt Snijders in zeven zkv’s (zeer korte verhalen) hoe het verhaal tot stand is gekomen. Dat viel niet mee. Over zijn schouder keken een of andere kunststichting en een oud-lerares Nederlands mee. De oud-lerares had een meedogenloze opvatting over literatuur: “In een literair werk van betekenis staan alle woorden op de enige plaats die mogelijk is, er staat bovendien geen woord te veel of te weinig.”

De incunabel is het bewijs dat daar weinig van deugt. Een chaotische, vage structuur, zinnen en alinea’s waarvan je je afvraagt wat ze nu eigenlijk op die plek doen, wat ze überhaupt in het verhaal doen – maar het stoort geen moment. De novelle begint als een eenvoudig verhaal over een jeugdliefde, plotseling verschijnt er een avontuurlijke broer op het toneel, tussendoor is er een spannend incident rondom een zeer kostbaar boek, en zo op de helft blijkt het toch vooral te draaien om een brief van de avontuurlijke broer. Een brief waarin hij schrijft over zijn vorming en zijn belangrijkste inzichten; hij deelt de conclusies van zijn avonturen met zijn broertje.

Die conclusies gaan over de onontkoombaarheid van het Lot, predestinatie, de futiliteit van de vrije wil. Een zwaar thema, licht beschreven – je vraagt je aan de hand van De incunabel af of het eigenlijk wel zo’n zwaar thema is. Of zoiets wel bestaat.

In de making-of schrijft Snijders: “Ik moet die belachelijke structuur overboord zetten, ik moet het ene zinnetje na het andere schrijven en hopen dat er nu en dan iets goeds tussen zit.”

Nu en dan, dat is niet gelukt. De incunabel staat vol met prachtige zinnen, die even eenvoudig als inzichtelijk zijn, zoals deze: “Wie verklaringen zoekt, vindt ze, maar wie weet ooit of het de goede zijn.”

A.L. Snijders: De incunabel. De Bezige Bij, € 15,90. Ook verkrijgbaar via ako.nl.