Geschiedenis onder de zon

De regering van Curaçao liet het standbeeld van Peter Stuyvesant verwijderen.

Twee weken Curaçao betekent niet alleen een vakantie met zekerheid van zon, maar ook een bijzondere ontmoeting met een ver deel van ons Koninkrijk. Het nieuws over Chávez is opeens geen ver buitenlands nieuws meer, maar gaat over een land dichtbij. Ook voor Suriname hebben de media veel meer aandacht. Daarnaast brengt het radionieuws overigens ook berichten over de wateroverlast in Arnhem en de discussie over pedofielenvereniging Martijn. Vergeleken met de problemen van Curaçao komt dat als relatief onbeduidend over.

Zo ziet Curaçao zich geconfronteerd met economische problemen, werkloosheid en toenemende criminaliteit, en gaat het op die gebieden veel slechter dan in het land Aruba. De verschillen tussen arm en rijk zijn groot op Curaçao en de kosten van levensonderhoud nog best hoog. De bevolking mort over hogere accijnzen, energieprijzen en belastingen; her en der werd al gestaakt. Het Antilliaans Dagblad trok zelfs de vergelijking met de roerige periode van 1969, toen Nederlandse mariniers naar Curaçao werden gestuurd om in te grijpen na plunderingen, en er twee doden vielen.

In de politiek vallen over en weer harde woorden, het politieke klimaat in Nederland lijkt er bijna mild bij. Het kabinet van premier Schotte is verdeeld en de grootste partij van het land, de PAR, is veroordeeld tot de oppositie.

Een discussie die mijn aandacht trok, was die over Peter Stuyvesant. Bij alle geschiedenislessen die ik in ons Nederlands onderwijs heb gevolgd, werd weinig verteld over die periode. Dat besefte ik heel duidelijk na de uitspraken van ex-premier Balkenende tijdens de Algemene Beschouwingen over de ‘VOC-mentaliteit’. Vooral uit delen van de Surinaamse bevolking kwamen toen heftige protesten. Natuurlijk doelde Balkenende met zijn uitspraak op de handelsgeest en zeker niet op de slavernijgeschiedenis, maar niettemin bleek de gevoeligheid van een en ander onderschat.


Diezelfde – terechte – gevoeligheid is nu op Curaçao aan de orde bij de discussie over Peter Stuyvesant. Hij was gouverneur van Nieuw-Amsterdam, het latere New York, en een van de grote namen van de West-Indische Compagnie (WIC). Het is deze handelsmaatschappij die, veel meer dan de VOC, berucht is om haar slavernijverleden.

Curaçao was het centrum van deze handel. De slaven werden uit Afrika aangevoerd en vanuit Curaçao ook doorgevoerd naar Suriname en Amerika.

In het museum Kura Hulanda in Willemstad wordt indringend geschetst hoe mensonterend deze handel was. Ook tal van landhuizen op het prachtige eiland vertellen dit verhaal. Je ziet er de overblijfselen van de zoutpannen en de plantages, maar ook de lijfstraffen en levensomstandigheden blijven niet onbesproken.

Het is dan ook jammer dat veel mensen niet verder kijken dan de luxe beach resorts op dit eiland vol historie.

Wie dat wel doet, zal sinds kort tevergeefs zoeken naar het standbeeld van Peter Stuyvesant in Willemstad. De huidige regering heeft het beeld laten verwijderen, en ook een school die naar hem was vernoemd heeft een nieuwe naam gekregen. De tegenstanders van deze actie – tot wie ik mezelf ook reken – vinden dat daarmee een deel van de geschiedenis wordt weggemoffeld. Ook de zwarte bladzijden uit het verleden zouden belicht moeten worden.

Maar meer nog dan voor het behouden van een standbeeld of een schoolnaam geldt dat natuurlijk voor de schoolboeken. De maatregel van Desi Bouterse om in Suriname een geschiedenisboek van de scholen te laten verwijderen dat de Decembermoorden vermeldt, is nog afkeurenswaardiger.

Maar ook wij moeten onszelf een spiegel blijven voorhouden en beseffen dat een deel van de problemen in onze vroegere koloniën terug is te voeren op onze eigen bijdrage aan die geschiedenis.


Het beeld van Stuyvesant mag dan verdwijnen, de geschiedenis moeten we levend houden!

Jack de Vries