Interview

‘Onze topscorer kampt nog met een hardnekkige waterskiblessure.’

Meneer, hoe heeft u dit weekend als trainer beleefd?

“Kijk, het is natuurlijk nooit leuk om je openingswedstrijd met 0-5 te verliezen, laat ik dat vooropstellen. Maar ik zag wel aanknopingspunten. Er gingen ook dingen wél goed.”

Zoals?

“We hielden de bal af en toe in de ploeg. Dan zag ik patronen waar we in de voorbereiding op hebben getraind. Dat stemt hoopvol. Maar bij balverlies ging er te veel fout. We speelden niet vanuit onze positie, legden het af in de persoonlijke duels en we wisten ons niet meer terug in de wedstrijd te vechten. Daar ben ik in de rust boos over geworden.”

En dat hielp?

“Tuurlijk niet, maar het luchtte lekker op. Je moet niet vergeten: dit was niet de ploeg die ik voor ogen heb. Het bestuur had een spits beloofd, en een centrale verdediger. Maar om die te betalen, moeten we eerst twee middenvelders verkopen. We spelen 4-3-3; dan vind ik het dus onzin om twaalf middenvelders in je selectie te hebben. Weet jij toevallig nog iemand die een polyvalente middenvelder kan gebruiken?

“Bovendien kampt Virgil, onze topscorer in de voorbereiding, nog steeds met een hardnekkige waterskiblessure aan zijn hamstring. Dat scheelt een slok op een borrel.”

Over borrels gesproken…

“Ik heb mijn straf uitgezeten en daarmee klaar. Het zijn de media die daar steeds op terug blijven komen.”

Is er in uw ideale elftal een plekje ingeruimd voor Steve Bokashi, de Zimbabwaanse middenvelder die al drie weken op proef meetraint?

“Kijk, ik heb al vaker naar de media toe gecommuniceerd dat we in principe over voldoende middenvelders beschikken. Maar als je dan een buitenkansje als Steve krijgt aangeboden, maak je natuurlijk een uitzondering. Ons voltallige scoutingteam heeft hem drie keer zien spelen voor Zimbabwe onder negentien. Drie keer de beste man van het veld.”


Wie vormen dat scoutingteam?

“Op dit moment, door alle personele wijzigingen en een klein arbeidsconflict, doe ik dat tijdelijk even alleen. Maar Steve is een rasvoetballer, dat ziet een blinde. Alle grote clubs zitten achter hem aan. Chelsea, City, United, Milan. Maar hij wil zich in alle rust ontwikkelen, zegt-ie. In een familiaire sfeer. Nou, dan zit je bij ons goed. Wij zijn allemaal familie van elkaar.

“Eigenlijk hecht ik niet zo veel waarde aan die 0-5. Je weet dat je een verloren wedstrijd speelt als je na vijf minuten met 0-2 achterstaat. Dan kunnen je tactische plannen dus de prullenbak in. Moet je va-banque gaan spelen. Maar daar hebben wij dus he-le-maal de spelers niet voor. Dan kijk ik liever naar de wedstrijd tegen VV Huissen, en dan vooral de eerste twintig minuten. Toen zag ik dingen waar je op voortborduurt als trainer. Je zit met z’n allen in een proces ergens héén, maar dat gaat natuurlijk niet in een rechte lijn. Zonder vallen geen opstaan, denk ik maar.”

Toch was het een foutenfestival, afgelopen zondag. Dat kunt u toch niet ontkennen?

“Ik ga dat niet ontkennen. Ik vind het alleen een slechte vraag die je daar stelt. Jij weet ook, als journalist zijnde, dat persoonlijke fouten erbij horen. Daar ben je machteloos tegen, als trainer. Bovendien leer je van je fouten. Ook dat is een proces, zeker met een jonge groep als de onze. Als je het zo bekijkt, hebben we gewoon ontzettend veel geleerd zondag.”

U spreekt over uw jonge groep. Is het geen nadeel dat deze zomer alle ervaren spelers vertrokken zijn. Uw aanvoerder zondag was twintig jaar.


“Die jongen is gewoon al heel ver in zijn ontwikkeling. En natuurlijk missen we ervaring, vooral in de as. Maar we werken bij ons vanuit een bepaalde filosofie, namelijk dat opleiden beter is dan kopen. En het helpt natuurlijk niet mee dat onze hoofdsponsor drie weken geleden over de kop is gegaan. Maar ik wil het eigenlijk alleen over voetbal hebben.”

Laatste vraag: hoe ziet u dit seizoen tegemoet?

“Enorm positief.”

Frank Heinen