Alfaman

Michiel de Ruyter, de hoofdpersoon uit de nieuwe roman van Robert Anker, is alles: geleerd én woest aantrekkelijk. Klinkt veelbelovend. Credit auteur>door dries muus

Oorlogshond bestaat uit drie delen en een epiloog. Het eerste deel speelt zich af op een Amsterdams gymnasium, waar de hoofdpersoon de gevestigde orde omver probeert te werpen. Het tweede deel speelt zich af in Afrika, tussen de guerrillatroepen, waar de hoofdpersoon de gevestigde orde omver probeert te werpen. Het derde deel speelt zich af in separatistisch Oost-Nederland, waar de hoofdpersoon, hoe zeg je dat, de gevestigde orde omver probeert te werpen.

Michiel de Ruyter heet hij. Een zelfgekozen pseudoniem. De verteller van Oorlogshond is een naamloze biograaf, die zijn onderwerp bij elke stap vergezelt. Aan de keuze voor het pseudoniem kunnen we al afleiden dat de hoofdpersoon weinig last heeft van valse bescheidenheid. De Ruyter is dan ook geen alledaags figuur. Briljant classicus en filosoof, summa cum laude gepromoveerd op Heidegger, en daarnaast opgeleid als paraspecialist bij het Korps Commandotroepen. Hij neemt deel aan illegale freefight-evenementen, rijdt in een enorme pick-uptruck, zit in de drugshandel om wat bij te verdienen, en hij krijgt de mooiste vrouwen in zijn omgeving moeiteloos in bed, niet zelden tegelijk. Een larger than life-figuur, kortom. Het klinkt veelbelovend. Helaas is De Ruyter even ongeloofwaardig als onsympathiek.

Robert Anker heeft verscheidene prijzen gewonnen. Naast romans schreef hij gedichten- en verhalenbundels, essays en literaire kritieken. Een veelzijdig auteur. Oorlogshond staat redelijk op zichzelf, zowel binnen de Nederlandse literatuur als binnen Ankers oeuvre, maar hier en daar zijn overeenkomsten met eerder werk te herkennen. In het succesvolle Hajar en Daan, uit 2004, stond bijvoorbeeld een onmogelijke, van alle kanten tegengewerkte liefde centraal. Een liefde tussen een Nederlandse geschiedenisleraar en een Marokkaanse leerlinge.


Het taboe op de relatie tussen leraar en leerling wordt ook in Oorlogshond aangestipt. Vrijwel al zijn vrouwelijke leerlingen vallen voor Michiel de Ruyter. Een Griekenlandreis loopt uit op een vredige orgie, zoals haast alle buitenschoolse activiteiten die De Ruyter organiseert. Een van zijn leerlingen woont zelfs bij hem, ze slapen in hetzelfde bed, maar ‘slapen’ moet hier letterlijk opgevat worden. Het is een platonische verhouding. Maar de schooldirectie vindt het nochtans geen goed idee, en zelfs voor de ruimdenkende onderwijswethouder gaat De Ruyters vrije seksuele omgang met zijn leerlingen iets te ver. Burgerlijk gelul natuurlijk – De Ruyter spuugt op alles wat naar een conventionele moraal neigt. Maar hij doet eerder denken aan een opstandige puber dan aan een vrijdenkende intellectueel. Hij preekt veel over ‘het klootjesvolk’ en ‘de massa’, bordjes met ‘Verboden toegang’ erop negeert hij, de boef, en hij parkeert zijn pick-uptruck pal naast een vol terras, om de bon vervolgens theatraal te verscheuren. Het ontbreekt nog aan een T-shirt met ‘Fuck the system’ erop.

Uiteindelijk legt De Ruyter het af tegen het systeem, al moet worden vermeld dat van zijn gelukzalige vrijstaat van gymnasiasten dan al weinig meer over is. En van zijn gemoedsrust nog minder. Dat patroon komt in het hele boek terug, trouwens: de opstandige held en zijn volgers leggen het telkens af tegen het systeem. Maar pijnlijk wordt het nergens. Het is moeilijk om mee te leven met tot personages gepromoveerde clichés. Je merkt het vaak al aan de namen. De Ruyters foute advocatenvriend heet Byron Baksteen, een naam die je eerder associeert met de Donald Duck dan met de onderwereld. De voornamen van zijn leerlingen zijn zo mogelijk nog belachelijker (Frodo, Tulp, Dante, Dakota – een vrij willekeurige greep). En dan is er nog Lot. De platonische vriendin. Tja, wat zou die naam nou betekenen? Lastig. Gelukkig geeft Anker ons een hint. Als Lot zich voorstelt ‘grapt’ Michiel: “Noodlot?” ”Haha!” zegt ze zonder dat er ook maar iets van een lachje op haar gezicht is te bekennen. “Jouw lot, misschien?”


Dan zet ze haar nagels ‘in zijn ruige onderarm’. Verbazen of shockeren doet het allang niet meer. Al in de openingsscène, waarin De Ruyter de vleugels van een vlieg uittrekt omdat hij ‘daar zin an had’, is de toon gezet. Vanaf dat moment weten we dat we een hoop ruig bedoeld gepoch kunnen verwachten.

Het had allemaal nog gaaf kunnen zijn, of op z’n minst spannend, als de verteller enige afstand tot De Ruyter had bewaard. Maar de naamloze biograaf lijkt zijn held ongelooflijk serieus te nemen, wat bij zo veel opschepperij vooral een lachwekkend effect heeft.

Dat De Ruyter volledig over the top is, is niet eens het probleem. Hij is een homo universalis, geleerd én woest aantrekkelijk – iets als James Bond. Maar uit hoeveel neerstortende vliegtuigen hij ook springt zonder zijn kapsel of zijn vlinderdas in gevaar te brengen, Bond is wél een geloofwaardig karakter. Onwaarschijnlijkheid en geloofwaardigheid kunnen heel goed samengaan. Als de personages tenminste enigszins in balans zijn, als ze niet volledig zijn opgebouwd uit testosteron, woede en sensatiezucht. Bond beschikt over charme, klasse en humor – denk die eigenschappen weg, en je houdt Michiel de Ruyter over. Een alfaman gevangen in een omegaboek.

Robert Anker: Oorlogshond. Querido, €18,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook