Americanakoningin

Artiesten die als ze hun liedjes niet goed genoeg vinden besluiten om dan maar geen album uit te brengen, moeten we koesteren: er komt al genoeg middelmaat uit omdat er nu eenmaal zoiets bestaat als een contractuele verplichting. Gillian Welch is zo’n heldin. Na Soul Journey (2003) bracht ze niets meer uit omdat de liedjes die ze daarna met gitarist David Rawlings schreef de toets der kritiek niet konden doorstaan. Ze gaven de moed echter niet op, en na veel bloed, zweet en tranen is er na acht jaar eindelijk weer een album.

De titel The Harrow & The Harvest (de eg en de oogst) zegt alles, zeker als je bedenkt dat het werkwoord to harrow ook pijnigen of folteren betekent, want makkelijk heeft Welch het zich niet gemaakt. Dat de tien liedjes op The Harrow & The Harvest door de americanakoningin wel goed genoeg zijn bevonden, wekt geen verbazing: het is namelijk een bloedmooi album geworden. Een stem, een gitaar, een banjo en af en toe een mondharmonica: meer hebben Welch en Rawlings niet nodig om de rillingen over de rug van de luisteraars te jagen.

De meeste songs zijn eerste of tweede takes, en de zeldzame foutjes of onvolkomenheden lieten ze voor wat ze waren: het leven is immers ook niet perfect. En over het leven gaat deze plaat. Verloren liefdes, flirts met de dood en seksuele verlangens: Welch zingt verhalen die dwars door de ziel gaan. En Rawlings speelt zijn meanderende gitaarlijnen zo authentiek dat de indruk ontstaat dat niet alleen zijn zeldzame Epiphone Olympic Archtop dateert uit 1930, maar ook dit hele intieme studioconcert werd gespeeld in lang vervlogen tijden.