Coen Verbraak

Coen Verbraak (Amsterdam, 1965) is journalist voor Vrij Nederland en NRC Handelsblad. Zijn interviewserie Kijken in de Ziel is elke dinsdag te zien op Nederland 2. Intro credit auteur>door ernest marx, foto jos lammers

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Positief opgewonden. Ik werk aan een documentaire over Van Kooten en De Bie, aan een film over Sonja Barend en ik heb een portret over Ellen Blazer gemaakt. Het blijft spannend hoe zoiets uitpakt. Privé gaat het goed. Dat hangt vaak samen. Als iets in mijn werk moeizaam verloopt, pieker ik daar thuis over en investeer ik minder in de huiselijke situatie.

Wie zijn uw helden?

Ischa Meijer, Bibeb en Jan Blokker.

Aan wie ergert u zich?

Mensen die zonder inzet en passie hun vak uitoefenen. Vooral in Hilversum kom ik ze geregeld tegen: minimale prestaties, maar wel dikbetaalde

salarissen.

Lijkt u op uw moeder?

Ze heeft een prettige, montere naïviteit waarmee ze de wereld tegemoet treedt. Dat had ik vroeger ook, maar het is moeilijk vast te houden als je dit werk doet. Ik ben geneigd om mensen niet meteen op hun woord te geloven en steeds te denken dat er iets achter zit.

Bidt u weleens?

Niet meer.

Wat is uw grootste angst?

Wanneer je vader wordt, hebben de grootste angsten opeens betrekking op je kind. Dat heeft me wel verbaasd. Ik werd pas op mijn 41ste vader en dacht dat ik mezelf inmiddels goed kende. Maar opeens kun je dan nachtmerries krijgen waarin je zoon iets vreselijks overkomt.

Bent u aantrekkelijk?

Ik vind het niet leuk dat ik slechts 1 meter 73 ben. Gelukkig heb ik een goeie kop met haar en een prettige stem. Als ik me lekker voel, kan ik stralen en dat is zeker als interviewerbelangrijk.

Waar schaamt u zich voor?

In mijn privéleven kom ik makkelijk te laat, maar als het aan werk gerelateerd is nooit. Dat vind ik toch lullig. Onaardig gezegd heeft het te maken met prioriteiten stellen.


Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Naast privé wat punctueler zijn, zou ik op werkvlak wat minder tegelijk op mijn bord moeten nemen. Ik heb eigenlijk drie banen tegelijk en vind het allemaal zo leuk om te doen.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Toen ik Tonio van A.F.Th. van der Heijden las. Een beklemmend en hartverscheurend boek. De taal gaat in je poriën zitten en kruipt onder je huid.

Bent u monogaam?

Zeker sinds ik 21 jaar geleden mijn vrouw leerde kennen.

Wie is uw grootste liefde?

Dat zijn mijn vrouw Caroline en onze zoon Tobias.

Hoe ontspant u zich?

Ik probeer elke dag piano te spelen. Zelfs tien minuten kunnen aanvoelen als twee uur.

Wat is uw grootste ondeugd?

Wouter Bos zei mij in een interview dat zijn thuisfront altijd goed genoeg was om de gaten in zijn agenda op te vullen. Het is een groot gevaar dat iedereen bedreigt die iets in zijn carrière wil bereiken. Dat geldt voor mij ook.

Hoe moedig bent u?

Ik ben niet laf, maar ik ontbeer de koele vorm van moed die mijn vrouw heeft. Als iemand rookt in de metro, stapt zij er gerust op af: “Ik wil dat je die sigaret nú uitmaakt.” Ook bij types die ik vooral liever hun gang laat gaan. Ik hou in zo’n situatie mijn hart vast.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Joop van Tijn, de vroegere hoofdredacteur van Vrij Nederland en op afstand de beste interviewer ooit. Hij prentte mij in dat interviewen als schaken is. Je moet steeds drie zetten vooruit denken.


Wanneer was u het gelukkigst?

Los van de geboorte van mijn zoon was dat toen op mijn 21ste mijn eerste artikel in Vrij Nederland verscheen. Ik heb iedereen die ik kende erover opgebeld. Vorig jaar won ik de Nipkowschijf. Ook mooi. Ik werd daarna een maand lang elke ochtend wakker als een jarig jongetje.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

De ambitie om mooie dingen te willen maken. Maar als ik met een vriend niet kan lachen, is die vriendschap snel voorbij.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Daarvoor geldt hetzelfde. Daarnaast vind ik zorgzaamheid en vrouwelijkheid fijn.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Mijn piano.

Wat is uw grootste prestatie?

Toen ik de journalistiek inging, wilde ik meerdere takken van sport bedrijven: schrijven, radio en tv. Bovendien wilde ik daarmee in de eredivisie spelen. Dat is gelukt.

Wat is uw grootste mislukking?

Vijftien jaar geleden heb ik een boek gemaakt vol interviews met cabaretiers. Ik had me er veel meer van voorgesteld dan wat het uiteindelijk werd.

Gelooft u in God?

Ik ben katholiek opgevoed, maar het geloof is uit mijn bestaan weggeëbd.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

In het begin van mijn carrière ben ik harder over mensen heen gelopen dan eigenlijk nodig was. “Haal alsjeblieft die drie regels uit het interview, anders wil mijn vader nooit meer met me spreken.” Ik liet ze staan. Nu ben ik daar veel coulanter in.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Zo moet je niet denken. Dat is een heel verkeerde manier van in het leven staan. Maar een goed geheugen is natuurlijk nooit weg.


Wat is de beste plek om te wonen?

Groningen. Als ik er niet om praktische redenen had weg gehoeven, woonde ik er nu nog.

Wat is uw devies?

Wie bang is, wordt ook ge-slagen.

Volgende week:

Justine le Clerq