‘Ik moet altijd alles extreem doen’

Na haar omstreden debuut uit 2008, Vochtige streken, was het de vraag of Brits-Duitse schrijfster Charlotte Roche met de opvolger opnieuw zou kunnen provoceren. Schootgebed choqueerde echter zelfs haar man. ‘Misschien geeft het publiek me de aandacht die ik als kind niet kreeg.’

Een hete zomerdag in Keulen. Charlotte Roche (33) verschijnt in een kleurige rok met een topje, waarbij haar tatoeages goed uitkomen. Haar nieuwe roman, Schootgebed, is net uit en nog nauwelijks door iemand gelezen. Ze vindt het spannend, zegt ze.

De hitte van deze dag past bij de roman. De eerste zin luidt: “Zoals altijd hebben we de twee elektrische dekens in bed een half uur voor de seks aangezet.” Daarna volgt een lange seksscène tussen de hoofdpersoon Elizabeth en haar man. Hun dochter van zeven is naar school.

De roman vertelt drie dagen uit het leven van Elizabeth, ergens in een vrij grote Duitse stad. Ze is begin dertig en tamelijk neurotisch. Tot elke prijs wil ze een perfecte minnares zijn, een goede moeder, een model-milieubeschermster en vegetariër. Met hetzelfde enthousiasme wijst ze haar stiefzoon af, haat ze haar samengestelde gezin en vooral haar eigen moeder.

Roche beschrijft een vrouw die zichzelf onder druk zet. Alles in haar leven draait om therapiesessies, eetstoornissen en haar borstencomplex. Elizabeth prijst de seksuele energie van haar man, met wie ze samen bordelen bezoekt. Ze lacht om feministen die het vaginale orgasme ontkennen en wijzigt constant haar testament.

Jaren eerder is er een ongeluk gebeurd in Elizabeths familie. Onderweg naar haar bruiloft klapt haar moeder met haar drie broers op een bus. De broers komen om, de moeder raakt zwaargewond. De bruiloft wordt afgelast, Elizabeth verlaat haar bruidegom. De schaduw die dit ongeluk over haar leven werpt, is te groot.

Pijnlijk gedetailleerd beschrijft Roche hoe Elizabeth nog één keer haar bruidsjurk past, waardoor de familie pas later kan vertrekken. Zou het anders niet zijn gebeurd? En was het niet ook haar schuld, omdat ze zo nodig zo’n pompeuze japon wilde, die niet in een koffer paste en met de auto moest worden vervoerd?


Zo’n ongeluk is de familie van Charlotte Roche ook overkomen, in 2001. De in Engeland geboren schrijfster wilde in Londen haar bruiloft vieren. Op weg daarheen verongelukte de auto met haar moeder en haar broers. Tot op de dag van vandaag heeft ze nooit in het openbaar over dat ongeluk gepraat.

Ook in dit nieuwe boek rekt Roche de grenzen van de schaamte tot het uiterste op. Maar deze keer is haar thema de dood, en de vraag wat het de moeite waard maakt om de dood niet op te zoeken.

“Ik zou gek zijn als ik zou denken dat Vochtige streken te evenaren was.”

“Als het aan mij lag, zou Schootgebed nog beter verkopen. Maar zo veel verontwaardiging als toen zal er deze keer niet zijn. Ik heb mijn grootste hit al achter de rug.”

“Eerst dacht ik: o, een wonder. En toen: zo blijft het natuurlijk niet. Ik heb echt alles gedaan om ervoor te zorgen dat ik bovenaan bleef staan. Ik dacht echt dat ik doodging als ik naar twee zou afzakken. Het was een soort walgelijke verslaving. Ik nam me voor niet lui te zijn, niet arrogant, altijd vriendelijk als ik voorlas uit mijn boek en tijdens interviews. Ik praatte met iedereen die met mij wou praten. Het was bijna prostitutie – er blijft niet veel van jezelf over.”

“Ik weet het niet meer. Waarschijnlijk viel het erg mee.”

“Ik wou altijd schrijven. Ik was heel gelukkig toen ik mijn eerste boek schreef, en bij het tweede ook weer. Het is een goed gevoel om de bladzijden te vullen, om tegen jezelf te zeggen: wat ben ik toch gedisciplineerd. Ik was niet erg goed op school, en het was al een wonder dat ik überhaupt een boek schreef.”


“Omdat ik mezelf niet als een schrijfster zie, maar als een oplichtster. Ik kan ook niet beoordelen of iets goed geschreven is. Niets klinkt mooi in mijn boeken. Ik schrijf zoals ik praat.”

“De mensen in de boekenbranche zeiden altijd: ‘Iedereen zegt dat je het nooit voor elkaar krijgt, een tweede boek. Maar dat heb je ook niet nodig.’ De veronderstelling dat ik het niet zou kunnen, die had ik altijd in mijn achterhoofd, die dreef me.”

“O god, omdat het zo slecht geschreven is?”

“Ik begin mijn boeken altijd heel direct. Hoe je aan seks kunt doen terwijl er nog een kind door je huis rent. Daar heeft niemand het ooit serieus over. Ik geniet ervan om zo’n onderwerp uit te diepen.”

“Ik ga het millimeter voor millimeter na. Ik meet het uit als op een landkaart. Ik beschrijf de seks zoals ik het zelf graag zou doen als ik meer tijd had. Eerlijk, liefdevol, met liefde voor detail, zo hoort dat. Ik snap best dat mensen geil worden van zulke passages, maar ik schrijf ze niet alleen daarom.”

“Voor mij is zo’n boek één lang therapeutisch gesprek. Het waren vooral vrouwen die op Vochtige streken reageerden, die er dingen uitpikten en met wie je dan een band krijgt. Die komen niet voor het schandaal en die zijn ook niet kwaad.”

“Ik wil gewoon supermoedig zijn. Natuurlijk ben ik er ook ongelooflijk bang voor, bang dat ik doodga als ik al die dingen prijsgeef. Maar dan zeg ik tegen mezelf: ‘Dat mag geen rol spelen!’ Alsof ik mezelf straf voor mijn angst. Maar ik krijg er veel voor terug. Misschien geeft het publiek me iets dat ik als kind niet had: aandacht, liefde.”

“Inderdaad.”

“In mijn omgeving zijn het bijna altijd vrouwen die door het lint gaan. Het zal wel vrouwvijandig zijn, maar de vrouwen die ik ken, zijn allemaal neuroten die hun man afmaken. Mannen houden van hun vrouw en zeggen: ‘Je bent mooi.’ Ha, zeggen die vrouwen dan. Ik weet het heus wel: je gaat vreemd en je vindt me niet mooi. Vrouwen leggen alles neer bij degene van wie ze het meest houden.”


“Omdat ze veel meer druk voelen dan mannen. Ze moeten mooi zijn, een fantastische moeder zijn, werken – alles moet geweldig zijn. Mannen hebben die druk niet. Die tellen niet bij elke maaltijd calorieën, waar vrouwen zo chagrijnig van worden. En volgens mij komt die druk niet van mannen.”

“Van de plaatjes in die klotetijdschriften. Vrouwen mogen geen dikke bovenarmen hebben, geen vrouwelijke dijen, ze moeten dit en dat doen en alles aan ze is fout.”

“Bij vrouwen draait jammer genoeg bijna alles om het uiterlijk, ja.”

“Ja, maar ze ontwikkelt zich. Ik wilde een neurotische vrouw neerzetten die verandert. Door therapie.”

“Maar ze is niet meer onderdanig en ontwikkelt haar eigen wensen, ook als die hen als stel misschien belasten.”

“Daar moet ik om lachen, want ik ben net zo. Als ik een waarheid heb ontdekt, moet ik die meteen in praktijk brengen. Toen ik Dieren eten van Jonathan Safran Foer las, wist ik meteen: je eet nooit van je leven meer vlees. Dan ben ik net een soort taliban. Ik heb zelfs de omslag van het boek op mijn linkerpols laten tatoeëren.”

“Absoluut. Waarschijnlijk moet ik boeken schrijven, omdat ik anders echt gek zou worden.”

“Precies.”

“Ik vind van wel.”

“Die kijkt ervan op dat haar eigen boek haar zo raakt. Toen ik het had ingeleverd, wou ik er niet meer aan werken. Het was ineens een monster voor me geworden.”

“Ik vond het taboe van de vrouw als relatieterroriste interessant. Daar komen absoluut ook autobiografische problemen bij kijken. Maar de zwaarste privéproblemen die in dit boek zitten, heb ik gelukkig al achter me. Je kunt niet over anorexia schrijven als je het zelf hebt.”


“Ja, in 2008. Mijn therapeute had me bijna laten opnemen.”

“Het begint ermee dat je vriendinnen zeggen dat goede kleren alleen mooi staan bij een dun lijf. En misschien had het ook met Vochtige streken te maken. Ik was toen uitgeput, lichamelijk en geestelijk. Overal zag je mijn foto, opeens ben je alleen nog bezig met hoe je eruitziet. Ik ben toen ongenadig boos op mezelf geworden.”

“Dat ik niet zo veel van mezelf moest eisen.”

“Ik wou altijd al de moedigste zijn, de luidruchtigste, de heftigste. Het moet heftig zijn, anders wordt het saai.”

“Stilte werkt absoluut niet. Bij yoga doe ik ook nooit mee met de ontspanning aan het eind. Ik ga geen tien minuten stil-liggen.”

“Omdat ik al nooit rust in mijn kont had, en dat is nog erger geworden na het ongeluk met mijn familie. Daarna ben ik met de therapie begonnen. Daar maak ik ook geen geheim van. Een therapie hoef je niet te verstoppen. Het is goed om aan jezelf te werken, om jezelf te redden, je man, je kind.”

“Zij had me Vochtige streken al dringend afgeraden. Ook met dit boek was ze niet blij, net als veel vrienden: een therapeutisch boek, laat het in de la liggen. Maar ik schrijf niet voor de la. De la is geen optie, omdat ik populair wil zijn en wat terug wil krijgen. De reacties hoeven ook niet allemaal positief te zijn. Laat mensen zich maar opwinden, daar kan ik prima mee overweg.”

“Je bent afhankelijk van dingen waar je geen grip op hebt. Maar dat is ook een ego-pusher: je hebt wat geschreven en anderen breken zich het hoofd over wat echt is en wat niet. De eerste keer vonden ze me al moedig, en ik heb er lekker nog een schepje bovenop gedaan.”


“Al voordat Vochtige streken verscheen, was ik bang dat ik mijn gezin te schande zou maken. Zoiets mag een vrouw niet schrijven. Ik was bang dat mijn dochter van school zou worden getrapt omdat haar moeder voor iedereen in de stad een hoer was. Maar ondanks alle heisa over dat boek is alles na drie jaar alweer vergeten.”

“Dat zal ik niet toestaan.”

“Als ze me haat of zich schaamt, dan is dat maar zo. Ik kan alleen hopen dat ik het zo kan uitleggen dat zij het snapt.”

“Niet echt. We hadden eens een etentje met vrienden. Daar was een schrijver bij die vertelde dat hij op jonge meisjes viel en daar graag over zou schrijven, maar het niet deed vanwege zijn vrouw, met wie hij al lang getrouwd was. Mijn man zei later tegen me: ‘Charlotte, ik wil niet dat je ooit ergens vertelt dat jij boeken niet geschreven hebt omdat ik er was.’ Hij was ook niet gechoqueerd door Vochtige streken.”

“Het is bij ons een soort wedstrijd wie het schunnigst en het heftigst is. Natuurlijk is het een uitdaging om zelfs hem te choqueren.”

“Schootgebed choqueerde hem. Gelukkig. Hij had zelf gezegd dat ik me niet moest inhouden, maar toen hij het gelezen had, was hij toch verrast. Hij heeft er een paar dagen over nagedacht wat er allemaal op ons af kon komen.”

“Het gaat hem niet om de media, maar om onze omgeving. Dat mensen alles door elkaar halen en niet meer zien dat dit een bedachte roman is. En zijn familie is erg katholiek.”

“Het is natuurlijk ook een spel waarbij alles in elkaar overvloeit: het boek, de echte Charlotte. Ik speel dat spel graag.”

“Ik begrijp hoe de media werken. En natuurlijk heb ik alle mogelijkheden al overdacht, ook de ergste. Maar als ze te ver gaan, stap ik naar de rechter. Hoewel je met zo’n boek de heibel natuurlijk zelf opzoekt.”


“Omdat ik het gevoel had dat het er nu uit moest. Ik heb tot nu toe nog helemaal niet gerouwd. Bij ons in de familie wordt niet gehuild. Tot op de dag van vandaag huilt niemand hierom. Tien jaar lang heb ik iedereen aangeklaagd die er te veel over schreef, omdat ik het wou beschermen. Maar nu moet dit ongeluk uit de weg worden geruimd.”

“Het is als een tumor die moet worden verwijderd. Ik dacht dat ik geen boek meer kon schrijven als dat klote-ongeluk niet een keer verleden tijd was. Het klinkt stom, maar het is het belangrijkste verhaal in mijn leven. Een vreselijk, belastend verhaal. Het beslaat bijna negentig pagina’s en die heb ik in één ruk geschreven. Het is het verslag van de horror in mijn hoofd. Ik wou het heel precies beschrijven: wat ik wanneer op welke manier heb gedaan, en dan natuurlijk de schuldgevoelens, omdat je die kutbruidsjurk hebt gekocht. Zo is het met veel dingen in dit boek: je hoopt dat ze weggaan door ze te vertellen. Ik verpestte ook regelmatig avondjes met vrienden door in geuren en kleuren verslag te doen van het ongeluk, omdat het verteld moest worden.”

“Een afschuwelijk lange versie. Hoe ik de bruidsjurk pas, hoe ik op het vliegveld het telefoontje krijg, alles wat ook in het boek staat. Dat ik ’s nachts nog steeds wakker lig en naar het plafond staar en dat ik soms alleen maar ongeluk, ongeluk, ongeluk kan denken.”

“Ja. Maar eigenlijk kan ik het verhaal zelf nog steeds niet geloven. Ik denk dat ik lieg als ik het vertel of opschrijf. Mijn therapeute zegt dat ik wil dat andere mensen zich rot voelen en ik niet meer. Ik geef de horror gewoon door als ik dat op zo’n avond vertel.”


“Ja. Als je zoiets ergs meegemaakt hebt, heeft dat vreemde effecten. Het geeft je trouwens ook een alibi om altijd krengerig te doen.”

“Dat zit allemaal in onroerend goed.”

“Superbelangrijk.”

“Mijn psychoanalytica zou zeggen dat ik in de anale fase ben blijven steken. Meer geld betekent meer leven, je afschermen tegen de dood. Maar het gaat alleen om het hebben, ik koop niets. Ik wil geen jacht of sportwagen, dat is niet mijn ding. Geld speelt wel een enorme rol in mijn leven. Toen ik het hele bedrag voor Vochtige streken in 2008 in één keer op mijn rekening kreeg, heb ik zelfs een foto van het afschrift gemaakt.”

“Narcistisch, natuurlijk. Dat zijn alle mensen die schrijven.”

“Ik heb depressies, angstgevoelens, alles. Als ik geen anorexia heb, drink ik te veel. Ik moet altijd alles extreem doen. Vorig jaar ben ik gestopt met drinken. Ik drink óf helemaal niet, óf ik zuip me dood. Als kind was ik een winkeldief. Mijn ouders lieten me een therapie doen. Daar moest ik mijn jeugd schilderen. Ik schilderde twaalf huizen. Dat was mijn jeugd: we zijn twaalf keer verhuisd. Ik had alleen geleerd hoe je moest weggaan. Nu ben ik tien jaar in therapie en acht jaar bij mijn man. Een wonder.”

“Dan was ik dood. Ze heeft al vaak mijn leven gered. Dat meen ik.”

“Als Vochtige streken over mijn jeugd gaat, vertel ik in Schootgebed over mijn volwassenheid. Meer is er niet. Misschien moet ik eerst weer dertig jaar materiaal verzamelen.”

Der SpiegelVertaling: Gerda Pancras

Charlotte Roche: Schootgebed. De Bezige Bij, €18,90. Verschijnt in oktober.

Lothar Gorris en Claudia Voigt