Jeugdrevolte

De beelden uit Birmingham zijn onthutsend om te zien.

Op maandagmiddag liepen we door het centrum van Birmingham (een niet heel aantrekkelijk amalgaam van moderne bouwsels en sjofele straten), en ’s avonds, vijftig kilometer verderop, zagen we bij het nieuws op tv datzelfde Birmingham, waar net als eerder in Londen stevige rellen waren uitgebroken. Ik meende zelfs de aanblik van een winkelstraat te herkennen, waar in capuchonsweaters gehulde plunderaars een etalageruit aan diggelen sloegen. Het was onthutsend om te zien, omdat er ’s middags niets te merken was geweest van een gespannen sfeer. De stad onderscheidde zich niet speciaal van de vele westerse metropolen, waar duizenden mensen van diverse etnische achtergrond en sociale klasse vredig door elkaar heen krioelen, minding their own business. In Groot-Brittannië gaat het er doorgaans zelfs nog vrediger aan toe dan elders door de beleefde omgangsvormen in het openbaar, waar iedereen aan meedoet. Het is daar een en al deuren openhouden, ‘thank you’, ‘sorry’ en ‘lovely’ wat de klok slaat.

Die karakteristiek Britse beleefdheid heeft natuurlijk geen remmende invloed op de explosies van ongenoegen zoals die zich vorige week voordeden. Een menigte die in een relstemming verkeert, heeft andere preoccupaties. Waardoor de vonk ineens in het kruitvat schiet en er op grote schaal verwoestingen en plunderingen worden aangericht, is raadselachtig. Economisch gaat het niet geweldig in Groot-Brittannië, maar in grote delen van de Europese Unie gaat het nog veel slechter. In Spanje en Griekenland is bijna de helft van de jongeren werkloos, in Italië en Ierland meer dan een derde.


Vooral in Spanje, dat trouwens met enorme immigratie te maken heeft, is de situatie voor jongeren uitzichtloos. Maar in Spanje explodeert de onvrede niet in geweld, althans nog niet – daar ondernemen tienduizenden verontwaardigde jongeren (indignados) een soort pelgrimsmars naar het Europees Parlement in Brussel, waar ze op 15 oktober hopen aan te komen. De protesten zijn gericht tegen hun gebrek aan economisch perspectief. Wat voor remedies hun voor ogen staan, is minder duidelijk, maar de revolte is in elk geval vreedzaam. Het komt niet in het hoofd van de Spaanse jongeren op om de plaatselijke middenstand aan te vallen en in brand te steken.

Dat opmerkelijke verschil tussen Britse en Spaanse opstandelingen moet iets te maken hebben met de cultuur van de betreffende landen. Waarschijnlijk voelen de relschoppers in de Engelse grote steden zich op de een of andere manier meer buitenstaanders dan de brave indignados. Groot-Brittannië is dan ook veel meer dan andere Europese landen een klassenmaatschappij. Psychiater-cultuurcriticus Theodore Dalrymple heeft uitgebreid beschreven hoe de hogere klassen in hun verblindheid door cultureel relativisme de stijlparafernalia van de lagere klassen (tatoeages en piercings) overnamen, maar voor zichzelf bleven vasthouden aan waarden als scholing, discipline en een ordentelijk gezinsleven met de bijbehorende groepsdruk. Fenomenen als huiselijk geweld, alcoholisme, ongehuwd moederschap en tienerzwangerschappen tekenen het leven in de onderklasse, waardoor kinderen opgroeien in een moreel vacuüm dat makkelijk gevuld wordt met verveling en verongelijktheid.

De verkruimeling van het gezin en bijgevolg van de bredere familie reduceert mensen tot losse individuen zonder groep die hen beschermt en voorschrijft wat ze moeten doen. In de hogere klassen maakt iedereen deel uit van een groep (zo niet de familie, dan toch privéscholen, kostscholen, studentenverenigingen, beroepsgroepen) met strikte codes en conventies. In Spanje en andere Zuid-Europese landen heerst het primaat van de familieclan. Een werkloze jongere of een bejaarde ouder in Spanje kan altijd rekenen op financiële loyaliteit van de familie. De familie als vangnet, maar ook als autoritaire instantie die haar leden in het gareel houdt. In de onderklasse van Groot-Brittannië is het ieder voor zich en de straatbende voor allen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook