Revolvers versus ruimteschepen

De sciencefictionfilm Independence Day (1996) ontleende een aanzienlijk deel van haar succes aan een element dat enigszins in onbruik was geraakt: kwaadaardige aliens. Voor zover er in voorgaande jaren films waren gemaakt over buitenaardse wezens, dan werden die in de regel bevolkt door creaturen die met vreedzame bedoelingen naar de aarde waren gekomen. Denk aan Close Encounters of the Third Kind of Contact. De bekendste alien van de jaren tachtig was het koddige wezentje uit E.T. dat geen vlieg kwaad deed.

De makers van Independence Day gooiden het over een andere boeg door terug te grijpen naar sciencefiction uit de koudeoorlogsjaren. En dus werden aliens weer voorgesteld als monsterlijke en moorddadige gedrochten die de mensheid louter zagen als lastpak of versnapering. Het succes van Independence Day luidde de comeback in van het buitenaardse monster in de bioscoop. Zelfs Steven Spielberg – tot dan toe grootleverancier van knuffelbare aliens – ging om. Hij maakte een nieuwe verfilming van The War of the Worlds, waarin de mensheid met acute uitroeiing wordt bedreigd.

Ook Cowboys & Aliens past netjes in die (heropgebloeide) traditie en voegt er elementen aan toe uit een ander onverslijtbaar pulpgenre: dat van de western. De titel Cowboys & Aliens is dan ook níet ironisch bedoeld. Ze vormt een bondige en accurate beschrijving van wat de bezoeker te wachten staat. Hier worden twee – ogenschijnlijk onverenigbare – genres in de blender gegooid. Helemáál nieuw is dat overigens niet. In films als Westworld (1973), Timecop (1994) en Wild Wild West (1999) werd immers ook al lustig geëxperimenteerd met het vermengen van western- en sf-elementen.

In Cowboys & Aliens is echter gekozen voor een aanpak waarbij de clichés niet worden geschuwd. Sterker nog: ze worden enthousiast omarmd. Zo is er een scène waarin een beruchte gunslinger een saloon binnenstapt – zo eentje met klapdeurtjes. Hij loopt langzaam naar de toog, bestelt een whisky en krijgt prompt een hele fles voorgezet. De toeschouwer hoeft dan uiteraard niet lang meer te wachten voordat de sheriff en zijn mannen door diezelfde klapdeurtjes binnen komen stappen. De scène is zó stereotiep dat je humoristische intenties zou vermoeden. Maar regisseur Jon Favreau (Iron Man) vermijdt de lach en staat zijn hoofdrolspelers (Daniel Craig en Harrison Ford) ook geen geschmier toe. Vermoedelijk is dat de redding voor Cowboys & Aliens. Ik betrapte mezelf er na een half uurtje op dat ik het eigenlijk wel prettig vond naar een overdadige, ouderwetse en vet aangezette western te kijken. Het blijkt zowaar mogelijk met behulp van een karrenvracht aan clichés iets origineels te creëren.


Een hinderlijk trekje bij bigbudget actiespektakels is dat de spanning gaandeweg inzakt. Wat als grande finale bedoelt is, pakt niet zelden uit als anticlimax. Zo ook in het geval van Cowboys & Aliens. Het eerste uur is prima: de kijker wordt regelmatig verrast, visueel valt er veel te genieten en het is zowaar spannend. Het laatste halfuur daarentegen voelt aan als een plichtmatige oefening in het aan elkaar knopen van losse eindjes. Toch jammer dat deze geslaagde proeve van amusante onzin als een nachtkaars uitgaat.

Cowboys & Aliens. Regie: Jon Favreau. Vanaf 25 augustus in de bioscoop.

Harry Potter and the Deathly Hallows: Part 1 (1) – David Yates

Downton Abbey (-) – Julian Fellowes

Life (4)

Drive Angry (3) – Patrick Lussier

Just Go With It (-) – Dennis Dugan

Rango (2) – Gore Verbinski

Season of the Witch (5) – Dominic Sena

Black Swan (6) – Darren Aronofsky

The Adjustment Bureau (10) – George Nolfi

Yogi Beer (9) – Eric Brevig

Erik Spaans