Ruttes vakantie

De wittebroodsweken voor premier Mark Rutte zijn voorbij. Na alle eerdere complimenten, ook vanuit de oppositie, over zijn verfrissende manier van leidinggeven en zijn communicatieve vaardigheden, sprak diezelfde oppositie nu van ‘een gebrek aan leiderschap’.

De reden? In tegenstelling tot andere Europese leiders als Angela Merkel en Nicolas Sarkozy zou Rutte te weinig zichtbaar zijn geweest in het debat over de aanslagen in Noorwegen. Ook was hij niet van vakantie teruggekomen in verband met de eurocrisis, terwijl hij wel op Dance Valley had ‘staan dansen in deze slechte tijden.’

Dan was er de verwarring rond de Europese steun aan Griekenland: ging het nu om 109 miljard euro inclusief de bijdrage van de banken of om 159 miljard? Dat laatste leek het geval, terwijl Rutte na afloop van de Europese top van 21 juli het eerste had beweerd.

Alle ogen waren afgelopen vrijdag dan ook gericht op de eerste persconferentie van de premier. Zou hij zich hier uit weten te redden? En jawel, dat is hem gelukt, dankzij zijn uitstekende communicatieve vaardigheden.

Rutte excuseerde zich tegenover de Tweede Kamer voor de verwarring die hij rond ‘Griekenland’ had laten ontstaan. Dat is sterk, al kun je je afvragen waarom hij dat niet eerder heeft gedaan. Ruttes verklaring is dat hij over het perspectief tot 2014 sprak, en de Europese Commissie het over de periode tot 2020 had. Als het zo eenvoudig ligt, had die verwarring toch niet zo lang hoeven duren? Het Kamerdebat van deze week zal daarover hopelijk duidelijkheid brengen. Was Ruttes uitleg eerder gekomen, dan was dat hele debat waarschijnlijk niet nodig geweest en had de premier zich de wekenlange onterechte kritiek op zijn leiderschap kunnen besparen.

En dan het punt dat hij niet van vakantie was teruggekomen vanwege de eurocrisis. Terecht wees Rutte in zijn persconferentie op het risico van het beleggen van een extra ministerraad tijdens het reces: dan was het beeld ontstaan dat er ook in Nederland grote problemen zijn die meteen overleg behoeven. Dat is niet aan de orde: Rutte en De Jager trekken in Europa samen op, zonder verdeeldheid daarover binnen de ministerraad. En ook onze eigen economische situatie behoeft heus geen spoedoverleg.


Maar er is nog een ander punt dat van belang is in de discussie over het leiderschap van de premier, en dat is het karakter daarvan in het Nederlandse politieke stelsel. Of het nu gaat om interne kabinetskwesties of om onze positie binnen Europa: de rol van onze premier valt niet te vergelijken met die van andere Europese regeringsleiders. De machtspositie van een Merkel, Sarkozy of Cameron is van een volstrekt andere orde dan die van een

Nederlandse minister-president.

Leiderschap kun je tonen als je ook echt invloed kunt uitoefenen op de uitkomsten van een proces. Voor een Nederlandse premier zijn die mogelijkheden vaak beperkt.

In eigen land is hij feitelijk niet meer dan primus inter pares, en in Europa worden de meeste zaken nu eenmaal bepaald door de as Berlijn-Parijs.

Formeel is een Nederlandse premier niet de baas. Uiteindelijk moet hij het vaak hebben van goede contacten, overtuigingskracht en communicatieve vaardigheden. Lubbers en Kok hadden daarbij het voordeel dat ze jarenlange maatschappelijke en politieke ervaring hadden toen ze premier werden; zo waren ze respectievelijk al minister van Economische Zaken en Financiƫn geweest. De omloopsnelheid in de politiek was toen ook veel lager dan in onze huidige mediacratie. Balkenende was nog maar een halfjaar fractievoorzitter en had helemaal geen kabinetservaring toen hij premier werd. Rutte had gelukkig al wel kabinetservaring en was ook langer fractievoorzitter geweest, maar daar staat tegenover dat hij in een lastige gedoogconstructie moet regeren. Dan komt het nog meer aan op goede contacten en communicatieve vaardigheden.


En zijn aanwezigheid op Dance Valley? Laten we blij zijn dat zoiets nog kan in Nederland!