Zo moet je schrijven

Wat beweegt iemand om een biografie te schrijven van ruim zeshonderd pagina’s over een schrijver die vrijwel onbekend is bij het grote publiek? Aleid Truijens, medewerkster van de Volkskrant, had bovendien de pech dat F.B. Hotz (1922) vlak voor zijn dood in 2000 alle overgebleven manuscripten, brieven, agenda’s en dagboeken had laten vernietigen. Maar Truijens zette door, sprak met familieleden, vrienden en collega’s, stuitte toch nog op waardevolle correspondentie en voltooide haar levenswerk in zeven jaar.

Liefde, pure liefde voor het oeuvre dat Hotz heeft nagelaten, is Truijens’ drijfveer geweest. Tijdens haar studie Nederlands las ze een van zijn verhalen en ze stond perplex. Elke zin was af. Geestig en precies, slagen met een klein, venijnig hamertje. Hotz trok haar zijn wereld binnen. “Zo, en niet anders moest je schrijven,” vond Truijens, die vervolgens haar kandidaatsscriptie wijdde aan Hotz, later nieuwe verhalen zou bespreken in diverse media en die in 1998 een essay over zijn werk schreef ter ere van de P.C. Hooftprijs die Hotz ten deel was gevallen.

Wat de biografie bijzonder maakt, is de wetenschappelijk onverantwoorde aanpak. Vanwege de schaarsheid aan nagelaten bronnen gebruikte Truijens het werk zelf als ondersteunende bron. In de neerlandistiek schijnt dat not done te zijn: het werk is autonoom. De levensbeschrijving van een auteur afleiden uit zijn verhalen is ongepast. Truijens heeft daar lak aan. De schrijver en de mens zijn een en dezelfde persoon, stelt ze. In toon en stijl, obsessies en voorliefdes klinkt een persoonlijkheid door.

Truijens ontdekte dat er twee Hotzen bestonden: de zwierige jongen uit de jaren veertig tot en met zestig, die trombonist was bij allerlei jazzorkesten, en de Hotz vanaf de jaren zeventig, de schrijver die een teruggetrokken leven leidde en samenwoonde met zijn zus. Een ‘dramatische gebeurtenis’ – die we uiteraard niet verklappen – ligt ten grondslag aan die metamorfose. Naar aanleiding daarvan stopte Hotz meteen met muziek maken, voedde hij zijn zoon alleen op en besloot hij eindelijk werk te gaan maken van het schrijven. Maar in beide Hotzen huisde hetzelfde talent. Zijn taal was als zijn muziek: geen letter en noot te veel. En altijd raak.


Behalve een levenswerk is Geluk kun je alleen schilderen een terecht monument voor een bijna vergeten schrijver, een monument ook voor de taal die een mens kennelijk een leven lang kan betoveren.

Waarmee de vraag rijst of Truijens voldoende afstand heeft gehouden tot haar onderwerp. Dat is niet altijd het geval, maar dat geeft helemaal niets. Bewondering is heel wat anders dan blinde adoratie.

Een minpuntje is de uitvoerigheid van sommige episodes. Om in de geest van Hotz te blijven: schrijven is schrappen, en daaraan ontbreekt het hier en daar, vooral in de eerste hoofdstukken.

De ideale biografie laat zich ook lezen zonder kennis van de hoofdpersoon of diens werk. Hotz heeft meer dan voldoende meegemaakt in zijn leven dat de moeite waard is. Maar waarom zou je niet eerst iets van hem lezen, moet ook de uitgever hebben gedacht, en dus verschijnt tegelijk met de biografie, onder de titel Mannen spelen, vrouwen winnen, een bloemlezing met de volgens Truijens beste Hotz-verhalen.

Naam schrijver>Frans van Deijl

Aleid Truijens: Geluk kun je alleen schilderen. F.B. Hotz – Het leven. De Arbeiderspers. €39,95. Verschijnt op 1 september.

Wij zijn ons brein (1) – Dick Swaab

De man die naar Auschwitz wilde (2) – Denis Avey & Rob Broomby

Sonny Boy (3) – Annejet van der Zijl

Dromen, durven, doen (4) – Ben Tiggelaar

De BV Bruinsma (5) – Hendrik Jan Korterink

Familieportret (re) – Jenna Blum

Jihad met sambal (-) – Step Vaessen

De familieblues (-) – Yvonne Kroonenberg

De Lance-factor (7) – Mart Smeets


De zaak-Kooistra (re) – Joost van Kleef & Henk Willem Smits

Tussen haakjes de klassering van vorige week. Deze non-fictietoptien is tot stand gekomen op basis van verkopen bij AKO.