Honderd jaar geleden: De diefstal van de Mona Lisa

Het is vandaag 100 jaar geleden dat de Mona Lisa ontvreemd werd uit het Musée de Louvre in Parijs. The Financial Times had begin deze maand een zeer lezenswaardige reconstructie in haar kolommen staan. Die maandagochtend in 1911 was het schilderij plotsklaps verdwenen, iets wat gek genoeg pas de dag daarna opviel. De gehele collectie werd gefotografeerd die dagen en het museum ging ervan uit dat La Gioconda daarom van de muur verdwenen was. Niets bleek minder waar.

Want de oudere bewakers van de Mona Lisa – vanwege hun belangwekkende taak een judo-training achter de rug – konden niet voorkomen dat een onverlaat met het schilderij naar buiten was gelopen. Het Louvre ging een week dicht, daarna stonden er lange rijen in Parijs. Bezoekers wilden de plek zien waar het schilderij gehangen had.

Het schilderij dook twee jaar later pas weer op. De Italiaan Vincenzo Peruggia had het gestolen en de afgelopen twee jaar bewaard in zijn keuken. Geestelijk niet helemaal honderd procent vanwege een loodvergifting was hij verliefd geraakt op het schilderij. Peruggia zat in de financiële problemen en wilde kapitaliseren op zijn diefstal.

Enfin, case closed. Maar de reconstructie barst van de interessante feiten. Een detective was al eerder in het huis van de dief geweest maar -onduidelijk waarom- was vergeten in de kasten te kijken. Ook Pablo Picasso was even in beeld als verdachte. Mooi leesvoer voor de zondagmiddag. Al was het alleen maar voor de quote van de Nederlandse kunstschilder Kees van Dongen die in een reactie op de diefstal liet weten niet erg onder de indruk van het werk te zijn: “Ze heeft geen wenkbrauwen en een raar lachje. Ze moet slechte tanden hebben gehad met zo’n benepen glimlach.”

bas paternotte