Die zee komt er

Wij zijn de dwergen van de watersport, en dat kan zo niet langer.

Ik zal het maar meteen zeggen: het begon als een grap. Een hersenspinsel, een gedachte-experiment.

Voor mijn werk schrijf ik regelmatig over sport, en om die reden volg ik in vele takken van sport de verrichtingen van landgenoten op de voet. En die verrichtingen zijn vaak niet om over naar huis te schrijven – letterlijk. Het voetbal is nog te doen, schaatsen gaat ook lekker en over de korfbalprestaties ook geen klagen. Maar verder? Huilen met de pet op. Vooral in de sporten waar het voor ons Waterlanders werkelijk om zou moeten gaan, zwemmen we geen deuk in een pakje boter. Wij, die ons land aan het water hebben ontworsteld, zijn de dwergen van de watersport. En dat kan zo dus niet langer.

En zwemmen, vraagt u? Halen we daar dan geen plakken bij de vleet?

Dat gespartel in een overdekte tobbe vol chloor noem ik geen topsport. Zwemmen in zee wel. Het zout, de haaien. De elementen trotseren, daar gaat het om.

En Edith van Dijk dan? En Maarten van der Weijden? Allebei olympisch goud ‘open water’ toch?

Uitschieters van individuen doen in dezen niet ter zake. Het is het klimaat dat niet deugt. Nederland mist een duurzaam zeesportklimaat.

Slechts één gouden medaille in het windsurfen, 27 jaar geleden! Bij het zeilen twee schamele zilveren plakjes in Peking. Terwijl we nota bene nog maar een paar honderd jaar geleden de hele wereld over voeren. Geen enkele Nederlandse topper is er in het diepzeeduiken. Nul oranje kanshebbers in de internationale snorkeltop.

En toen dacht ik: dat moet anders kunnen, maar hoe?

Antwoord: we leggen een binnenzee aan.


Een binnenzee in Nederland – je moet er maar op komen.

Waarom niet? Dat was de teneur van de reacties die ik kreeg naar aanleiding van mijn hersenspinsel. Mijn mailbox explodéérde. Baggeraars, projectontwikkelaars, halvegaren, bouwbedrijven, geologen, planologen, mensen die nog een beetje zeewater over hadden. En allemaal diezelfde vraag: waarom niet?

En waarom eigenlijk ook niet? Waarom zouden wij geen binnenzee kunnen aanleggen? Van land water maken kan nooit zo moeilijk zijn als van water land, dacht ik zo. Voor uw beeld schets ik enkele van de talloze fijne gevolgen:

Nederland heeft geen binnenzee. Als we er een willen, moeten we er dus een maken. Beter mee dan om verlegen.

Elk jaar vertrekken miljoenen Nederlanders naar zee. Velen van hen passeren daarbij een of meerdere landsgrenzen. Maar hé: waarom zouden we allemaal naar de zee gaan als de zee ook naar ons toe kan komen?

Een binnenzee naast de deur kent eindeloos veel voordelen. Waterskiën in eigen land, koraalriffen bezichtigen om de hoek… Zie het als een enorm golfslagbad met gratis stroomversnelling. En dat allemaal op nog geen uurtje rijden.

Nu, zo op het eerste gezicht, lijkt het misschien een zot plan. Een zee in Nederland? Hebben we daar wel plek voor? En waar moet die dan komen?

Vragen waar ik me als kersvers voorzitter van het comité Diezeekomter.nl uiteraard terdege in heb verdiept. En het kán. Zoals nu blijkt, is er een deel van Nederland – zo tussen Naarden en Kampen – waar Nederland het prima zonder kan stellen. Het zal wennen worden, om het weer met elf provincies te stellen, maar dat is ons tenslotte honderden jaren prima gelukt. En zeg nu zelf: Almere behouden of goud over twee jaar bij het EK beachball?


Het is ongelofelijk hoeveel mensen zich al hebben aangemeld, maar er moeten er nog veel meer bij. Dit is iets wat we samen doen. Met elkaar. Met z’n allen: ingenieurs (hoe gaan we het doen?), politici (hoe krijgen we toestemming?) én particuliere investeerders. Koop je eigen golf, je eigen zee-engte, je eigen getij. Doe iets. Help. Want hoe dan ook: die zee komt er.