Justine le Clerq

Justine le Clercq (Den Haag, 1967) is schrijfster. Dit jaar verscheen haar roman De roemlozen. Intro credit auteur>door renate van der zee, foto jos lammers Intro credit auteur>

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Dat gaat de hele tijd heen en weer. Mijn emoties en gevoelens buitelen constant over elkaar heen. Ik houd me er maar zo veel mogelijk buiten.

Wie zijn uw helden?

De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertesz. Hij zette met een ferm onderscheidingsvermogen de werkelijkheid in voor zijn romans en sociologische bespiegelingen. En hij kon gevoelig schrijven zonder sentimenteel te worden.

Aan wie ergert u zich?

Aan mezelf.

Bent u aantrekkelijk?

Nee. Perzikhuidje, Bambi-ogen, macht, geld – ik heb het allemaal niet.

Lijkt u op uw vader?

Ja. Toch was ik er als kind van overtuigd dat ik geadopteerd was en heb ik jarenlang naar de adoptiepapieren gezocht. Ongelooflijk, als je ziet hoeveel ik uiterlijk op mijn ouders lijk.

Wat zijn uw dagdromen?

Mijn eigen begrafenis. Soms is het er druk, soms is er niemand en draagt de opgetrommelde begrafenisdichter een tergend slecht gedicht voor omdat ook hij zijn dag niet heeft.

Wat is uw grootste angst?

Ik ben doodsbenauwd voor clowns en paspoppen.

Bidt u weleens?

Nee. Maar soms richt ik me wel tot de kosmos met de vraag: “Beste kosmos, waar slaat dit in godsnaam allemaal op?”

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Ja. De engel Gabriël heeft mij eens in een halfslaap bezocht, al weet ik heus wel dat dat neuronen zijn. En al die keren dat ik verliefd was; dan zie en voel je ook dingen die er achteraf niet blijken te zijn.

Wat is uw definitie van geluk?

Geluk is van gisteren, het is meestal een herinnering. Aan de tijd dat je leven op orde was en dat er niemand doodging.


Waar schaamt u zich voor?

Voor dat ik tekortschiet tegenover mensen. Ik wil voor iedereen klaarstaan, maar dat lukt natuurlijk niet. En voor het feit dat ik mijn vriend kaalpluk. Hij heeft geld, en langzaam room ik dat af.

Bent u monogaam?

Meestal wel, al is het niet uit principe. Het is altijd zo veel gedoe.

Hoe moedig bent u?

De tijd waarin je leeft, maakt je moedig. Maar voor mijn generatie viel er weinig te bevechten. Ik vrees mijn eigen lafheid.

Wat is uw grootste ondeugd?

Häagen-Dazs-chocoladeijs. En dat ik altijd het laatste woord wil hebben. Daar werd ik onlangs fijntjes op gewezen door een dakloze alcoholist met een scherp oog voor menselijke tekortkomingen.

Van wie heeft u het meest geleerd?

De eerste twintig jaar van mijn leven van het weekblad Viva, waar alles in staat wat een meisje moet weten. Daarna van de schrijvers Primo Levi en Charles Bukowski.

Wanneer was u het gelukkigst?

Afgelopen zaterdag in het Concertgebouw, bij een concert van Ellen ten Damme met het Scapinoballet, de Wereldband en de liedteksten van Ilja Leonard Pfeijffer.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Dat ze altijd maar doorgaan, weliswaar uitgeblust en ontevreden, maar toch. Vrouwen zijn geen slapjanussen – een slapjannie bestaat niet. Slapjanus zijn is een typisch mannending. Vrouwen gaan altijd door.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Het hele concept man waardeer ik. En vooral wanneer vrouwelijke eigenschappen volledig afwezig zijn.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Dan zou ik graag een man willen zijn. Ik begrijp niets van vrouwen. Ze worden altijd persoonlijk en maken zich kwaad als je het achterste van je tong niet laat zien.


Hoe ontspant u zich?

Op de sneeuwgrens in de Alpen tussen de berggeiten lopen en logeren in Le Point de Vue, een hotel met magische krachten.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn huidige vriend.

Van wie houdt u het meest?

Van mijn dode vrienden.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Ik misluk constant. Om het leefbaar te houden, maak ik er in mijn hoofd een mooi verhaal van, waardoor ik uiteindelijk echt denk dat ik niet mislukt ben. In de psychologie hebben ze daar een aparte term voor.

Gelooft u in God?

Nee. Maar wel dat er zaken zijn die wij niet doorgronden.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

In sociale situaties ben ik niet echt de handigste. Ik kom altijd heftiger over dan ik bedoel. Na jaren zwoegen gaat het nu iets beter, maar congruent word ik niet meer.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Aan goed eten. Ik word chagrijnig als ik erop moet wachten of als het rommel is. Ooit werkte ik als docent en zag ik met verbijstering mijn studenten ’s ochtends al hamburgers naar binnen werken. Geen wonder dat ze altijd moe waren.

Wat is de beste plek om te wonen?

In een gezond lichaam.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik hoop iedereen terug te zien, ik heb ze altijd nog wel iets te zeggen. Je weet wel: dat laatste woord.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Ren er hard achteraan. Want als je iets heel graag wilt en er als een bezetene achteraan zit, dan krijg je het meestal niet.

Wat is uw devies?


Er is geen oprechtere liefde dan de liefde voor lekker eten.