Mannetjesputter

Voor wie A. den Doolaard vooral kent als de parmantige oude heer met de wandelstok die zo innemend kon vertellen bij Adriaan van Dis, als de polemist die zijn opponenten in gespierde taal de les las, en als de licht verongelijkte schrijver van ooit veelgelezen maar literair matig gewaardeerde boeken als De herberg met het hoefijzer, gaat bij het lezen van zijn biografie een wijde wereld open. Voordat de ouderdom hem stram en doof maakte, was Den Doolaard een kruising tussen Ronald Naar, James Bond en Ernest Hemingway. Korrelige foto’s in de biografie Dronken van het leven tonen hem als een stoere jonge god, nonchalant poserend in skiloperstenue, een tros touwen over de schouder geslagen, een pijp in de mond of een mooie jonge vrouw aan zijn zijde.

Den Doolaard (in 1901 te Zwolle geboren als Cornelis Spoelstra) had een onstuitbare hang naar avontuur. Die uitte zich al vroeg in zijn liefde voor de Alpen, waar hij vele malen de Mont Blanc en en passant ook Leni Riefenstahl beklom. In Chamonix presteerde hij het dankzij zijn ‘aangeboren beentje-over-techniek’ om schaatskampioen van Frankrijk te worden op de 5000 meter. En in het onherbergzame Macedonië, waar een reiziger zonder wapen zijn leven niet zeker was, gebruikte hij zijn Colt om de minnaar van zijn toenmalige echtgenote dood te schieten.

Fanatastische verhalen, vaardig opgeschreven door Hans Olink, maar zijn ze ook waar? Vaak moet de lezer Den Doolaard op zijn woord geloven. In het geval van de ‘crime passionel’ baseert Olink zich nota bene op een veertig jaar later verschenen roman. Olink schrijft in het notenapparaat dat Den Doolaard naar eigen zeggen nooit iets verzon, maar ook dat de schrijver voor zijn vertrek naar de Balkan tegenstrijdige verklaringen gaf, wat hem als betrouwbare bron diskwalificeert.

Beter gedocumenteerd is de indrukwekkende journalistieke carrière van Den Doolaard. Voor diverse dagbladen schreef hij vanuit ‘de muil van de fascistische wolvin’ bevlogen reportages over de opkomende dictaturen in Duitsland, Oostenrijk en Italië. Al in de jaren twintig waarschuwde hij dat Hitler, die hij in Berlijn had zien spreken, ‘de gevaarlijkste man van Europa’ was. Niemand wilde hem geloven. Toen hij uiteindelijk gelijk kreeg, moest hij vluchten voor zijn leven. Hij belandde in Londen, waar hij vanachter de microfoon bij Radio Oranje zijn achtergebleven landgenoten moed insprak. De verhalen over zijn oorlogservaringen, en over zijn illegale missies in het naoorlogse Oostblok, waar hij namens de schrijversbond PEN onderdrukte collega’s van geld en morele steun voorzag, horen tot de hoogtepunten van het boek.


Den Doolaard zou tot op hoge leeftijd blijven schrijven. Enkele jaren voor zijn dood in 1994 begon hij een briefwisseling met nieuwslezeres Elleke van Doorn, die hij zeer bewonderde. “Uw glimlach en uw opgewektheid verlichten mijn levensavond,” vertrouwde hij haar toe. Toen Jan Blokker zich in de Volkskrant eens laatdunkend uitliet over het NOS Journaal, schreef Den Doolaard in een ingezonden stuk dat Blokker een aframmeling verdiende, en dat het hem speet dat hij die als bijna negentigjarige niet meer zelf kon komen geven. Tot op het laatst bleef Den Doolaard wat hij altijd was geweest: een charmante, licht ontvlambare mannetjesputter. Naam schrijver>

Cecilia Tabak

Hans Olink: Dronken van het leven. Atlas, €39,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Wij zijn ons brein (1) – Dick Swaab

Dromen, durven, doen (4) – Ben Tiggelaar

De man die naar Auschwitz wilde (2) – Denis Avey & Rob Broomby

Familieportret (6) – Jenna Blum

Sonny Boy (3) – Annejet van der Zijl

Jihad met sambal (7) – Step Vaessen

De familieblues (8) – Yvonne Kroonenberg

De BV Bruinsma (5) – Hendrik Jan Korterink

Seal Team Six (re) – Howard Wasdin & Stephen Templin

De zaak-Kooistra (10) – Joost van Kleef & Henk Willem Smits

Tussen haakjes de klassering van vorige week. Deze non-fictietoptien is tot stand gekomen op basis van de verkopen bij AKO.