Ober, een dubbele dactylus!

Waarin ollekebollekes en zeslettergrepigheden hoogtij vieren.

Drs. P, die deze week overigens alweer 92 jaar wordt, introduceerde bijna veertig jaar geleden het ollekebolleke in het Nederlandse taalgebied. Deze versvorm, zo weten de kenners, is gemodelleerd naar het Amerikaanse Higgledy piggledy, ook wel bekend als de dubbele dactylus. De Amerikaanse variant, indertijd bedacht door de hoogleraren Anthony Hecht en Pascal Paul, is lastiger dan de Hollandse, en heeft daarmee ook een regelmatiger patroon.

De archeoloog Michèl de Jong (1984) had als dilettant geen enkele moeite met het veel liberalere ollekebolleke. De nieuwe bundel Kijkvoer & leesgenot, die afgelopen week ten doop werd gehouden in het Amsterdamse café ’t Molentje, is een co-productie van Polzer en De Jong. Zij namen ieder de helft van de gedichten voor hun rekening.

De Jong treedt daarmee in de voetsporen van Ivo de Wijs en Pieter Nieuwint, de voormalige secondanten van de doctorandus. Hun samenwerking leverde klassieke bundels op als Ollekebolleke (1974), Potverdriedubbeltjes (1975) en Dartele dactylus (1984), en bij die laatste uitgave mag de medewerking van Jean Pierre Rawie en inmiddels wijlen Driek van Wissen niet worden uitgevlakt. Vanwege een kleine rimpeling in de vriendschap tussen mevrouw Polzer en mevrouw De Wijs was er helaas geen voltallige reünie van deze rijmveteranen in ’t Molentje. Laten we daarom volstaan met te wijzen op de dichtersreuzen die wél gekomen waren. Niet in de laatste plaats is dat Cees van der Pluijm, de bezorger van de bloemlezing Toenemend feestgedruis, die verscheen bij de 85ste verjaardag van de doctorandus. Van der Pluijm bundelde in een moeite door ook de in zijn ogen beste ollebollekes van Drs. P en de zijnen in Zeslettergrepigheid (2009), en last but not least introduceerde hij de jeugdige Michèl de Jong bij de oude maestro, waarmee hij de facto het fundament legde voor de nieuwe bundel.


De dichter Jan Boerstoel behoeft geen introductie. We hebben hier te maken met een van the usual suspects. Wordt ergens het glas geheven omdat iemand de dichterslier beroerde – Boerstoel is present. Als tekstschrijver van onder meer Karin Bloemen moet hij op enig moment Drs. P geïnspireerd hebben tot het bedenken van diens artiestennaam Karin Bloemengracht – overigens een van de talloze pseudoniemen van de doctorandus.

NRC-journalist Henk van Gelder was de enige prozaïst in deze rijmende enclave, maar mag zich een kenner van het genre noemen. Van de horizontale Kraaijkamp in het DeLaMar tot de verticale Polzer in ’t Molentje, het is in de wereld der courantiers slechts een stap. Nog vele jaren, doctorandus.