Paling in een emmer snot

Bij dagblad Trouw is de kerk-pagina afgeschaft; officieel wordt er niet meer in God geloofd. Toch kwam de redactie op het idee om Wim Kuiper te interviewen; het is komkommertijd of niet.

Wim Kuiper is voorzitter van het centrum voor christelijk onderwijs die met oudtestamentische plechtigheid ‘Besturenraad’ wordt genoemd. Deze Besturenraad heeft een website waarop staat dat zij zich laat ‘leiden en inspireren door het Evangelie van Jezus Christus’. Vanuit ‘onze christelijke identiteit’ kijken ze aan ‘tegen maatschappelijke vraagstukken’.

In het interview zegt Wim Kuiper dat het mogelijk zou moeten zijn om jongens en meisjes apart les te geven. Geen opzienbarende uitspraak van een van het Evangelie van Jezus Christus doordrenkt persoon als Kuiper; vraag een pedofiel naar zijn idealen en hij zal over afschaffing van zedenwetten beginnen.

Maar nee, zegt Kuiper, zo moeten we het absoluut niet zien: met religie heeft zijn oproep niets te maken. “Integendeel, het idee is gebaseerd op de nieuwste inzichten in de neuropsychologie,” aldus Kuiper. Dat die nieuwste wetenschappelijke inzichten samenvallen met bepaalde religieuze voorkeuren is dus geheel toevallig.

“Vanuit didactisch standpunt is het interessant te onderzoeken wat er gebeurt als je ze (jongens en meisjes – JvC) uit elkaar haalt,” vervolgt Kuiper. Ongetwijfeld is dat vanuit didactisch standpunt interessant; toch is het verbazingwekkend dat een voorzitter van een club voor christelijk onderwijs zegt slechts hierdoor gedreven te zijn.

Op de vraag of religie een rol speelt bij zijn voorkeur voor gescheiden lessen, geeft Kuiper geen antwoord. “Het gaat mij erom dat talenten zo goed mogelijk worden benut.” Vooral jongens hebben volgens hem baat bij gescheiden lessen, want die lopen achter op meisjes. Bij zo veel huichelachtigheid krijg je nog respect voor de SGP; daar zeggen ze tenminste waar het op staat.


Wim Kuiper is een bange aanvoerder van een bange club. Christelijke doelstellingen staan, net als bijvoorbeeld de islamitische, in veel opzichten haaks op wetgeving en uitgangspunten van de rechtstaat; geen confessioneel durft daarom te zeggen waar het op staat. Voortdurend dient hij zijn toevlucht te nemen tot glibberige redeneringen, of moet hij algemeen geaccepteerd gedachtengoed er met de haren bij slepen om de heilige doelstellingen een stapje dichterbij te kunnen brengen.

Bij het CDA zijn ze daar ook erg goed in. Neem het standpunt inzake de zondagsrust. Die is er niet omdat God dat heeft bepaald, maar omdat mensen behoefte zouden hebben aan ‘een dag van bezinning, ontmoeting en ontspanning’. Daarnaast moet de zondagsrust worden gehandhaafd omdat de kleine middenstand anders het loodje legt – die zou een extra openingsdag niet aankunnen.

Als het CDA het opneemt voor ambtenaren die geen homohuwelijk wensen af te sluiten, is dat niet omdat homoseksualiteit niet past binnen de christelijke levensvisie, maar omdat het CDA het vindt ‘passen bij ons land en onze geschiedenis’ dat ambtenaren hun eigen afweging mogen maken.

Een confessioneel is een meester in gedraai, een paling in een emmer snot, zoals optimaal belichaamd door Maxime Verhagen. De hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad kan er ook wat van. In plaats van eerlijk te zeggen dat homo’s moeten worden opgesloten in gevangenissen, schreef die vorig jaar dat de president van Malawi wel erg snel door de knieën ging nadat hij door Ban Ki-moon op de vingers was getikt en een eerder tot veertien jaar veroordeeld homopaar plotseling vrij liet komen. Ach, de lijst met voorbeelden is eindeloos.


Dankzij Wim Kuiper moest ik denken aan een uitspraak van de briljante politicus Hans Gruijters (1931-2005). “Bij de confessionelen blijf ik mijn vingers natellen, nadat ik handen heb geschud,” zei hij in 1972. Confessionelen stonden volgens hem voor ‘twee millennia van onbetrouwbaarheid’. Waarvan akte.