Paniek om cijfertjes

De tweede economische dip lijkt een self-fulfilling prophecy te worden. Meer of minder Europa? Dat is de vraag die het politieke debat afgelopen week beheerste. Terwijl Merkel en Sarkozy met hun overleg wilden zorgen voor meer rust in Europa en daarmee op de financiële markten, zien we de beurzen sindsdien alleen maar kelderen – wellicht omdat de beurzen toch op Europese obligaties hadden gehoopt. Het een versterkt vervolgens het ander en de uitspraak van de Amerikaanse centrale bank dat de eurocrisis ook de Amerikaanse banken in problemen kan brengen, leidde vervolgens weer tot een verdere daling op de financiële markten. De tweede economische dip lijkt zo een self-fulfilling prophecy te worden, en ook in Nederland daalt het consumentenvertrouwen fors, stagneren de investeringen en stijgt de werkloosheid.

Krachtig ingrijpen is dus nodig: de rust moet worden hersteld. Ondertussen wordt de politieke onrust alleen maar groter. Premier Rutte en minister De Jager moesten vorige week twee keer naar de Kamer om de cijfertjes van het Europese reddingsplan voor Griekenland uit te leggen. De onvrede over de uitleg was groot, en het leek zelfs een blessing in disguise dat de SP een motie van afkeuring indiende, zodat de overige partijen gedwongen werden expliciet hun steun uit te spreken.

Waarschijnlijk zal deze week wel weer een debat volgen, want er is opnieuw politieke onrust ontstaan, ditmaal over de deal die Finland met Griekenland sloot over het onderpand voor zijn deel van de leningen. Die deal wordt nu Europa-breed afgekeurd, maar de mogelijkheid ervan blijkt wel gewoon in de conclusies van de Europese Raad van 21 juli te staan. Nu willen ook andere landen een dergelijke constructie, waaronder Nederland, hoewel De Jager natuurlijk donders goed weet dat dat helemaal niet kan.

Daar zit meteen de kern van het probleem: onder druk van de publieke opinie durven politici niet door te pakken. Er is meer Europa nodig om de crisis te beheersen, maar in eigen land is daar geen draagvlak voor. In Nederland redt het kabinet het nog met steun van een deel van de oppositie, maar in Finland zit de bondgenoot van de PVV (Ware Finnen) gewoon in het kabinet. Die hebben het dus heel hard gespeeld in de Europese Raad en zo waarschijnlijk hun deal bedongen.

Ook Merkel, die zich samen met Sarkozy leider van Europa toont, staat onder enorme binnenlandse druk. Vanuit de liberale coalitiegenoot, maar ook vanuit de eigen achterban. Niet zo vreemd, want als sterkste economie in de Europese Unie betaalt Duitsland een groot deel van de rekening. Met Europese obligaties (landen doen dat dan niet meer afzonderlijk) zou dat alleen maar meer worden. Maar gaan we het zonder die obligaties redden? Twee extra Europese raden, de poging om maximale tekorten in de nationale grondwetten op te nemen en meer Europese sancties zullen het structurele probleem waarschijnlijk niet oplossen.


Terecht wijst De Jager op de weeffout in het verleden: bij het Verdrag van Maastricht uit 1992 had die sterkere Europese sturing al moeten worden afgesproken. We zijn toen aan een Monetaire Unie begonnen zónder eerst de politieke unie te regelen. Ook in de jaren daarna is er vooral voor ‘verbreding’ in plaats van ‘verdieping’ van Europa gekozen, met als verklaring steeds weer het gebrek aan draagvlak.

Ook draagvlak voor verbreding is inmiddels verdwenen. Was dat voor de tien landen die in 2004 bij de Unie kwamen nog deels gebaseerd op de steun aan de Oost-Europese landen na de val van de Muur, nu overheerst de zorg wat verdere uitbreiding betekent voor de stabiliteit van de EU. Dat zie je vooral bij de discussie over Turkije: een dergelijk groot – en vooral islamitisch – land bij de Unie, dat moeten we niet hebben.

Het bedrijfsleven ziet Turkije echter vooral als een emerging market. In het eerste kwartaal had Turkije een economische groei van elf procent

Het kan verkeren. Straks willen we Turkije – als sterke economie – maar wat graag bij de EU hebben om de eurocrisis te overleven, maar er is nog geen politicus die dat zal durven zeggen.