Wedstrijd langzitten voor dictators

Een beetje fatsoenlijke dictator is in functie tot aan zijn dood. Jozef Stalin en Mao Tse-toeng gaven wat dat betreft het goede voorbeeld, en sindsdien beleefden tal van monocraten de laatste regeerdag op hun sterfbed. Ze stierven een natuurlijke dood of werden overvallen door het lot. Zo overleed de Gabonese president Omar Bongo

twee jaar geleden – na een termijn van 38 jaar – aan een hartaanval. Hij was de langstzittende president van Afrika en liet een biografie in stripvorm na. Ook de legendarische Turkmeense president Separmurat Niyazov zorgde ervoor dat hij na zijn dood in 2006 (eveneens het gevolg van hartkwalen) rijkelijk voortleefde in de vorm van tientallen met goud beklede standbeelden.

Nog onder de levenden, maar vast van plan om het leiderschap tot aan het bittere eind uit te zitten, is Fidel Castro (85). Goed, hij heeft wegens zijn broze gezondheid enkele bevoegdheden moeten overdragen aan zijn broer Raoul, maar hij (en niet zijn broer) zal zijn graf ingaan als dé revolutionair van Cuba.

Dit eervolle vooruitzicht was de Arabische leiders Zine El Abidine Ben Ali en Hosni Mubarak niet gegund. Na een leiderschap van respectievelijk 24 en 30 jaar moesten ze het veld ruimen. Evenals Moammar Kadhafi, al zal hij daar zolang hij leeft niet aan willen toegeven.

Wie wel nog met één been in het strijdveld staat, is de Syrische president Bashar al-Assad.

Hij kondigde in zijn meest recente televisietoespraak weliswaar aan om nieuwe presidentsverkiezingen te organiseren, maar de waarheid is dat hij er alles aan zal doen zijn vader te evenaren. Die hield het drie decennia vol – tot aan zijn dood, zoals het een goed dictator betaamt.

Mocht Assad toch noodgedwongen opstappen, dan wordt het lijstje potentaten langzaamaan steeds korter. Sterft de langheerser uit? Niet wat betreft de monarchen in elk geval. Die zijn met hun blauwe bloed een leven lang uitgehuwelijkt aan de troon. Queen Elizabeth zwaait al een goede 59 jaar haar volk toe, onze eigen koningin Beatrix 31 jaar.


Dictators hebben het aanzienlijk lastiger, maar de Jemenitische president Saleh en zijn Bahreinse collega Khalifa lijken aan de afgrond te zijn ontsnapt. Voor de vier populaire despoten in Centraal-Azië is die afgrond zelfs nooit in zicht geweest. En ook Afrika is voorlopig nog niet van zijn alleenheersers af. De presidenten van Guinea, Angola en Zimbabwe hebben al meer dan dertig jaar stevig de teugels in handen. Van hun drieën lijkt Robert Mugabe de meeste kans te maken op een dictatorsbokaal: met zijn 87 jaar is de Zimbabwaan hard op weg om zijn carrière te bekopen met het uitblazen van zijn laatste adem. IdZ