Het leven in een studentenhuis: alles flex poepseks

‘Iets drinken? Biertje?’ Simon woont in het studentencomplex aan de Ina Boudier-Bakkerlaan in Utrecht. Het IBB, zoals de studenten het noemen, biedt plaats aan meer dan dertienhonderd studenten. Als sardientjes in een blikje. Maar ze zijn wel gelukkig.

We krijgen een flesje Damburger in onze handen geduwd. Vier euro per kratje, maar lekkerder dan blikjes Euroshopperbier, want dat zijn volgens de studenten ‘van die daklozenblikken’.

Het IBB-complex telt diverse lage flats en één hoge met de bijnaam ‘de zelfmoordflat’, omdat er volgens de overlevering in de jaren tachtig bij bosjes studenten vanaf sprongen. Recente gevallen zijn niet bekend – het is trouwens niet eens meer mogelijk om op het dak te komen, en ook de ramen in de trappenhuizen kunnen niet open.

Tussen de flats liggen grasvelden die met mooi weer het campusgevoel versterken: dan stikt het er van de groepjes mensen die voetballen, barbecueën of gewoon een beetje ‘hangen’. Met slecht weer is iedereen aangewezen op zijn slaapkamer van twaalf vierkante meter. De ‘huizen’ zijn stuk voor stuk voorzien van een gezamenlijke woon-/eetkamer, twee badkamers en twee wc’s. In de vijftien slaapkamers ‘past amper een bed’, zegt Simon (23). Wellicht heeft hij daarom voor een hoogslaper gekozen. “Maar voor 220 euro inclusief is het een prima plek. Ik erger me weleens aan gestreste mensen in het huis; daar word ik zelf ook gestrest van. Ook irritant zijn huisgenoten die klagen dat het een bende is, maar zelf geen poot uitsteken. En het geluidsoverlast van de bovenverdieping, het feesthuis – daar plakt de vloer altijd en af en toe staat de speaker daar om drie uur ’s nachts nog vol open. Maar ik ben hier wel gelukkig, vooral als ik ’s avonds thuiskom en gezelligheid tegenkom. Er zijn hier altijd mensen waar je tegenaan kunt lullen.”
De lage prijs en de relatief korte wachtlijst zorgen ervoor dat het IBB populair is. De gemiddelde student woont er twee à drie jaar, sommigen blijven zelfs nog hangen als ze afgestudeerd zijn. Op geen andere plek in Utrecht zo dicht bij het centrum vind je zulke goedkope kamers.

De muren van de gemeenschappelijke vertrekken in het huis zijn voorzien van allerlei vrolijke kleuren, zoals roze en fel turkoois. Ook zie je hier en daar een muurschildering. In de woonkamer staat een goudkleurige televisie, met daaromheen oude leren bankstellen met versleten foulards. In de keuken een lange tafel met veel stoelen en drie gasfornuizen naast elkaar.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

pauline bijster