Stop toch met dat Twitter

Onlangs ben ik gestopt met twitteren. Helemaal. Cold Turkey. En dat valt niet mee. Ik schreef niet zoveel berichten, maar ik las eigenlijk wel alles van de 123 mensen die ik volgde. Alles. Dwangmatig. Want er zou wellicht een opmerking tussen kunnen zitten waar ik zeker een seconde om zou moeten glimlachen. Of een tip, een idee voor een artikel.

Nederland is, zo blijkt uit onderzoek van comScore, het epicentrum van de sociale netwerken. Van de 11,9 miljoen internetgebruikers hebben er 11,5 miljoen een profiel. We zijn relatief gezien het grootste Twitter- en LinkedIn-land. En voor iemand die niets wil missen, voelde het als een verplichting om alles te blijven lezen.

Daarom las ik een boek, keek ik televisie, praatte ik met mensen en scrolde ik ondertussen mee op mijn iPhone om te scannen wat er gezegd werd. Ik ontwikkelde de holle lach die ik inzette als ik niet naar iemand luisterde omdat ik met mijn telefoon bezig was, maar ondertussen niet wilde dat die persoon dat doorhad.

Let wel, dit gebeurde met slechts 123 te volgen personen. Laat staan dat ik de ins en outs van 1500 mensen zou bijhouden, zoals andere twitteraars dat doen. Het lukt hen ook nog om te reageren op wat al die mensen het net op braken. Onbegonnen werk wat mij betreft.

Nu ik gestopt ben, merk ik dat ik eigenlijk helemaal geen behoefte heb aan al die verbale diaree. Aan weetjes over het avondeten. De kater op zondagmorgen. Het restaurant waar iemand zich bevindt. Of de luchthaven waar wat loze uurtjes worden doorgebracht tot het vliegtuig vertrekt. Met foto.

Daarom: doe Twitter weg! En sluit je bij mij aan. Dan gaan we, als we elkaar een keer spontaan tegen komen, in een kroeg zitten. En dan praten we over dingen die er echt toe doen. In zinnen die meer dan 140 tekens bevatten. Ik geef het toe, het is even wennen, maar erg de moeite waard.

ivo van woerden