Een tik mag wel, soms

De Italiaanse politicus John Colasanti heeft drie dagen in de cel gezeten omdat hij op straat zijn zoontje een draai om zijn oren gaf. In Stockholm, en daar is dat verboden. Hij heeft nog geluk gehad, want de maximale celstraf voor slaan in het Scandinavische land is twee jaar.

Nu ben ik een groot voorstander van het straffen van kindermishandeling. Ouders die hun eigen trauma’s en frustraties op een onschuldig kind botvieren mogen hard afgestraft worden. Maar een corrigerende tik, kom op. Ik begrijp dat er een gevaarlijke grens bestaat tussen wat wel en niet kan. De plek en impact van de klap. En of de ouder zichzelf in de hand heeft en niet vanuit (te) veel woede handelt. Maar een tik. Ook in Nederland heerst er een taboe op. Waarom zijn we daar zo bang voor? Waarom corrigeren ouders hun kinderen nauwelijks meer?

Het Nederlandse kind lijkt bijna heilig. Dat heeft veel voordelen: ouders streven naar de beste voeding, school, omgeving en veiligheid voor hun kroost. Dat doe ik als moeder ook. Maar het heeft ook een nadeel: ouders draaien daarin een beetje door. Veel ouders zijn bang om op te voeden. Om ook standjes uit de delen. Kinderen leren wat wél en niét mag. Ze uit een vervelende zeurbui of driftbui halen, regels stellen waar ze zich aan moeten houden. Zelfs het woord ‘nee’ of ‘stop’ is soms te veel. Op die manier neem je als ouder geen verantwoordelijkheid voor hen. Een kind álles zelf uit laten zoeken zou je ook bijna een vorm van mishandeling kunnen noemen. Voel je niet schuldig als je een keer – niet te vaak, niet te hard! – een tik geeft. Laten we er niet te bang voor zijn kinderen op te voeden.

pauline bijster