Apenrotsspion

‘Prrrrr, psssst, prr, prr, prr, pffffft,” klinkt het gesprek dat PowNed-voorzitter Dominique Weesie al tien minuten voert met een kitten die voor zijn neus langs de rand van het zwembad heen en weer trippelt. Zijn vingers staan als een imitatiemuis, zijn ogen licht ontroerd. Terwijl hij het diertje onder zijn kinnetje kroelt, kijkt hij over zijn schouder, totaal vervuld van kattenliefde. “Lief hè, Hero?” fluistert hij tegen de tweede PVV-man, die hem vanaf een ligstoel vertederd toeknikt. Mijn mond hangt open.

We zitten in Spanje voor een nieuw programma. House Ibiza, het PowNed-antwoord op Villa Felderhof. Twee weken. Veertien mannen aan crew en presentatoren. Drieëntwintig voornamelijk mannelijke talkshowgasten. Een apenrots. En ik. Bier, tieten, voetbal. Luidruchtige schuine moppen. Haantjesgedrag. Kruisgegraai. Voetbal, tieten, bier. Dat krijg je met zo veel mannen op een kluitje. Dacht ik. Maar nee. Als de camera’s gestopt zijn, de setlichten gedoofd en de tv-discussies verstomd, zijn mannen op een kluitje hartstikke knus. Schattig. Aandoenlijk soms. Een beetje zoals The Hanson Brothers. Boyzone-esk.

De dagen verstrijken. Ik observeer.

Terwijl Rutger Castricum bij opgaande zon met Ronald Plasterk het leven overpeinst, leert de gedistingeerde strafpleiter Theo Hiddema het Haagse Oh Oh Cherso-schoffie Jokertje woorden als ‘retorisch’ en dingen over wijntjes, die Jokertje vervolgens braaf voor hem haalt. Op zijn beurt vertrouwt Jokertje Hiddema het wel en wee van werken bij de Jumbo toe. René Froger vraagt of hij voor even terug mag naar zijn boot, omdat hij zijn Natas zo mist. Peter R. de Vries vertelt zachtjes dat hij het algemene idee dat hij zo afstandelijk is betreurt. Tygo Gernandt draaft af en aan met colaatjes voor iedereen, deelt de moeite die hij heeft met zorgen voor zichzelf, en zijn adoratie voor Michael McDonald. Hero Brinkman mijmert weemoedig over zijn verleden als paardenjongen, waarin hij een verdienstelijk potje concours hippique’te (‘och, dat gevoel van vrijheid dat dat gaf’), en hoe fijn hij met Geert kan kletsen over zijn zoontje. Bassie van Adriaan vertelt verliefd hoe niemand zijn clownskostuum zo mooi kan opvouwen als zijn vrouw. Op de achtergrond stroomt Dominique Weesie over van liefde voor een poesje – zelfs als het beestje zijn bed heeft ondergekakt.


Ach, de gemakzuchtige blindheid, de misplaatste overtuigingen die ontspringen aan de mannenvooroordelen waar vrouwen zich van bedienen. Terwijl ik toekijk hoe noeste tv-alfa’s samen in de struiken rondscharrelen met rieten hoeden op hun hoofd, op jacht naar druiventrossen, denk ik aan hoe Jane Goodall zich gevoeld moet hebben toen ze ontdekte dat chimpansees werktuigen maken en gebruiken. Dankbaar verrast. “Jo, heb je onze dadels al gezien?” klinkt vol oprecht enthousiasme vanuit de bosjes. En ze bedoelen daadwerkelijk de purperen steenvruchtjes.

Jojanneke van den Berge