Avonturier met een tragisch leitmotiv

De Franse filmmaker en filosoof Claude ‘Shoah’ Lanzmann is een rasverteller, en zijn bewogen leven biedt hem stof genoeg. Op elke pagina gebeurt wel iets dat je mond doet openvallen van verbazing.

Als Lanzmanns memoires een hotel zouden zijn, dan was het zonder meer vijf sterren waard. Zo’n hotel waar je dagenlang kunt verblijven zonder je één moment te vervelen. Waar je opziet tegen de dag dat je weer naar huis moet. De Patagonische haas is zo’n boek dat je dichtslaat met een gevoel van teleurstelling: jammer dat het uit is, je had nog dagenlang verder kunnen lezen.

Het zijn memoires, maar De Patagonische haas laat zich lezen als een avonturenroman. Lanzmann (86) heeft een bewogen leven achter de rug, waarin hij veel meer heeft meegemaakt dan een gemiddeld mens. Het lijkt niet gelogen wanneer Lanzmann zegt dat hij nog wel honderd levens aan dit leven zou willen vastplakken. Overdreven is het misschien wel, want Lanzmann is behalve een rasverteller ook een Jiddische overdrijver. En hier en daar is hij zelfs een beetje een opschepper, maar je bent snel geneigd hem dat te vergeven.

Voor velen, en ook voor mij, is Claude Lanzmann de maker van Shoah uit 1985, de bijna tien uur durende documentaire waarin een poging wordt gedaan het laatste traject te beschrijven dat zo’n zes miljoen joden hebben afgelegd op weg naar hun vernietiging.

Het traject naar vergassing.

Wie nooit de beelden heeft gezien van Abraham Bomba, de kapper van Treblinka, die de haren van de vrouwen moest afknippen voordat ze de gaskamers werden binnengeschopt; wie nooit heeft gezien hoe Lanzmann in het naoorlogse Duitsland met zijn verborgen camera bij voormalige kampbeulen aanklopte; wie nooit het verslag heeft aanschouwd van de Poolse machinist die zijn met joden volgestouwde trein tot aan het perron van het vernietigingskamp Sobibor moest rijden, die zal uiteindelijk niet kunnen doorgronden wat de Holocaust in al zijn kwaad heeft betekend.


Lanzmann claimt zelfs dat het door hem ingevoerde woord ‘Shoah’, dat in het Hebreeuws zowel ‘afgrond’ als ‘iets’ betekent, het woord ‘Holocaust’ heeft verdrongen, maar ook dat lijkt me een tikje overdreven. Dat Lanzmann wordt vereenzelvigd met zijn filmisch meesterwerk is begrijpelijk, maar onvolledig. Lanzmann is veel meer dan alleen een chroniqueur van de jodenvernietiging. Hij is meer dan alleen een journalist. Je kunt hem, en dit keer zonder overdrijving, een held van de vorige eeuw noemen. Misschien is hij zelfs een held van deze tijd.

Overal ter wereld waar een brandhaard opbloeide, was Lanzmann aanwezig. In dat opzicht kan zelfs Cees Nooteboom niet in zijn schaduw staan. Lanzmann begon er al vroeg mee. Door allerlei omstandigheden raakte hij in het Franse verzet verzeild. Aanvankelijk als jonge communist, maar toen hij weigerde een bevel van de partij uit te voeren, werd hij door diezelfde partij ter dood veroordeeld. Zo vocht Lanzmann tegen de Duitse bezetters terwijl hij tevens op zijn tellen moest passen voor zijn oude communistische kameraden. Het gaf hem na de bevrijding een wat andere kijk op de Sovjet-Unie dan de meeste linkse Fransen uit die tijd.

Van zijn vader erfde hij zijn moed en van zijn moeder zijn literaire gevoeligheid. Zijn ouders zelf bleven echter niet lang bij elkaar. Aanleiding voor de vroege scheiding was de poging van zijn vader om zijn moeder in de huwelijksnacht ook anaal te benaderen, een geheim dat zijn moeder pas op haar sterfbed onthulde. Logisch dat Lanzmann altijd een grote waardering voor Freud is blijven koesteren.

Reislustig als hij was en altijd is gebleven, ging Lanzmann na de oorlog in Berlijn studeren en lesgeven. Dat de Duitsers niet zomaar hun misdadige verleden zouden verwerken en eerzame democratische burgers zouden worden, werd hem al snel duidelijk. Zijn filosofische belangstelling zou hem bij zijn terugkeer in Frankrijk van dienst zijn in zijn contacten met Sartre en De Beauvoir.


De laatste jaren is er veel onaardigs gezegd en geschreven over Sartre en De Beauvoir. Zo zou Simone als een soort koppelaarster allemaal jonge studenten aan Sartre hebben uitgeleverd. Wie alle recente kwaadaardigheden over hun relatie opgesomd wil zien, verwijs ik naar het boekje Jean-Paul Sartre, De Beauvoir, vrijheid en terreur van Frans de Haan. Daarin kunnen Sartre-haters hun hart op halen.

Maar Lanzmann schetst een heel ander beeld, een liefdevol beeld, en dat is weleens een verademing. Toen Lanzmann een verhouding kreeg met de vijftien jaar oudere De Beauvoir, waren zij en Sartre nog altijd dik met elkaar, maar hadden ze geen seksuele contacten meer. Niettemin ontwikkelde zich een ménage à trois, waarbij Sartre drie dagen kreeg toebedeeld en Lanzmann drie (of vier) dagen, plus het gezamenlijke bed. Over die periode schrijft Lanzmann met grote sympathie. Zijn bewondering voor Sartre, die hij ook als concurrent had kunnen zien, is enorm. Lanzmann beschrijft Sartre als een workaholic met een ijzeren discipline en een bijzonder krachtig denkvermogen. Pas helemaal aan het eind van zijn leven zou Sartre ten prooi vallen aan de gekte, maar die periode kan zijn grootheid nooit overschaduwen.

Het portret dat Lanzmann van Sartre schetst, is niet zonder ironie. Zo werd Sartre bijna geterroriseerd door de idee dat hij te allen tijde onafhankelijk diende te zijn. Vandaar dat hij altijd een pak geld meedroeg, zodat hij onmiddellijk iedereen kon betalen. Een andere gewoonte van Sartre komt mij persoonlijk heel herkenbaar voor: hij wilde ook nooit iemand de weg vragen. En dat was weleens lastig, want ze gingen regelmatig met z’n drieën op stap. Lanzmann aan het stuur, De Beauvoir naast hem en Sartre achterin, de kaarten raadplegend, reden ze liever urenlang rond dan het raampje open te draaien en de autochtoon aan te spreken. En dat allemaal in zo’n Renaultje 4!


Wie durft nu nog te beweren dat Sartre geen groot man was?

De Patagonische haas zit boordevol smakelijke anekdotes, want moderne geschiedschrijving is voor Lanzmann geen abstracte maar een volstrekt concrete aangelegenheid. Op elke pagina gebeurt wel iets dat je mond doet openvallen van verbazing. Waar Lanzmann komt – of hij in Pyongyang verliefd wordt op een Noord-Koreaanse verpleegster of op zijn 67ste nog een opleiding krijgt als gevechtsvlieger in een Israëlische F-16 – overal begint zijn universum bijna absurdistische gedaanten aan te nemen. Wie zo geleefd heeft, moet wel een gelukkig mens zijn, ook al is de dood van miljoenen joden zijn leitmotiv geweest.

Claude Lanzmann: De Patagonische haas. Vertaling: Marianne Kaas. De Arbeiderspers, €39,95 Ook verkrijgbaar via ako.nl.