Het belang van het luchtwapen

Zonder het NAVO-ingrijpen hadden de Libische rebellen het niet gered.

De oorlog in Libië lijkt bijna ten einde. Ook al duurt hij, na de eerste euforie over de val van Tripoli, nog langer dan gehoopt. Bovendien is er, op het moment van schrijven, nog geen spoor van Kadhafi. De blik richt zich al wel op de toekomst. De Overgangsraad vestigt zich in Tripoli en de vraag is wie de nieuwe leider van het land wordt. Libië maakt zich op voor een nieuwe werkelijkheid.

Lange tijd leek het ongewis of die uitkomst er wel in zat. Er rezen twijfels over nut en noodzaak van het NAVO-ingrijpen. Ruim 160 dagen na het begin van de acties is het zonneklaar dat zonder het ingrijpen van de NAVO – en eerder al van Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS – dit resultaat niet zou zijn bereikt.

De luchtsteun is van doorslaggevend belang geweest voor de eindzege van de rebellen. Dankzij die steun kon de slagkracht van Kadhafi worden beperkt en kregen de rebellen kans op een eerlijke strijd.

Sinds het begin van de NAVO-actie, op 31 maart, zijn er 20.751 vluchten uitgevoerd, waarvan 7806 aanvalsvluchten (per 28 augustus). De getallen, de doelen en de effecten zijn dagelijks te volgen op de website van de NAVO. Deze berichten maken meteen het militaire belang van de acties duidelijk: dag in, dag uit worden tanks, radarsystemen, raketinstallaties en wapendepots onschadelijk gemaakt. Dat geeft wel aan hoe groot Kadhafi’s wapenarsenaal was.

Steeds als Khadafi troepen probeerde te verplaatsen naar steden die in handen waren van de rebellen, werden die vakkundig door NAVO-vliegtuigen uitgeschakeld. Todat Kadhafi’s troepen uiteindelijk vast kwamen te zitten in Tripoli. Doordat de rebellen daarnaast ongetwijfeld ook wapens, munitie en training kregen, werden ze sterk genoeg om vanuit de bergen in het westen een verrassingsaanval op Tripoli te openen.


Veel landen leverden kritiek op de NAVO-steun, omdat die verder zou gaan dan de humanitaire hulp waarin de VN-resolutie voorzag. Tot echt groot verzet kwam het – gelukkig – uiteindelijk niet.

Wel duurde de actie langer dan verwacht. De NAVO had graag gezien dat het net zo snel zou gaan als in Kosovo in 1999, waar het luchtoffensief 78 dagen duurde. In Libië staat de teller nu al op meer dan het dubbele. Dat laat zich verklaren door de uitgestrektheid van het land, het wapenarsenaal van Khadafi en het gebrek aan training van de rebellen. Dat was anders bij de strijd van het Bevrijdingsleger van Kosovo tegen de Serviërs van Milosovic.

Overeenkomsten zijn er ook: de humanitaire aanleiding tot het ingrijpen, het duidelijk partij kiezen en het uiteindelijke succes van het luchtwapen. Al is het te hopen dat het niet zo lang duurt als bij Milosovic voordat we Kadhafi te pakken hebben!

Voor Nederland is er een groot verschil: waar we in Kosovo in de voorste linie meededen, bleef de bijdrage van onze F16’s nu beperkt tot het uitvoeren van verkenningsvluchten en het handhaven van de no-flyzone. Een frustrerende taak voor onze piloten, die in Afghanistan hebben laten zien dat ze veel meer in hun mars hebben. Bovendien gaat het verhaal dat ze vanwege hun – door de politiek afgedwongen – passieve houding werden buitengesloten door hun collega’s die wel bombardeerden.

Begin juli was er nog even hoop dat de politieke houding als gevolg van een Kamerdebat zou veranderen, maar premier Rutte gaf op 14 juli in een gesprek met NAVO-baas Rasmussen wederom te kennen dat Nederland een beperkte rol zou blijven spelen. Ondertussen verkochten we onze F16-bommen aan de landen die wel bombardeerden. Zo blijven we in Nederland koopman en dominee tegelijk.


Belangrijker is dat er resultaat is geboekt. Libië wacht een nieuwe toekomst. In Kosovo moest er jarenlang een internationale troepenmacht aan te pas komen om de veiligheid te waarborgen. Die mogelijkheid wordt nu ook voor Libië overwogen. Laten we hopen dat het niet nodig is, maar zo mocht dat toch het geval zijn, dan mag de internationale gemeenschap die verantwoordelijkheid niet ontlopen.