Pubertragedie

Simon is een verlegen jongen van twaalf die in een paar dagen tijd verandert in een meedogenloze overlever. Gerwin van der Werf kruipt overtuigend in zijn hoofd.

Het begin van Wild doet denken aan die Monty Python-sketch van de twee piloten. Uit verveling besluiten ze hun passagiers doodsangsten te bezorgen. Hoe? Simpel. Door de intercom zegt John Cleese: “There is absolutely no cause for alarm.” En dan, na een paar seconden stilte: “The wings are not on fire.”

Niks zo verontrustend als de onverwachte verzekering dat er helemaal niets aan de hand is. Wild begint met een kalme natuurbeschrijving. De zon op je gezicht, overal om je heen het jonge groen. “Het is zo’n dag waarop je (-) van geen tragedie wilt weten.” Wacht even: geen tragedie? No cause for alarm? Meteen zit je rechtop. Dit wordt ellende.

Gerwin van der Werf debuteerde vorig jaar met Gewapende man. Een van die romans die goed werd ontvangen (terecht), getipt werd als een van de beste boeken van 2010 (iets voor te zeggen), en daarna nauwelijks nog aandacht kreeg (heel vreemd). Van der Werfs debuut speelde zich af in een dorpje in Zeeuws-Vlaanderen, met alle bijbehorende kneuterigheid, randfiguren en onzorgvuldig verdrongen schandalen.

In zijn tweede roman buit Van der Werf zijn setting weer maximaal uit. Ook Wild speelt zich in een dorp af dat ergens in de jaren vijftig is blijven steken. Spijck. Of eigenlijk speelt het zich vooral af in De Wolden, het bos rondom Spijck. Hoofdpersoon is de twaalfjarige Simon de Ridder. Over een week moet hij naar de agrarische school. Hij woont bij zijn grootouders; wat er precies met zijn ouders is gebeurd weet hij niet.

Simon is een wat verlegen jongen. Hij is anders dan de onbehouwen dorpelingen. Intelligent, gevoelig, een enthousiaste lezer, verslingerd aan de Arendsoog-serie. Hij is niet echt populair en heeft maar één vriend. Die vriend, Kris, is slecht nieuws, en in zekere zin de aanstichter van alle ellende. Als Simon stiekem een pakketje van zijn opa openmaakt en er een luchtdrukpistool uit vist, eigent Kris zich het ding meteen toe. Simon krijgt het pistool pas terug als er een gewonde is gevallen, buiten zijn schuld. Hij besluit De Wolden in te vluchten.


De Wolden is een aangeplant boslandschap, het strekt zich uit van het dorp tot aan de snelweg, zo’n zes kilometer lang. Beuken, dennen, sparren, heide, brem, kleine berken en jeneverbessen. Niet bepaald Into the Wild allemaal. Toch groeit het typisch Hollandse bos bij Van der Werf uit tot een buitengewoon onheilspellende omgeving, een wildernis bijna. Logisch dat Simon er binnen een paar dagen van een ogenschijnlijk rustige jongen verandert in een meedogenloze overlever.

Die transformatie is volstrekt geloofwaardig, vooral omdat-ie zo goed en zorgvuldig is voorbereid. Van der Werf weet vanaf de eerste pagina’s een dreigende sfeer te scheppen – niet alleen door wat er gebeurt, maar ook doordat hij je een blik biedt in Simons oververhitte puberhoofd. Dat zit vol met rustige, lieflijke dagdromen, zoals: “Hij liep de keuken in, terwijl hij zich voorstelde hoe hard zo’n konijnenoor zou bloeden als je het met de snoeischaar afknipte.”

Simon is nieuwsgierig, angstig en hij beschikt over een levendige verbeelding. Een combinatie die al snel leidt tot gruwelijke fantasieën. Die fantasieën en de harde, raadselachtige proloog maken je vanaf het begin nieuwsgierig. De vraag is niet óf het tot een gewelddadige uitbarsting zal komen, de vraag is meer hoe en wanneer.

De paar dagen in het bos zijn een soort versneld coming of age-proces voor Simon. Niet alleen komt hij stukje bij beetje meer te weten over zijn tragische achtergrond, ook wordt hij, op even schmutzige als hilarische wijze, ingewijd in de liefde en leert hij – letterlijk – van zich af te slaan.

De hoofdpersoon in Gewapende man was een ietwat sullige academicus. Met Wild bewijst Van der Werf dat hij minstens net zo overtuigend in het hoofd van een twaalfjarige jongen kan kruipen. De zinnen zijn eenvoudig en toegankelijk, maar de problemen waar Simon zich in werkt en de inzichten die hij opdoet zijn dat allerminst. Hij ziet in dat zijn onverschrokken maar altijd nobele held Arendsoog volstrekt ongeloofwaardig is, en hij bereikt een conclusie die zo uit Dostojevski had kunnen komen: als er geen God is die hem straft, waarom zou hij zich dan nog aan de regels moeten houden?


Zo samengevat klinkt Wild misschien zwaarder dan het is. Het is een rauw, krachtig boek, en via zijn hoofdpersoon stipt Van der Werf grote levensvragen aan – maar het is tegelijkertijd erg komisch, zonder dat de schrijver op de vette lacht mikt. Vrijwel elke alinea bevat een rake, heldere vergelijking of een vermakelijke observatie: “Na het gebed zei grootvader met gevouwen handen en in dezelfde adem: ‘Ik moet weg,’ alsof het volgens voorschrift volgde op ‘eeuwigheid amen’.

Ach, die arme grootvader. Hij probeert in te grijpen, maar zoals het hoort in een fatsoenlijke tragedie: net te laat. Van de rust in het dorp is dan al weinig meer over. The wings are on fire.

Gerwin van der Werf: Wild. Contact, €21,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Dries Muus