Tegen elk aannemelijk bod

Uilskuiken van de week: Harmen Roeland

Er was pas echt iets aan de hand als hij in beeld kwam. Gehuld in camouflagejas, bomvest of zuidwester, kaplaarzen aan de voeten, meestal met een helm of bontmuts op. Op de achtergrond verging de wereld: raketten sloegen in, orkanen bulderden, gebouwen brandden af.

Nog zie ik hem staan tussen de smeulende resten van de Bijlmerflat. “Het is duidelijk dat veel bewoners geen kant meer op konden en bekneld zijn geraakt tussen de in elkaar stortende betonnen appartementen,” sprak hij. “Ze hadden geen enkele kans meer om aan de dood te ontsnappen.”

In 1999, na 23 jaar oorlogs- en rampenjournalistiek, hield Harmen Roeland ermee op. Een tijdje was hij eindredacteur voor de ochtendjournaals, om in 2003 na een ruzie met Journaalbaas Hans Laroes definitief te vertrekken. Vanaf dat moment begon zijn Werdegang.

Met Wibo van der Linde presenteerde hij een interviewprogramma voor de TROS dat jammerlijk mislukte. Na een volgende mislukking, namelijk zijn betrokkenheid bij de oprichting van een krant voor toeristen op de Waddeneilanden, koos de voormalige sterverslaggever voor een carrière in de communicatiebranche. Woordvoerder werd hij, en voor een redelijke prijs kon iedereen hem bestellen.

Als eerste dook hij op bij een provinciaal museum te Heerenveen, waarvoor hij ronkende persberichten schreef en voormalige collega’s belde om hen tot een bezoek te verleiden. Vervolgens huurde de gemeente Meppel hem in. Hij verrichte een onderzoek om te zien ‘hoe de gemeente Meppel meer kan opvallen’. Automobilisten passeerden de stad zonder in de gaten te hebben dat ze langs Meppel reden, dat zou volgens Roeland gaan veranderen.


Dieper en dieper zonk Roeland. Tot overmaat van ramp raakte hij blind aan een oog na een vechtpartij met een passant die hem achter het Centraal Station te Amsterdam in het IJ had geduwd. Vergeefs procedeerde hij tegen gemeente en GVB – hij vond dat pontmedewerkers hadden moeten ingrijpen. ‘Ongewilde primeur Harmen Roeland’ meldde een krant.

Roeland zette zijn communicatiecarrière voort. Toen de CDA-fractie in de Amsterdamse gemeenteraad, als enige partij tegenstander van het hoofdstedelijk softdrugsbeleid, hem vroeg om een documentaire te maken over de gevaren van cannabis, aarzelde hij niet. Overspannen gebruikers en verontruste psychiaters kwamen in beeld. Over een journalistiek geweten bleek Roeland niet langer te beschikken.

Genant werd het in oktober 2009, toen de DSB-bank van Dirk Scheringa in elkaar zakte. Als ‘communicatiestrateeg’ en ‘kenner van bedrijven in problemen’ werd hij opgevoerd in een krant. Scheringa had veel eerder in beeld moeten komen, sprak Roeland. En: “Je kunt nooit rechtbreien wat krom is. Als het product niet deugt, moet het bedrijf stoppen met de handel (-).” Het was duidelijk dat ‘de communicatie’ bij DSB niet op orde was, anders hadden ze de ellende eerder kunnen zien aankomen.

Ruim een jaar later, begin 2011, zag Roeland zijn eigen ellende ook niet aankomen. Zijn communicatiebedrijf kwam in de problemen en de rechter verklaarde hem failliet. “Ik ben verrast, overvallen en erg geschrokken,” zei Roeland. “Ik weet niet goed wat ik hiermee aan moet.”

Als het product niet deugt, moet het bedrijf stoppen met de handel. In plaats daarvan bleef Roeland rechtbreien wat krom is. Nu is bekend geworden dat hij is ingehuurd door de omstreden Leerdamse psychotherapeut Pieter van Steijn, die door de Inspectie voor de Gezondheidszorg een werkverbod is opgelegd en dit najaar zeer vermoedelijk door de Tuchtraad uit zijn ambt wordt gezet.


In het uitpuilende klachtendossier staat dat Van Steijn zich schuldig heeft gemaakt aan ‘machtsmisbruik, onbeschoft gedrag en frauduleus handelen’. Ook zou hij een patiënte tegen haar wil hebben vastgehouden in een van zijn panden. “Geen commentaar,” zei woordvoerder Roeland toen hij werd gebeld door een voormalige vakgenoot.