Zin en onzin van shoppen

De website trendwatching.com maakte vorig jaar een filmpje over de toekomst van ons consumptiegedrag. Wereldwijd, van India tot Spanje, voorspelden mensen allemaal dezelfde ontwikkeling: We’ll buy more. Mensen willen nu eenmaal mooie spullen hebben die het leven veraangenamen. Afgezien van de effecten van consumentisme op het milieu, kun je je afvragen wat het doet met ons gedrag en onze morele kwaliteiten. Als het bezit van goederen het belangrijkste culturele doel is en met status en succes wordt verbonden, kunnen immateriële waarden het onderspit delven. Bijvoorbeeld gastvrij zijn, wat niets ‘oplevert’. Of het maken van schijnbaar nutteloze kunst. De relschoppers die onlangs de Engelse steden onveilig maakten, hadden het vooral voorzien op dure consumptiegoederen. Alsof ze middels diefstal hun lage sociale status voor één keer konden opkrikken. Met een iPad in de hand verhoogt u gans uw rang en stand… of niet? De vraag is deze keer: maakt consumentisme ons slechtere, oppervlakkige mensen? Of is het effect van het consumptieaanbod op wie we werkelijk zijn te verwaarlozen?

“Er is geen noodzakelijke relatie tussen consumeren en oppervlakkigheid. De mensen die vroeger – tussen honderd en vijfduizend jaar geleden – veel consumeerden, waren juist niet oppervlakkig. Het was de elite die het zich kon permitteren om veel te eten en drinken, maar ook om te genieten van kunst.

“De kritiek op consumentisme lijkt op wat filosoof José Ortega y Gasset in 1930 schreef in zijn boek De opstand der horden. Hij was een man van goede smaak en als de dood voor vervlakking. Ik vind dat een pervers scenario en elitisme ten top. Zelf houd ik niet van negentig procent van de commerciële tv-programma’s, maar daarmee is nog niet bewezen dat ze moreel slecht zijn. Bovendien lopen twee argumenten door elkaar. Ten eerste betoogt men dat smaak verloren gaat door consumeren, een paternalistisch argument. Ten tweede is er kritiek op het massaal consumeren. Daar kan ik ten dele in meegaan, want we laten een te grote ecologische voetafdruk na. Maar meestal zie ik deze kritiek als de afkeer van eerlijk verdiende welvaart. Degenen die worden aangesproken, zijn de hardwerkende kleinkinderen van mensen die in absolute armoede geleefd hebben. Nu hebben ze een eigen huisje, auto en tv, en worden ze opeens met de vinger nagewezen.”

“Consumeren, het hebben van mooie spullen en lekker eten, is heel plezierig. Iedereen wil dat graag – zelfs de moralisten die er anderen om terechtwijzen. Maar het wordt een probleem wanneer materialisme het hoogste doel wordt, en het idee ontstaat dat je ook een beter mens bent naarmate je meer bezit. Mensen verwachten dan van consumeren bijna hun redding. Maar als je je hoop stelt op shoppen, ben je hopeloos verloren.In opvoeding en scholing moeten we jongeren leren dat ook andere dingen veel goeds in zich hebben, zodat ze een betere keuze kunnen maken.


“De relschoppers in Londen hebben niet voldoende geleerd wat het verschil tussen mijn en dijn is. Ik heb altijd moeite met socio-economische verklaringen voor wangedrag wanneer die het verschrikkelijke vooroordeel bevatten dat mensen die het moeilijk hebben zich altijd slechter zullen gedragen dan anderen. Bij crimineel gedrag hoor je al snel het excuus: ‘Ja, maar ze hebben geen baan…’ Er zijn duizenden mensen die geen baan hebben, maar zich wél waardig gedragen. Zo zijn er ook veel Engelse jongeren die de rellen afkeurden, en net zulke arme mensen met een klein winkeltje of huisje die het slachtoffer werden.

“Als de relschoppers zich alleen zouden richten tegen multinationals, bleef het wettelijk gezien even verwerpelijk – stelen blijft stelen. Maar je zou er nog enig verzet tegen de gevestigde orde, enig idealisme in kunnen zien. Verzet tegen de machtigen, de lobbyisten, tegen de oorzaken van werkloosheid bijvoorbeeld. Maar nee, ze maakten geen onderscheid. Ze kozen voor dure spullen, in de logica dat alles draait om bezit. Dat lijkt me geen kritisch verzet, maar consumentisme op z’n slechtst.”

“Het hangt er maar vanaf wat je consumeert. Van een zak patat word je niet slimmer, maar als je de complete werken van Plato ‘consumeert’ wel. Het probleem is niet dat mensen te veel consumeren, maar de verkeerde dingen. Bij een zak patat krijg je bij elk frietje dat je naar binnen schuift bevrediging. Voor de werken van Plato moet je je wat langer concentreren, al wat meer gelezen hebben en niet te veel patatvlekken in het boek maken.

“Consumentisme vloeit voort uit het kapitalistische systeem. Dat kan alleen bestaan bij de gratie van groei, en groei alleen dankzij consumeren. Ik ben daar geen voorstander van. Voor een bioloog is het eenvoudig hoe je een beest gelukkig moet maken. Een vis geef je water en een giraffe een hoge boom om aan te knabbelen. Een directeur van een dierentuin kijkt dus in boekjes over de verschillende diersoorten om te bepalen wat ze nodig hebben. Stel dat je directeur bent van een mensentuin. Je zoekt op in een boekje hoeveel calorieën mensen nodig hebben en hoeveel ze willen bewegen, je geeft ze dat en ze zijn gelukkig. Maar bij ons is dit volkomen uit de hand gelopen. Onze regering zorgt dat wij overal reclame te zien krijgen en overal patat kunnen kopen. Onze maatschappij is een heel slechte dierentuin, waarin de dieren alles mogen en daardoor juist ongezonder en ongelukkiger worden. Als apen mochten kiezen, zouden ze voortdurend pinda’s willen eten – maar dan gaan ze wel eerder dood. Wij kiezen zelf een slechte directeur die ons verwent in plaats van ons verstandig laat leven. Ik ben geen voorstander van dwangmatige systemen als het communisme, maar ongeremd kapitalisme breekt op termijn óók op. We moeten steeds harder lopen om op dezelfde plek te blijven, harder dan de aarde aankan. Jezelf matigen geeft juist extra plezier.”

Isabelle Buhre