Het raadsel Rutte

Hij is Nederlands bekendste vrijgezel en onze aardigste premier sinds mensenheugenis. Maar waar blijft het grote verhaal dat Mark Rutte nodig heeft om staatsman te worden?

Over Dries van Agt hoorde je zo’n dertig jaar geleden wel zeggen dat indien hij – naar voorbeeld van Christus – over het water was gaan lopen, sommige journalisten zouden hebben opgeschreven dat hiermee was bewezen dat hij niet eens de zwemkunst machtig was. Mark Rutte is nog lang niet in dat stadium beland, maar wel werd hij deze zomer op een klein voorproefje getrakteerd. Want de omstandigheid dat onze premier tussen de Europese top van 21 juli en de ministerraad van 12 augustus van een vakantie genoot en gedurende die periode slechts één keer twitterde, was voor sommige commentatoren aanleiding hem een gebrek aan ‘dynamisch leiderschap’ te verwijten. Kennelijk heerst in bepaalde kringen de opvatting dat een minister-president 365 dagen per jaar stand-by moet zijn om blijk te geven van zijn verbale incontinentie, liefst vervat in een aanhoudende stroom instantopinies van maximaal 140 tekens per bericht. Bij het Torentje stijgen ze op, zo is klaarblijkelijk de bedoeling, om zich daarna als een kolossale motregen over het hele land te verspreiden. Nee, laat maar zitten, zo’n minister-president. Want veel urgenter dan een Mark Rutte die ons ook tijdens zijn vakantie laat weten wat hij denkt over de hoogte van de overdrachtsbelasting of de maximumsnelheid, is een Mark Rutte die ons eindelijk eens laten weten waar het hem in de politiek ten diepste om gaat. Zijn drijfveren. Zijn missie. Zijn prioriteiten. Over wat hij in essentie wil met Nederland, niet morgen, maar overmorgen en vooral ook daarná. Duitsers die dat willen weten over Angela Merkel, Fransen die dat willen weten over Nicolas Sarkozy of Amerikanen die dat willen weten over Barack Obama, hebben genoeg aan een bezoek aan hun plaatselijke boekwinkel. Vrijwel alle grotemensenlanden hebben namelijk regeringsleiders die goed zijn voor een hele rits biografieën, autobiografieën en/of andersoortige boekpublicaties waaruit valt af te leiden waar ze voor staan en gaan. Over Mark Rutte daarentegen bestaat slechts één serieus te nemen boek. Het verscheen een jaar geleden bij uitgeverij Terra Lannoo, draagt als titel Mark Rutte. Alleen voor de politiek en is geschreven door de journalisten Martijn van der Kooij en Dirk van Harten. Halverwege het boek, en dat is al op pagina zestig, schrijven de auteurs: “Hoe Ruttes denkwereld precies in elkaar zit, is niet door hem noch door een ander uitvoerig gedocumenteerd. In interviews gaat hij op dit punt zelden de diepte in.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

roelof bouwman