Dat Cohen nog steeds op zijn post zit, heeft hij te danken aan de slappe houding van de jonge garde binnen de PvdA

Al bij de Kamerverkiezingen van vorig jaar viel Job Cohen enigszins uit de toon. Hij was toen namelijk de enige zestigplusser in een lijsttrekkerspeleton dat verder vooral bestond uit veertigers: Mark Rutte, Geert Wilders, Emile Roemer, Alexander Pechtold, Femke Halsema, André Rouvoet, Kees van der Staay. Gisteravond kondigde diezelfde Cohen aan dat hij beschikbaar is om opnieuw lijsttrekker te worden. Dat zet een mens aan het rekenen.

Tenzij het kabinet-Rutte voortijdig valt, zullen de eerstvolgende Kamerverkiezingen worden gehouden op 13 mei 2015. Cohen zal dan 67 zijn. Dat is zelfs nog een jaar ouder dan Joop den Uyl toen die in 1986 voor de zevende en laatste keer PvdA-lijstaanvoerder was. Nog meer rekenwerk: stel Cohen wordt na de Kamerverkiezingen van 2015 minister-president. Dan is hij 71 wanneer zijn kabinet in 2019 is uitgeregeerd.

Nee, het gaat hier niet om zomaar een rijtje leeftijdsrecords. Het gaat – in essentie – om iets veel groters. Job Cohen was in 2010 de slechtst scorende lijsttrekker die de PvdA ooit heeft gehad, op Ad Melkert na. Bij de daaropvolgende kabinetsformatie opereerde hij onhandig en als fractievoorzitter heeft hij een rampzalig jaar achter de rug.

Dat Cohen nog steeds op zijn post zit, heeft hij dan ook niet te danken aan zijn verdiensten, maar aan de slappe houding van vooral de jonge garde binnen de PvdA. Hun voorman Wouter Bos ruimde vorig jaar het veld om voor Cohen plaats te maken – daar begon het natuurlijk mee.

De jonge talenten in de PvdA (Diederik Samsom, Jeroen Dijsselbloem en Lodewijk Asscher voorop) lijken nog steeds niet van die schrik bekomen. Als ze zich ook nu niet gaan roeren, is het politieke lot van hun generatie bezegeld: ze zullen dan eenvoudigweg niet aan de beurt komen in de PvdA.

roelof bouwman