Als een sm-stel op leeftijd

De relatie tussen Sigrid en Valentine staat voortdurend op ontploffen. Maar Lucette ter Borg houdt de hysterie van de zussen in genadeloze zinnen mooi in bedwang.

Wat zou er van de literatuur- en filmgeschiedenis zijn geworden zonder Het Koffertje? Het Koffertje, dat af en toe subtiel in beeld komt, gesloten uiteraard, waarvan de inhoud zeker tot op de helft van het verhaal even geheimzinnig blijft als de motieven van de hoofdrolspelers.

De plot van Valkruid, de tweede roman van kunstcritica Lucette ter Borg, leunt op een geheimzinnige vioolkist. Goed, het is misschien geen groot raadsel wat dáár nou inzit, maar verder voldoet het verhaal keurig aan de eisen van het koffertjesgenre: de vioolkist, of de inhoud daarvan, is op niet helemaal frisse wijze verkregen, de hoofdpersoon weet wat er inzit, maar heeft het advies nodig van een expert, en ze is bereid om er haar leven voor te geven – het is de vioolkist die alles goed moet maken. De expert woont vanzelfsprekend niet om de hoek, maar in een ingedut Duits dorpje, en is geen behulpzame oude man, maar een bittere, onhandelbare paria. Perfect.

Gelukkig is Valkruid meer dan een roman over een mysterieus koffertje. Het is in de eerste plaats een portret van een relatie tussen twee zussen: Sigrid en Valentine Raffelsberger, geboren in Bohemen, na een hoop omzwervingen in Nederland beland. De zusjes gaven in hun jeugd concerten in Midden-Europa, Sigrid op de viool, de beduidend minder getalenteerde Valentine achter de piano.

Dat komen we allemaal te weten in flashbacks. In het eerste hoofdstuk, geschreven in de tegenwoordige tijd, treffen we de zusjes in 1970. Sigrid is concertmeester en soliste van een provinciaal orkest, maar niet lang meer. Ze wordt teruggezet door de nieuwe, vooruitstrevende dirigent, ze moet haar partijen voortaan met de tutti spelen. The horror.


Valentine is een dikke, door eten geobsedeerde pianolerares. Een moederlijke weduwe, een tikje onnozel, haar beste jaren liggen achter haar – en het treurigste is nog wel dat die beste jaren ook al niet erg gelukkig waren. De zussen, inmiddels begin zestig, zijn op een vakantiereisje naar Duitsland. Tenminste, dat denkt Valentine. Dat het reisje voor Sigrid veel meer is dan twee weken frisse berglucht opsnuiven, weet ze niet. De roman is daardoor meteen geladen.

Al na een paar hoofdstukken blijkt dat de zussen meer op elkaar te lijken dan je op het eerste gezicht denkt. Ze zijn allebei afgunstig, jaloers, voelen zich miskend, en die rancune komt er af en toe met een ongekende valsheid uit. De ene keer gedragen ze zich als een sm-stel op leeftijd, dan weer lopen ze over van zusterlijke liefde en zorgzaamheid. Maar of ze elkaar nou te lijf gaan of verplegen, van elkaar losmaken zullen ze zich nooit.

De verhouding tussen de zussen is de sterkste troef van Valkruid. De relatie is zo gespannen, zo vol van gelukzalige nostalgie en tegelijkertijd van oud zeer, dat er constant explosiegevaar dreigt. Trouwens, er sluimert ook een hoop verzwegen recente ellende op de achtergrond. Met elke opmerking kan de sfeer kantelen.

Sterk is ook dat de rollen steeds wisselen. Ter Borg wisselt elk hoofdstuk van perspectief, de lezer kan zo in de hoofden van beide zussen kijken. Sigrid, de soliste, lijkt aanvankelijk de bitch van het stel. Geen wonder dat Valentine zich ondergewaardeerd en onzeker voelt in haar bijzijn: Sigrid laat geen gelegenheid onbenut om op haar af te geven (‘Wanneer heb jij je voor ’t laatst in een badpak gehesen? Pas je er nog wel in?’). Maar Valentine is ook niet bepaald zonder zonde. Dat ze haar nare eigenschappen verbergt achter haar zorgzaamheid, betekent niet dat die nare eigenschappen minder destructief zijn – integendeel. Ter Borg laat je niet voor één van de twee partij kiezen, je sympathieën verschuiven de hele roman door, met elk beetje informatie dat wordt onthuld. Geen van de zussen is echt sympathiek – je moet er niet aan denken om een vierzitter met ze te delen tijdens een tramritje, laat staan op een urenlange treinreis naar Duitsland. Maar hoe ver de personages ook van je afstaan, de schrijfster weet hun beider frustraties en dromen begrijpelijk te maken.


Meestal dan. Soms lijken de grote drama’s en de emotionele uitspattingen rechtstreeks uit een soap geplukt. ”Niemand houdt van me,” snikt mijn zus. ‘Niemand houdt écht van me.” De zussen zijn allebei gezegend met een aardig talent voor pathetiek, en soms geeft de schrijfster ze wel erg ruim baan om dat talent uit te buiten, waardoor de ruzies eerder lachwekkend dan pijnlijk worden.

Maar de sterke passages overheersen. Ter Borg houdt haar personages, en hun hysterie, meestal in bedwang, in toegankelijke, genadeloze zinnen, die net aan de goede kant van de sentimentaliteit blijven. De verhaallijn rond de vioolkist is een mooi extraatje, een soort aanmaakblokje om de plot op gang te brengen. In Valkruid draait het vooral om de band tussen de twee zussen. De som is meer dan het geheel der delen – en die delen zijn op zichzelf al vrij overtuigend.

Lucette ter Borg: Valkruid. Cossee, € 21,95. Ook via ako.nl.

Dries Muus