Gewapend met een microfoon

Dapper zijn ze stuk voor stuk, de verslaggevers die hun leven wagen om ons een inkijkje te bieden in de Arabische Revolutie. Dat lukt de een wat beter dan de ander. Negen helden beoordeeld.

Leeftijd: 38

Functie: Correspondent Midden-Oosten voor RTL Nieuws.

Opmerkelijk: Geeraedts was als dienstplichtig militair in Bosnië-Herzegovina tussen 1994 en 1995 actief als ambulancebestuurder.

Als opvolger van de legendarische Conny Mus, die vorig jaar plotseling overleed na een hartstilstand, viel Geeraedts met zijn neus in de boter. Prompt na zijn aantreden begin dit jaar braken de eerste protesten uit op het Tahrirplein in Caïro. Geeraedts liet meteen zijn standplaats Jeruzalem achter zich en haastte zich naar de plek des onheils. Bij zijn eerste optredens voor RTL Nieuws moest hij zich inhouden om niet met een grote grijns verslag te doen. Hij had er zin in. Zijn ogen straalden. In zijn enthousiasme hakkelde hij soms wat en zo nu en dan keek hij paniekerig omlaag naar zijn notitieblokje. Maar hij slaagde er, door het simpel te houden, wonderwel in om de materie in heldere bewoordingen uit te leggen. Een beetje voorzichtig, dat wel, maar zijn diepe stem en knuffelbare uiterlijk gaven hem iets vertrouwds. Zes maanden aan ervaring rijker is Geeraedts nu in Libië neergestreken. Een notitieblokje heeft hij tijdens het presenteren niet meer nodig, waardoor hij beide handen vrij heeft om zijn woorden te dirigeren. Dat doet hij vol overgave, maar hij hakkelt nog steeds, maakt zinnen soms niet af en verschijnt bovendien in zijn reportages in beeld op momenten dat het niet nodig is. Misschien is het onwennigheid. We moeten hem de tijd gunnen. Voorlopig nog even twee sterren, maar Geeraedts zou evenwel een rijzende ster kunnen zijn.

Leeftijd: 47

Functie: Buitenlandredacteur voor de NOS, van 2003 tot 2010 correspondent Midden-Oosten voor de NOS.


Opmerkelijk: Eén van de eerste dingen die Oukbih altijd deed als hij na lange tijd weer eens een bezoek aan Nederland bracht, was zijn tanden in een kroket zetten. Daarvoor liet hij zijn geloofsprincipes als (zeer gematigd) moslim varen.

Mustapha Oukbih kan met recht een pionier binnen zijn vakgebied worden genoemd. Hij kwam als elfjarige vanuit Marokko naar Nederland en begon op zeventienjarige leeftijd samen met wat gelijkgestemden uit de Haagse Schilderswijk, waaronder jeugdvriend Ahmed Aboutaleb, een collectief om een tegengeluid te bieden aan de oplaaiende kritiek op migranten. Een opleiding journalistiek heeft Oukbih nooit genoten, wel een hbo-studie Nederlands. Maar zijn roeping was van begin af aan duidelijk: hij zou journalist worden. Aanvankelijk een van het idealistische soort. Met zijn positief getinte schrijfsels en tv-programma’s zette hij jonge migranten op de kaart. Dat idealisme maakte plaats voor realisme toen hij in 2003 voor de NOS naar Amman vertrok, om van daaruit de Arabische wereld (liefst 22 landen) te verslaan. Er braken zeven tropenjaren aan, waarin Oukbih regelmatig zijn leven op het spel zette om het thuisfront inzicht te geven in de uiteenlopende conflicten, die hij altijd perfect wist te duiden. Als geboren Arabier had hij een voorsprong op zijn collega’s: hij sprak de taal, snapte de Arabische humor en maakte zodoende makkelijk contacten. Onbevangen en analytisch, zo zou je Oukbih het beste kunnen beschrijven. Tegelijkertijd ontbreekt het hem aan flair. Emotie toont hij vrijwel nooit. Bovendien struikelt hij nogal eens over zijn woorden. Maar toch, een man die als een van de weinige Nederlandse correspondenten de Irak-oorlog versloeg, de Arabische wereld van binnenuit kent en bovendien altijd bescheiden is gebleven, verdient drie sterren. Jammer dat hij weer terug is in Hilversum, op een plek die – hij maakt daar zelf geen geheim van – totaal niet bij hem past: op de buitenlandredactie van de NOS, achter het bureau. Als het aan Oukbih ligt, vertrekt hij zo snel mogelijk weer naar het oosten (liefst Iran). Eerst moet hij herstellen van een immuunziekte, waarvoor hij momenteel in het ziekenhuis ligt.


Leeftijd: 46

Functie: Algemeen verslaggever voor de NOS, van 2006 tot voor kort correspondent Midden-Oosten voor de NOS.

Opmerkelijk: Haar moeder is in Suriname geboren, haar vader is een Zeeuw die De Telegraaf las en op de VVD stemde. Le Fever heeft een vijfjarige dochter die – volgens haar – beter Arabisch spreekt dan zij.

Na vijf jaar zit het correspondentschap er voor Nicole le Fever op. Ze is terug in Nederland. Met buikpijn, naar eigen zeggen, maar ze had een afspraak met haar vriend en de NOS: vijf jaar, en niet langer. Le Fever heeft nog net de Arabische Revolutie kunnen verslaan, en dat deed ze dan ook vol gas. Ze reisde naar Jemen, Egypte en Tunesië en kwam tijdens menige Journaal-uitzending in beeld met dat bekende sjaaltje om haar nek, de springerige haartooi en die immer meelevende, bezorgde uitdrukking op haar gezicht. Le Fever is iemand die haar huiswerk doet: ze fileert de geschiedenis van een land, verwijst daar veelvuldig naar (soms iets te veel – in haar berichtgeving over Syrië keerde het bloedbad in Hama uit 1982 keer op keer terug), maar ze is hoe dan ook in staat om gebeurtenissen kordaat samen te vatten. Haar tv-optredens zijn altijd goed gedoseerd; dat is tegelijkertijd haar kracht én valkuil. Het is alsof je een vakantie boekt waarvan de dagen vooraf al zijn uitgetekend: Le Fever speelt op safe. Ook op oorlogsgebied, wat resulteert in standaardpraatjes die evengoed voor een green screen opgenomen hadden kunnen worden. Ze had in de laatste maanden van haar correspondentschap beter kunnen doen waar ze écht goed in is: het maken van soft news-reportages. Op zo’n moment is Le Fever op haar best; in gesprek met de gewone burger, zonder zich krampachtig aan haar huiswerk vast te houden.


Leeftijd: 40

Functie: Correspondent Israël en de Palestijnse gebieden. Van Hoorn vervangt Nicole le Fever als correspondent Midden-Oosten voor de NOS.

Opmerkelijk: Zijn vader, Henk van Hoorn, is een bekende radiopresentator. Hij presenteerde 24 jaar Met Het Oog Op Morgen. Er gaan geruchten dat zoonlief zijn correspondentschap aan de contacten van zijn vader te danken heeft.

De ‘felbegeerde’ Maartje van Weegen-bokaal voor de meest bevooroordeelde verslaggever ging vorig jaar naar… Sander van Hoorn. Dat verzinnen we niet zelf. De bokaal was een initiatief van Martin Bosma van de PVV. Die jureerde: “De correspondent maakt televisie vanuit de land-voor-vrede-ideologie, die ervan uitgaat dat als Israël zich maar terugtrekt uit Judea en Samaria, er dan vrede komt.” Anderen zijn er juist van overtuigd dat Van Hoorn pro-Palestina is. Nu is het in Israël onmogelijk om níet beticht te worden van partijdigheid, maar Van Hoorn vraagt er bijna om met zijn klungelige woordkeuze. Bekende uitspraken van hem zijn ‘Beide partijen moeten slikken’ en ‘Palestijnen hebben een natuurlijke soort manier van drama, ze zijn snel geneigd om voor de camera een toneelstukje op te voeren’. Als hij in februari, net na de val van Mubarak, voor Radio 1 verslag doet van de feestelijkheden in Caïro, constateert hij dat er ‘vast doden gaan vallen’, want de toeterende auto’s op het Tahrirplein rijden nogal hard. Het is grappig bedoeld, maar komt over als misplaatst sarcasme. Vervolgens stelt Van Hoorn weinig creatieve vragen aan voorbijgangers, zoals: “How do you feel now?” Antwoord: “Happy.” Goh. Ook voor de camera is Van Hoorn geen natuurtalent. Met zijn wijd opengesperde fletsblauwe ogen en staccato manier van praten komt hij wat krampachtig over. Toch heeft de NOS het vertrouwen in hem nog niet opgegeven. Van Hoorn volgt Nicole le Fever op als Midden-Oostencorrespondent. Zijn standplaats wordt Beiroet. We geven hem één ster, om hem niet de moed in de schoenen te laten zakken.


Leeftijd: 46

Functie: Verslaggever voor Nieuwsuur (onder andere vanuit Tunesië, Egypte en Libië), voorheen was Eikelboom verslaggever voor NOVA.

Opmerkelijk: In de Nederlandse editie van The Daily Show stelde ‘deskundige op het gebied van Midden-Oostendeskundigen’ Sander van Opzeeland een topvijf samen van de meest te waarderen correspondenten. Jan Eikelboom won goud: “Hij is vijftig procent tough guy en vijftig procent gezellige tv-oom.”

Jan Eikelboom zat halverwege februari een beetje beteuterd in de uitzending van De Wereld Draait Door: hij had net tien dagen verslag gedaan van de protesten op het Tahrirplein en was huiswaarts gekeerd om vakantie te vieren. Juist op dát moment trad Mubarak af. Maar Eikelboom bleef kalm en zei in DWDD dat hij het zijn collega Rudi Bouma van harte gunde om het stokje over te nemen. Afgelopen weken ‘revancheerde’ Eikelboom zich in Libië, waar hij als reporter voor Nieuwsuur voor de vierde keer dit jaar was. Van over en weer vliegende kogels moet Eikelboom niets hebben. Nee, geef hem maar een veilig stukje straat, tussen de ‘gewone mensen’ die – want zo is het wel – vaak nuttiger dingen zeggen dan bloeddorstige rebellen met een overdosis aan adrenaline in hun lijf. Eikelboom oogt als Jan Modaal, hij doet op alle fronten denken aan een leraar economie van de middelbare school. En in wezen doceert hij ook. Met sprekende voorbeelden probeert hij de kijker bij de les te houden. Hebben andere verslaggevers het gewoon over ‘watertekort’ in Tripoli, dan legt Eikelboom uit wat dat betekent: geen douche, geen drinken, de vaat kan niet worden gedaan, het toilet kan niet worden doorgespoeld. En dat bij 31 graden Celsius. Eikelboom geeft zijn items vaak een persoonlijke touch: dan duikt hij onder zijn bed om de scherven te laten zien van het aan gruzelementen gegooide portret van Kadhafi. Of we zien Eikelboom een winkel binnenlopen, op zoek naar een sjaaltje tegen het traangas. Normaal gesproken zijn dit soort egodocumenten nodeloos irritant, maar bij Eikelboom doet het contrast tussen zo’n menselijk man in zo’n woeste omgeving het wonderbaarlijk goed. Eikelboom is, kortom, een feest om naar te kijken.


Leeftijd: 57

Functie: Freelance verslaggever voor Radio 1, EenVandaag en dagblad De Pers.

Opmerkelijk: Tijdens het maken van een nachtelijke reportage over illegalen op het Noordstation in Brussel werd Karskens door de politie opgepakt wegens verstoring van de openbare orde. Volgens Karskens was dat een voorwendsel om de door hem gemaakte foto van hardhandig politieoptreden te wissen.

Sommige mensen hebben overal een uitgesproken mening over. Karskens is zo’n man. Hij is onder andere fervent tegenstander van de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz en schreeuwt moord en brand als hem onrecht wordt aangedaan. Recent nog eiste hij tienduizend euro schadevergoeding van Sanoma Magazines voor een ‘verkeerd citaat’ in een interview met het Belgische blad Humo. Karskens laat niet met zich sollen: hij is wars van alle regeltjes en politieke correctheden. Hij filmt waar eigenlijk niet gefilmd mag worden, hij weigert embedded te gaan in Afghanistan en waagde het onlangs als enige Nederlandse journalist om op een toeristenvisum naar Syrië af te reizen, waar dat eigenlijk strikt verboden is. Karskens benadrukt stelselmatig dat hij als ‘onafhankelijk journalist’ opereert: is hij in Afghanistan, dan interviewt hij zowel de gouverneur van Kunduz als de Nederlandse militairen. In Libië, waaruit hij vorige week is teruggekeerd, brengt hij zowel de rebellen als Kadhafi-aanhangers in beeld. Ieder zijn stem, vindt Karskens. Naast kritisch denkvermogen beschikt Karskens over een gouden pen, die ten goede komt aan dagblad De Pers. Op zijn manier van presenteren valt echter wel wat af te dingen: hij praat alsof hij in de kroeg zit. Veel ‘eh’, ‘nou ja’, ‘hè?’ en ‘of zo’. Komt een zin er niet helemaal soepel uit, dan doet hij geen moeite om die opnieuw op te nemen. Is het gemakzucht? Niet ondenkbaar. Karskens staat bekend om zijn zelfingenomenheid; niemand die zo veel ‘ik’ laat vallen in een reportage. Daarvoor één ster aftrek, waarna er nog drie heel respectabele sterren overblijven.


Leeftijd: 54

Functie: Economisch verslaggever voor de NOS, ingezet als correspondent in Libië.

Opmerkelijk: In de periode dat Runderkamp bij de VPRO werkte, was zijn bijnaam ‘Relax Runderkamp’.

In een interview met Nieuwe Revu liet de immer bescheiden Lex Runderkamp vallen dat hij geen geboren presentator is (‘Daarvoor spreek ik te hakkelend’). Maar, zo voegde hij eraan toe: hij ziet zichzelf wel als een geboren journalist. Zeg maar gerust een ‘allround journalist’, want Runderkamp weet werkelijk over álles iets te vertellen. Het ene moment babbelt hij over de mogelijke uitlevering van Julian Assange aan Zweden, het andere moment over een schaatsbaan in Thialf. De afgelopen jaren hebben we Runderkamp in verschillende reïncarnaties voorbij zien komen: als justitieel verslaggever voor ‘de bunker’, als beurskoersen-analist op Wall Street en als presentator op de Beagle, het schip waarmee hij in elf maanden de Darwin-route aflegde. Dat Runderkamp opeens ook verslaggever aan het front is, zal u na deze introductie niet meer verbazen. Vanuit Tripoli bericht hij op eenzelfde manier als over de Hofstadgroep: hij zegt wat hij moet zeggen, niet te veel, niet te weinig, en hij blijft altijd zakelijk. Runderkamp is wat je noemt ‘een constante factor’; hij verspreekt zich bijna nooit, zijn gezicht staat altijd in dezelfde plooi en zijn stem laat het nooit afweten. Een beetje meer pit zou Runderkamp niet misstaan (vandaar ook ‘slechts’ twee sterren). Overigens waagde Runderkamp zich onlangs gehuld in een feloranje T-shirt voor de camera. Het leidde een beetje af, maar het gaf Runderkamp wel iets eigens.

Leeftijd: 35

Functie: Correspondent voor NRC Handelsblad en The Washington Post vanuit Teheran, tijdelijk in Libië voor beide kranten en om verslag te doen voor de NOS.


Opmerkelijk: Erdbrink hield jarenlang een blog bij over zijn persoonlijke belevenissen in Teheran. Het leverde hem duizenden trouwe volgers op, maar wie nu naar de blog surft, stuit op een ongeldige pagina. Geen doorverwijzing, geen uitleg, niets.

Hij is ‘onze man in Teheran’, vooralsnog de enige Nederlandse journalist die permanent in Iran is gestationeerd. Hoewel Erdbrink eigenlijk een schrijvend journalist is, doet hij ook regelmatig verslag voor Radio 1. Vanuit Libië bereiken zijn audiofragmenten zelfs regelmatig het NOS Journaal. Met zijn schorre stem (slaapt hij wel genoeg?) doet hij levendig verslag. Hij is jong, gemotiveerd en jongensachtig stout. Zo geeft Erdbrink in een gesprek met Journaal-presentator Rob Trip aan dat hij maar al te graag een plattegrond van de compound van Kadhafi, die daar op de vloer lag, in zijn zak had willen steken. “Maar dat mocht niet van de rebellen, want volgens hen was het eigendom van Libië.” Erdbrink komt bijna altijd verrassend uit de hoek, omdat hij zich laat overmeesteren door alles wat er om hem heen gebeurt. Op legendarische wijze deed hij verslag van het moment dat de compound van Kadhafi werd leeggeplunderd. “Het is hier complete anarchie,” roept hij vrolijk, terwijl er op de achtergrond vreugdeschoten klinken. “Mensen stelen werkelijk alles wat los en vast zit. Ik heb plasma-tv’s gezien, een soort van serveertafeltje, Kalasjnikovs van goud…” (Boem, boem, boem!) “O, en er komt hier iemand langs met een raketwerper in zijn handen om mee te nemen naar Benghazi. Nou, hartstikke handig.” Een vleugje humor op z’n tijd, waarom ook niet? Erdbrink is verfrissend. Hopelijk zien we hem vaker terug aan het front.


Leeftijd: 43

Functie: Reporter voor de Wereldomroep, freelance verslaggever voor de NOS.

Opmerkelijk: Over Hans Jaap Melissen is helemaal níets opmerkelijks te vinden. Dat is op zichzelf toch best opmerkelijk.

Of het nu een aardbeving, een orkaan of een oorlog is: Hans Jaap Melissen is van de partij. Hij begon zijn carrière als ‘rampenjournalist’ bij de radio en leerde vanuit die positie gebeurtenissen kordaat, maar tegelijkertijd beeldend te verwoorden. Dat komt hem als tv-correspondent goed van pas. Melissen is griezelig perfect in die rol. Of hij nu de onverwachte straaljager beschrijft die halverwege maart – als hij als een van de eerste en enige Nederlandse journalisten in Libië is – binnen zijn blikveld verschijnt (‘Hij laat nu een bom vallen’), of als er een handgranaat recht boven zijn hoofd vliegt (‘Ik zoek even dekking’), Melissen blijft koel. Hij kiest zijn woorden weloverwogen, zonder dat het gekunsteld overkomt. Hij improviseert, toont zijn enthousiasme (nooit te veel), geeft zo nu en dan eerlijk aan als hij iets niet weet (en niet kán weten), en heeft zich duidelijk verdiept in de zaak waarover hij spreekt. Zijn verslag is altijd levendig én informatief: een voortreffelijke combinatie. Hier spreekt een mens, maar tegelijkertijd een professioneel verslaggever. Vier welverdiende sterren voor Melissen. Hij is daarmee de onbetwiste winnaar van deze recensie-carrousel.

Irene de Zwaan