Het nu al 66 jaar durende gerotzooi met Boere is onze eigen, Nederlandse schuld

De Nederlandse oorlogsmisdadiger Heinrich Boere (89) moet toch zijn levenslange gevangenisstraf in de cel uitzitten. Een arts die Boere op verzoek van de Duitse justitie heeft onderzocht, vindt hem daarvoor gezond genoeg.

Moeten we met dit bericht blij zijn? Ja, natuurlijk. Laaiend enthousiasme is echter nergens voor nodig. Waffen-SS’er Boere is verantwoordelijk voor de moord op drie Nederlandse burgers in de Tweede Wereldoorlog. Onze regering beloofde destijds dat er ‘snel, streng en rechtvaardig’ met oorlogsmisdadigers van het kaliber Boere zou worden afgerekend. Dat is in veel gevallen niet gelukt. Voor Boere geldt dat hij in 1947 op een kinderlijk eenvoudige wijze uit gevangenschap wist te ontsnappen (over streng gesproken), dat hij in 1949 bij verstek ter dood werd veroordeeld (over snel gesproken) en dat hij later gratie kreeg, waarbij zijn straf werd omgezet naar levenslang (over rechtvaardig gesproken).

Het aanhoudende, nu al 66 jaar durende gerotzooi met Boere is derhalve in beginsel onze eigen, Nederlandse schuld. Behalve een handjevol communisten maakte niemand er destijds bezwaar tegen dat van de 154 naoorlogse doodvonnissen er uiteindelijk slechts 39 werden voltrokken. En behalve een handjevol republikeinen bleef iedereen op 30 april zwaaien naar de mevrouw die na haar troonsbestijging in 1948 zoveel oorlogsmisdadigers het leven redde met haar weke, pseudo-religieuze bezwaren tegen de doodstraf. Van dat klimaat was en is de kwestie-Boere het gevolg. Pijnlijk, maar waar.

roelof bouwman