Is etiquette passé?

Afgelopen zomer was ik een paar dagen mee met een groepsreis voor studenten. Dat is op zich al een kamikaze-actie, maar het asociale gedrag van mijn gezelschap ging elke verwachting te boven. Er werd harde muziek gedraaid in het hostel terwijl anderen probeerden te slapen. Zonder een woord van verontschuldiging rolden mijn reisgenoten koffers over elkaars voeten heen, en overal wilden ze de eerste in de rij zijn. De studenten schreeuwden hard naar elkaar op straat, elkaar aftroevend met grappen ten koste van de plaatselijke bevolking. De heersende gedachte leek wel dat je een grijze muis was als je je níet asociaal opstelde. Maar als ik denk aan meer fatsoensregels of etiquette als remedie, denk ik ook bijna onmiddellijk aan de stijfheid van een debutantenbal. Dat een medestudent voor mij moet betalen omdat hij een jongen is. Of dat we ons onderling druk moeten maken wie als eerste de deur opendoet of de trap op loopt. Is het tijd voor herwaardering van de traditionele etiquette? Of kunnen we achterhaalde regels voor fatsoenlijke omgang maar beter afschaffen?

“Etiquette komt oorspronkelijk uit de bovenlaag van de samenleving. De Franse koning Louis XIV bepaalde aan zijn hof wie waar moest zitten, en hoe iedereen behandeld moest worden. Dat werd op kleine etiketjes geschreven, vandaar de naam. Deze hoofse etiquette was erg streng, en eerder een protocol.

“Nederlanders zijn er wars van dat anderen hun regels voorschrijven. Je mag toch zeker wel ‘jezelf zijn’? Ja natuurlijk, je moet zeker leven naar je eigen waarden, maar wel je gedrag aanpassen, zodat je invloed hebt op anderen en zodat zij zich kunnen ontspannen. De functie van etiquette is het voorkomen van onbehagen en chaos. Zorgen dat het klikt, dat een ander positief over jou kan denken. Je bent er samen verantwoordelijk voor dat iedereen zich thuisvoelt.

“Etiquetteregels zijn wel voor iedere situatie anders. Bij McDonald’s geldt de regel dat je niet met je handen mag eten bijvoorbeeld niet. Veel etiquettedeskundigen zijn eigenlijk traditiedeskundigen, en erkennen niet dat regels ook achterhaald kunnen zijn.

“Zakelijke etiquette gaat over kwesties als hoe je vergadert, hoe je zakelijke mails schrijft en wat je aanhebt op de werkvloer. Nederlanders moeten beseffen dat ons directe gedrag niet overal gewoon is, en dat je met voorzichtiger gedrag verder komt.”

“Ik vind hoffelijkheid heel belangrijk: anderen met egards behandelen en uitgaan van het goede. Maar sommige etiquetteregels zijn seksistisch, en dat ondergraaft de hoffelijkheid juist. Etiquetteregels die status- of seksegebonden zijn, worden helaas onderdeel van een machtsspel. Als alleen de man het eten ‘mag’ betalen, schept dat de verwachting dat hij er wel een kus of seks voor terug kan krijgen. Zo krijgt etiquette een machtsuitwerking en is het geen oprechte galantheid meer. Een vrouw mag evenzeer hoffelijk zijn of het eten betalen, en een man heeft ook het recht hoffelijk behandeld te worden.


“Als ik thuis afscheid neem van bezoek, help ik ze altijd in hun jas en houd de deur open. Vrouwen vinden dat doorgaans attent en accepteren het graag. Omdat alle machtskwesties zijn weggevallen, resteert ineens de pure etiquette. Maar mannen raken bijna altijd in de war. Ten eerste weten ze amper hoe ze in hun jas moeten komen als iemand anders die voor ze ophoudt, en ten tweede vinden zij galant zijn leuk zolang ze het subject en niet het object zijn. Ik zeg vaak: een echte feminist is ook een heer. De mannen die die opmerking kunnen waarderen, sluit ik meestal meteen in mijn hart.

“Veel fatsoensregels moeten we juist strenger naleven, zoals de publieke ruimte niet vervuilen. Er is te veel agressie, en we zijn het te normaal gaan vinden dat ver-nielingen bij Koninginnedag of een voetbalhuldiging horen. Vroeger ging ik naar death metal-festivals, en het was opvallend hoe hoffelijk de mensen waren. Ze hadden sterk het gevoel: dit is óns festival, en wij moeten zorgen dat het goed verloopt. Dat moet meer terug op straat: de openbare ruimte is van ons allemaal, dus wees anderen niet tot last.”

“In mijn boek Kijk de mens heb ik geschreven over filosofische etiquette. Ik observeerde handelingen in de publieke ruimte, van applaudisseren tot wildplassen, en probeerde zo goed mogelijk te omschrijven wat we dan doen en wat het teweegbrengt. Ik wilde laten zien dat handelingen altijd verlopen volgens bepaalde regels, ook al kennen we die niet. De etiquette in de traditionele zin des woords is door de jaren heen ontstaan, en niet van boven opgelegd. Later werd etiquette wel opgelegd.


“Volgens mij liggen etiquette, rituelen en kunst op één lijn. Al die dingen maken namelijk dingen tastbaar die ontastbaar zijn. Op een begrafenis proberen we uit te beelden dat leven overgaat in oneindigheid. Dat is onbevattelijk, maar het ritueel helpt om ermee om te gaan. Het protocol bij rituelen wordt vaak belachelijk gemaakt en we willen het persoonlijker maken, maar een ritueel is juist gebaat bij een algemene vorm. Een persoonlijk toespraakje op een begrafenis is in orde, maar moeten mensen voor hun dood een hele persoonlijke begrafenis kunnen uitkiezen? We lopen dan het risico het ritueel te verliezen. En rituelen helpen ons juist om dingen te begrijpen.

“Een heel strikte etiquette is vaak te restrictief. Als het geloof in deze regels nauwelijks nog draagvlak heeft, is het zinloos om eraan vast te houden. Maar globaal heeft het nog wel functie wanneer we enige vorm in acht nemen. We maken bijvoorbeeld bespreekbaar hoe we elkaar aanspreken, met ‘je’ of ‘u’. Dit ritueel maakt het mogelijk dat volstrekt vreemden een gesprek kunnen voeren. Dat is een wonder.” |

Isabelle Buhre