Leiderschap van de angst

Over de geschiedenis van Egypte, lang het meest invloedrijke land in de Arabische wereld, is veel geschreven. Ook heeft menig auteur zich gewaagd aan een voorspelling over de toekomst van Egypte na de val van Mubarak. Maar het ontbrak vaak aan een goed onderbouwde analyse, gebaseerd op scherp inzicht en niet louter op speculaties. De Egyptische econoom Tarek Osman brengt ons dit inzicht met zijn boek Egypte – Een geschiedenis van Nasser tot na Mubarak, dat onlangs in het Nederlands is verschenen.

In glasheldere bewoordingen, en met een duizelingwekkende hoeveelheid geschiedkundige informatie, schetst Osman de lange aanloop naar de recente revolutie. Deze volksopstand had weliswaar een spontaan karakter, maar kan niet los worden gezien van de geschiedenis. Na drie decennia van politieke, culturele en economische uitputting onder Mubarak ontstond een onbewust verlangen naar een bevlogen president die zijn idealen tegen het volk uitspreekt, schrijft Osman. In zekere zin iemand als de socialistische president Nasser, die het volk tijdens zijn bewind (van 1956 tot aan zijn dood in 1970) wist te winnen voor het Arabische nationalisme, of iemand zoals zijn opvolger Sadat, die respect afdwong met zijn streven naar vrijemarktkapitalisme. Het leiderschap van Mubarak was daarentegen niet gebaseerd op bewondering, maar op angst. Hij had het volk weinig te bieden, zelfs op persoonlijk vlak. Osman schrijft: “Waar ‘nasserisme’ en ‘sadatisme’ de hartstochten doen oplaaien (van enthousiasme en bewondering dan wel verwerping en hekel), daar heeft hun opvolger nooit echte volgelingen gekend. De Egyptenaren kennen hem niet, ondanks de miljoenen woorden en beelden die de Egyptische staatsmedia sinds 1981 aan Mubaraks daden en aanwezigheid hebben gewijd.”

De val van Mubarak viel dus min of meer te voorspellen. Lastiger is dat met de periode ná Mubarak, maar door zijn analyse van de geschiedenis schetst Osman toch een overtuigend toekomstbeeld: de islamisten (onder wie de Moslimbroederschap) zullen bij de eerstvolgende parlementsverkiezingen een ruime overwinning behalen op de liberalen, maar de liberalen – die pleiten voor een seculier systeem – zullen op de lange termijn terrein winnen. Dan zal Egypte zich weer, in nasseriaanse traditie, gaan opwerpen als bemiddelaar bij Arabische conflicten. Op economisch vlak zullen Rusland en China een grote rol gaan spelen, ten koste van de Verenigde Staten. Mogelijk worden ook de banden met Iran aangehaald.


Een minpuntje is dat Tarek Osman, die als jonge Egyptenaar zelf emotioneel betrokken was bij de revolutie, het boek niet persoonlijker heeft gemaakt, zodat het een breder publiek had kunnen aanspreken. Jammer, want Osman weet te overtuigen met zijn rake constateringen, sfeerbeelden en citaten van grote Egyptische denkers, die hij aanvult met zijn eigen poëtische hersenspinsels. Zoals deze passage: “Het water van de Nijl dat tussen de modderige oevers voortkruipt en door gelig zand kronkelt, heeft te lang stilgestaan; het ‘eeuwig bruine land’ schreeuwt om een zondvloed van energie. In het Egypte van na 2011 hebben jonge Egyptenaren de kans hun pas naar de toekomst uit te zetten.”

Tarek Osman: Egypte – Een geschiedenis van Nasser tot na Mubarak. Bulaaq, €24,50.

Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Irene de Zwaan