‘Mensen zijn bang voor succes’

Waarom zijn mensen zelfdestructief? Die vraag probeert Irvine Welsh in zijn werk te beantwoorden. Misdaad, zijn nieuwste roman, gaat over een pedofielenjager. ‘Ik wilde een grens trekken in dit boek: pedofilie is onacceptabel.’

‘Hoe lang duurt het nog voordat er pedofiele reality-tv is?’ vraagt Ray Lennox, de hoofdpersoon uit Irvine Welsh’ nieuwste boek Misdaad, zich af. Vast niet lang, hoor je hem denken. Sinds zijn jacht op ‘meneer de Snoepjesverkoper’ worstelt de Schotse inspecteur met een burn-out: hij heeft de pedofiel weliswaar gepakt, maar diens laatste slachtoffertje niet kunnen redden. En dat vreet aan hem. Terwijl zijn verloofde rondzeult met het tijdschrift The Perfect Bride, denkt hij dingen als ‘een mensenleven in ruil voor een orgasme.’ Dat belooft weinig goeds voor de nakende bruiloft. Het is een donkere reis waarop Welsh zijn lezers meeneemt. En dat was het ook voor hemzelf. “Het is het moeilijkste boek dat ik ooit heb geschreven.”

Vandaag valt het mee. De eerste keer dat HP/De Tijd Irvine Welsh (52) interviewde, had de auteur een enorme kater. “Nu heb ik maar een kleintje,” roept hij met een vet Schots accent, terwijl hij zichzelf in het Amsterdamse Ambassade Hotel een glas water inschenkt. Welsh woont tegenwoordig in Chicago, maar is de avond voor ons interview met vrienden wezen doorzakken in zijn geboorteplaats Edinburgh. “Maar we hebben het niet al te bont gemaakt, thank God!” De auteur van het autobiografisch getinte en van drugs doordrenkte Trainspotting heeft het tegenwoordig veel te druk voor grootse uitspattingen. Bovendien speelt de leeftijd op. “Vroeger kon ik dagen met vrienden in de kroeg hangen. Nu wil ik na een stevige zuippartij alleen maar vol zelfmedelijden in bed liggen. De kater is nu tien keer erger, terwijl de buzz die je van drank of drugs krijgt tien keer minder is. Daar anticipeer ik tegenwoordig op. Coke doe ik ook niet meer.” Uitzonderingen daargelaten natuurlijk.


Welsh, die inmiddels een aardige onroerendgoedportefeuille bij elkaar heeft geschreven, groeide op in het destijds ruige Leith, ‘de verkeerde kant van Edinburgh’. Thuis hadden ze het niet breed – zijn vader was tapijtverkoper, zijn moeder serveerster – en iedereen in zijn omgeving dronk stevig. Verwoede pogingen van een despotische tante hem naar de kerk te krijgen, hielden hem niet in het gareel. Welsh raakte aan de drugs, werd van school getrapt, had verschillende baantjes en dook in de punkscene. Dat zijn boeken doorgaans doordesemd zijn van een donkere kijk op het leven, heeft hij zelf weleens geweten aan een ingrijpende gebeurtenis uit deze periode: tijdens een avondje flink stappen haalde één vriend de eindstreep niet.

Welsh ontworstelde zich aan het uitzichtloze achterbuurtbestaan met een computercursus op universitair niveau en werd zelfs even een rasechte yup: in Londen verdiende hij goed geld op de huizenmarkt. Dat die markt eind jaren tachtig instortte, noemde hij later een zegen. Hij schudde de ‘yuppiebullshit’ van zich af, keerde terug naar Edinburgh en publiceerde in 1993 de culthit Trainspotting.

Welsh begon te schrijven omdat hij zijn realiteit niet terugzag in bestaande romans. “Daarin las je over mensen die de kroeg in gingen en alcohol dronken. Maar niet over mensen die grote hoeveelheden heroïne, cocaïne en speed tot zich namen. Ik schreef over wat ik zag en gaf daarmee een inkijkje in een geheime wereld. Tegenwoordig zijn drugs een gewoon gegeven in het uitgaansleven, dus ik vraag me af of een boek als Trainspotting nu nog zou worden uitgegeven.”


Met titels als Trainspotting en Ecstacy (1996) werd Welsh in de media al snel ‘the voice of the chemical generation’ genoemd. “Terwijl mijn werk over veel meer gaat.” Bijvoorbeeld over vriendschap, over loyaliteit, over volwassen worden. “Maar mensen plakken graag ergens een label op.” Dat geldt ook voor Misdaad.

De uitgeverij noemt de roman een thriller, daarmee suggererend dat we met het genre van het spannende boek te maken hebben. Maar dat is toch echt een misvatting, verzekert Welsh. Het boek moet het niet hebben van het plot, maar van de thematiek en de karakters.

“Voor mij is het eerder een existentiële thriller dan een crimenovel. Misdaad gaat niet over hoe Ray Lennox de tienjarige Tianna uit handen van een pedofiel netwerk probeert te redden, maar over hoe twee slachtoffers van seksueel misbruik elkaar helpen. In therapie worden die mensen teruggebracht tot hun naakte essentie, en dat gebeurt ook met Lennox. Hij zit in een compleet andere omgeving, waar hij zich niet meer achter zijn uniform en politiepenning kan verschuilen; hij is helemaal op zichzelf teruggeworpen. Omdat hij zelf is misbruikt, heeft hij altijd gedacht dat hij damaged goods is. Maar de reis die hij met Tianna maakt, dwingt hem zichzelf te begrijpen en onder ogen te zien wat dat misbruik met hem heeft gedaan en waarom hij zo’n verbeten pedofielenjager is geworden. Hij komt met zichzelf in het reine.”

Doorgaans gebruikt Welsh een uit grijstinten opgebouwd Edinburgh als decor. Maar Misdaad speelt zich grotendeels af in een zonovergoten Miami. Welsh, die met een Amerikaanse getrouwd is, heeft er een appartement. Hij zou er niet het hele jaar door kunnen wonen, maar hij moet toegeven (‘ook al klinkt dat heel oppervlakkig’) dat hij van Miami Beach houdt. “Ik ken er veel mensen die midden veertig zijn, maar die nog steeds iets van een adolescent hebben. Misschien komt dat door het licht. Waar goed licht is, zijn foto-grafen, waar fotografen zijn, zijn modellen en waar modellen zijn, zijn perverselingen, dus er hangt een noir-achtige sfeer. Het is een wetteloze, duistere plaats waar iedereen die kwaad wil op afkomt.” Kat in het bakkie voor een auteur die graag het donkere in de mens onderzoekt – in zijn boeken is geen enkele menselijke aberratie hem vreemd.


“Als schrijver probeer ik erachter te komen waarom mensen zo zelfdestructief zijn, dat is altijd mijn missie geweest. Waarom mislukken wij? Die vraag fascineert me. Veel mensen zijn bang voor succes. Wanneer het ze te goed gaat hebben ze vaak de neiging het te verpesten. Of als het slecht gaat iets te doen waardoor de misère nog groter wordt. Mislukking is veel interessanter dan succes, want succes betekent dat je erkenning en geld krijgt. Daar leer je niets van. Terwijl mislukking je op verschillende manieren te pakken kan nemen, daar kun je wat mee.”

Die mislukking komt bij Welsh doorgaans in de vorm van kansloze jongeren, hooligans, junkies en dealers. Met Filth (in 1999 in Nederland gepubliceerd als Smeris) keerde hij het perspectief om: de hoofdpersoon is een politieman. “Politiemensen hebben vaak dezelfde achtergrond als dat soort jongens. Het is een interessant ge-geven dat iemand door het verdedigen van de staat achter zijn eigen klasse aanzit. Dat roept natuurlijk tegenstrijdigheden in iemand op.”

Filth is wel Welsh’ meest anti-establishment boek genoemd. Niet alleen vanwege de cover – een varkenskop met politiehelm; in Schotland confisqueerde de politie de posters van het boek – maar vooral door het vaak weerzinwekkende gedrag van hoofdpersoon Bruce Robertson. De corrupte politieman dwingt onder meer een minderjarige zijn door eczeem geteisterde lul te pijpen. “Ik geloof dat mensen intrinsiek deugdzaam zijn; als iemand iets slechts doet, heeft dat altijd gevolgen voor zijn innerlijk. Die desintegratie wilde ik laten zien. Het lijkt alsof Bruce schijt heeft aan alles en iedereen, maar in wezen graaft hij steeds meer zijn eigen graf.” Filth wordt binnenkort verfilmd, met in de hoofdrol ‘een publiekslieveling’ (de naam van de acteur wordt deze maand bekendgemaakt). “Anders wil het bioscooppubliek niet aan dat personage.”


Ray Lennox maakte voor het eerst zijn opwachting in Filth.

Hij is dan nog jong, kijkt een tikkie onnozel, maar hij is een prima smeris en hij deugt. Min of meer. Welsh vond hem ‘een man met geheimen’ van wie hij meer wilde weten. Die geheimen worden in Misdaad ontvouwd, en ze lijken Lennox de das om te doen. Hij is weer stevig aan de drank, er verdwijnt aardig wat in zijn neus, en terwijl hij zijn verloofde, met haar nepnagels en stylistenkapsel, het liefst om hulp wil smeken, duwt hij haar steeds verder van zich af. De toon is serieuzer dan we van Welsh gewend zijn; hij gebruikt nauwelijks humor om de zwartgalligheid weg te spoelen.

“Dat kon niet, vanwege het onderwerp. Lennox is behoorlijk overtuigd van zijn eigen morele gelijk – daar hou ik eigenlijk niet van, maar nu had ik dat nodig. Kindermisbruik infantiliseert mensen. Lennox is door het misbruik nooit volwassen geworden en deelt de wereld op in goed en kwaad, zoals een kind. Normaal doet dat geen recht aan de complexiteit van menselijk gedrag en aan de maatschappij waarin we leven, maar in dit boek moest ik echt een grens trekken: pedofilie is onacceptabel!”

Anders dan anders was ook dat Welsh niet uit eigen ervaring kon putten. Hij moest veel research doen, sprak met daders en slachtoffers – en dat viel hem niet mee. “De slachtoffers zijn interessant, want die helpen elkaar, ze hebben een scala aan overlevingstechnieken om hun leven weer op te pakken. Dat is inspirerend.” De daders boeiden hem minder. “Die staan zo ver af van onze gangbare menselijkheid en hebben doorgaans ook een weinig interessant karakter.” De pedofielen met wie Welsh sprak, vond hij veelal arrogant, ijdel en manipulatief. “Ze meenden dat ze recht hadden op wat ze hadden gedaan, bijna uit een soort zelfmedelijden: het is mij ook overkomen, dus waarom is het erg dat het met een ander gebeurt? Dat gebrek aan empathie… Het is erg moeilijk om met zo iemand een ‘normaal’ gesprek te voeren, terwijl je hem eigenlijk over de tafel wilt trekken.”


Het maakte Misdaad een emotioneel boek om te schrijven. Welsh, die normaal snel schrijft, deed er jaren over. “Er zijn periodes in mijn leven geweest dat ik dit boek niet had kunnen schrijven, dan had ik me door mijn woede laten meeslepen. Maar ik voelde me goed, dat heeft geholpen om afstand te bewaren.” Desalniettemin moest hij het manuscript soms wegleggen. Zeker tijdens de verdwijning van de Britse Madeleine McCann in Portugal. “Zij was even oud als het meisje in mijn boek. Eerst was het mijn eigen kleine project, maar opeens werd het werkelijkheid.” Uiteindelijk pakte hij de draad weer op. “En ik weet eigenlijk niet waarom, maar het móést af. Voor mij is het een belangrijk boek.”

Critici oordeelden verdeeld. Sommigen vonden het een dapper boek, anderen noemden het einde welhaast sentimenteel. “Een happy ending is het niet. Maar beide karakters maken een heel moeilijke reis door, en ik wilde ze aan het einde een lichtpuntje gunnen.”

Die avond leest Welsh in De Balie in Amsterdam een hoofdstuk uit Misdaad voor. In zijn veredelde ‘kistjes’ steken felrode veters. Hij draagt een beige spijkerbroek, een grijs T-shirt en daaroverheen een blauw leren jack. Met zijn kater gaat het inmiddels wat beter. Sterker nog: misschien is het wel weer tijd voor een biertje.

Irvine Welsh: Misdaad. De Arbeiderspers, €19,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Marcella van der Weg