Staartbeentje

Vrouwen moeten niet lastiggevallen worden met stemrecht. Het is slecht voor het gezin, het verhoogt de belastingen, het zorgt maar voor naijver tussen de seksen en slechts één op de tien wil daadwerkelijk het stemhokje in. En zeker dat laatste argument is niet bepaald democratisch te noemen.

Dit puntenlijstje is terug te lezen in een advertentie in The Boston Journal uit 1915. De Women’s Anti-Suffrage Association of Massachusetts heeft haar slag niet thuisgehaald. Een paar jaar later konden Amerikaanse vrouwen stemmen, zo rond dezelfde tijd dat hun Nederlandse zusters dat ook mochten. Dat suffragettes niet alleen mannen in het strijdperk troffen, vergemakkelijkte hun taak niet.

De vrouwen die zich tegen het stemrecht uitspraken, vonden politiek vaak een laag-bij-de-grondse bedoening. Je werd er vies van. Een vrouw moest zich niet inlaten met smerige zaakjes, maar puur blijven. Zeker, ze kon aan politiek doen. Maar dan door een ethisch baken te zijn voor haar man. Hij mocht vervolgens, tussen de tabakspruimen en zweetkleren, hun gezamenlijke stem uitbrengen.

Ik vind vrouwen ook weleens puur en beter dan mannen, maar bon – ik schrijf dan ook gedichten. Iedereen heeft recht op minstens één illusie. Maar ondertussen lijken de vrouwen om me heen ook steeds meer ge-interesseerd in alles wat zich losmaakt van de aardbodem. Ja, meer dan mijn soort.

Ik ken geen jongen op yoga, mannen mediteren mondjesmaat, een woestijnreis om chakra’s af te stellen zal weinig vrijgezelle heren trekken, en als mijn geslachtsgenoten al lezen, is het niet The Secret, De zeven spirituele wetten van succes of Wie ben je NU. Mannen overbeladen met ego zijn er genoeg, maar slechts weinigen van hen wenden zich tot de kosmos om hun dromen vervuld te zien. God, doe wat míj behaagt.

Supermarktreligies, zingeving, de vervreemding van het internettijdperk, het wegvallen van de grote verhalen – het is allemaal al een keer eerder vastgesteld. Wat mij echter verbaast, is de discrepantie tussen de seksen. En hoe de kloof verder uitzet met ouder worden. In het gezelschap van meisjes van medio twintig is het probleemloos om tot de conclusie te komen dat het leven zinloos, maar toch de moeite waard is. Tien jaar later vliegen de vrouwelijke verwijten je om de oren. Ja, er is een leven na de dood. En ja, je bent de schepper van je eigen werkelijkheid. O, zo makkelijk dat je nu over de Holocaust begint.


Mannen die zich met esoterie inlaten, zijn goeroe of al van verre zichtbaar op straat. Is het zich niet inlaten met spiritualiteit het staartbeentje van de mannetjesputter? Een laatste overblijfsel van de soort die huilen, therapie en knuffelen verwijfd vindt? Zo ja, dan bid ik dat het nog lang niet weg-evolueert.

Thomas Blondeau